G.A. Bredero
lid van:
Eglentier
Biografie(ën) over G.A. Bredero P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 1 ABE-BYN (1821)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 2. Derde en vierde stuk (1855)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 6 (1924)
A.M. de Jong, De dolle vaandrig. Eerste deel: Gerbrandt (1947)
A.M. de Jong, De dolle vaandrig. Tweede deel: Breero (1947)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van G.A. Bredero De klucht van de koe (1612)
De klucht van Symen sonder soeticheyt (1612)
De klucht van den molenaar (1613)
Griane (1616)
Lucelle (1616)
Rodd'rick ende Alphonsus (1616)
Moortje (1617)
Spaanschen Brabander (1617)
Stommen ridder (1618)
De Hoochduytschen Quacksalver (1619)
Nederduytsche Rijmen (1620)
Groot lied-boeck. Deel 1 (1622)
Groot lied-boeck. Deel 2 (1622)
Groot lied-boeck. Deel 3 (1622)
Angeniet (1623)
Schyn-heyligh (1624)
Nederduytsche poëmata (1632)
Spaanschen Brabander (alleen scans beschikbaar) (1934)
Spaanschen Brabander Jerolimo (1967)
Kluchten (1976[2])
Spaanschen Brabander Jerolimo (alleen scans beschikbaar) (1978)
Het daget uyt den oosten (ca. 1615)
Spaanschen Brabander (ca. 1965)
Uitgaven van G.A. Bredero Kluchten (1619)
Het Moortje (alleen scans beschikbaar) (1859)
Werken. Deel 2 (alleen scans beschikbaar) (1890)
De werken (1890)
Werken (1890)
Werken. Deel 3 (alleen scans beschikbaar) (1890)
Werken. Deel 1 (alleen scans beschikbaar) (1890)
Spaanschen Brabander (alleen scans beschikbaar) (1918)
Spaanschen Brabander (alleen scans beschikbaar) (1919)
De werken van G.A.Bredero. Deel 1: Dramatische werken (alleen scans beschikbaar) (1921)
De werken van G.A.Bredero. Deel 2: Dramatische werken (alleen scans beschikbaar) (1924)
De kluchten (alleen scans beschikbaar) (1926)
De werken van G.A.Bredero. Deel 1: Liederen en sonnetten (alleen scans beschikbaar) (1929)
Moortje (alleen scans beschikbaar) (1931)
Liederen van Bredero (1933)
Toneelspelen (1942)
Groot lied-boeck (1944)
Breero. Lyriek (1965)
De ziel van de poëet vertoont zich in zijn gedichten (1967)
Spaanschen Brabander Ierolimo (1968)
Rodd'rick ende Alphonsus (1968)
De werken van Gerbrand Adriaensz. Bredero (1968-1986)
Kluchten (1971)
Lucelle (1972)
Stommen ridder (1973)
Griane (1973)
Spaanschen Brabander (1974)
Groot lied-boeck (1975-1983)
Het daget uyt den Oosten (1976)
Schyn-heyligh (1979)
Toneelspelen (1979)
Vertaalde gedichten (1981)
Angeniet (1982)
Moortje (1984)
Verspreid werk (1986)
Primaire teksten van G.A. Bredero elders in de dbnl G.A. Bredero, Reinier Telle en anoniem Tragische historien, Het vierde deel vande Tragische of claechlijcke historien (vert. G.A. Bredero en Reinier Telle) (alleen scans beschikbaar) (1612)
G.A. Bredero, ‘Bruylofts-ghedicht.’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Brvylofts-Liedt,’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘[Vaert wel, Scepters vaert wel, vaert wel verheven troonen]’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Brvylofts-Liedt,’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Apolloos aanspraack totte Nederlandtsche Ionckheyt. ’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Boerinne-clucht.’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Bruylofts-Gift, Eensdeels ’t lieflijcke gast-mael Platonis na-ghebootst. ’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Cluchtich Boeren-Liedt,’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Boeren-Liedt,’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero, ‘Boeren-clucht.’ In: Apollo of Ghesangh der Musen (1615)
G.A. Bredero en Crispijn van de Passe sr., Thronus Cupidinis (1620)
G.A. Bredero, ‘Dochters Liefdens Liedt,’ In: Venus minne-gifjens (1622)
G.A. Bredero, ‘[Haerlemsche drooge harten nu]’ In: Utrechts zang-prieeltjen (1649)
G.A. Bredero, ‘[Alcips genucht]’ In: Utrechts zang-prieeltjen (1649)
G.A. Bredero, ‘[Sint dat ghy mijn ghedachten]’ In: Het Brabandts nachtegaelken, met zijn driederley gesangh, te weten minne-liedekens, herders-sanghen, ende boertigheden (1650)
G.A. Bredero, ‘V. Een oud Lied.’ In: Letterkundig overzigt en proeven van de Nederlandsche volkszangen sedert de XVde eeuw (1828)
Willem Bartjens en G.A. Bredero, ‘[Het Pascha]’ In: De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
G.A. Bredero, ‘95 (G.A. Bredero aan P.C. Hooft)’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 1 (1976)
G.A. Bredero, ‘Gerbrand Adriaanszoon Bredero (1585-1618) Sonnet’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Secundaire literatuur over G.A. Bredero in de dbnl Jan Vos, ‘[Grafdichten]’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Lambert Bidloo, ‘Twaalfde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Lambert Bidloo, ‘Vierde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Lambert Bidloo, ‘Tiende boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Jeronimo de Vries, ‘Tweede afdeeling. Opgave der dichters dezer eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
F.A. Snellaert, ‘Vierde tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
W.J. Hofdijk, ‘Derde tijdvak Latere Nederlandsche letteren. (Van 1550-1790.)’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1857)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Bibliografie. (Uitgaven van boeken, platen, en muziek.)’ In: Dietsche Warande. Jaargang 5 (1860)
R.C. Bakhuizen van den Brink, ‘Hendrik van Brederode en Willem van Oranje in 1566 en 1567. (Eene Boekbeoordeeling.)’ In: Studiën en schetsen over vaderlandsche geschiedenis en letteren. Deel 1 (1863)
Willem Gerard Brill, ‘Tweede hoofdstuk. De Moderne Dramatische poëzij.’ In: Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek) (1866)
J. te Winkel, ‘Almanakken met eene klucht van Brederoo en gedichtjes van Hofferus en Telle.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Samuel Coster, ‘Voorrede tot De Spelen van Gerbrand Adriaensz Bredero’ In: Werken (1883)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Letterkundige kroniek.’ In: De Gids. Jaargang 48 (1884)
Jérome Alexandre Sillem, ‘Letterkundige kroniek.’ In: De Gids. Jaargang 49 (1885)
G. Kalff, ‘Breero en Hans Sachs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Jan ten Brink, ‘Het gezin van den schoenmaker Adriaen Cornelisz. Bredero.’ In: De Gids. Jaargang 51 (1887)
Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden en Albert Verwey, ‘Boekbeoordeelingen.’ In: De Nieuwe Gids. Jaargang 4 (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XII. Melpomene in Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘VII. Het romantische Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘X. Coster en Co. Contra Rodenburg.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
W.J.A. Jonckbloet, ‘XVI. Thalia in Amsterdam.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
J.A. Worp, ‘Een onbekend lofdichtje van Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
Max Rooses, ‘Ten Brink's Bredero's.’ In: De Gids. Jaargang 57 (1893)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Bibliographie.’ In: De Gids. Jaargang 57 (1893)
Albert Verwey, ‘Vondel en Brederoo.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
G.A. Nauta, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Aanteekeningen en opmerkingen.’ In: De Gids. Jaargang 60 (1896)
J.H. van den Bosch, J.J.A.A. Frantzen, P. Leendertz (jr.) en J.B. Schepers, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Iets over Bredero.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Prudens van Duyse, ‘Vijfde hoofdstuk. Rederijkers, die van in de XVe tot de XVIIe eeuw een voornamen invloed hebben uitgeoefend.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 2 (1902)
J.A. Worp, ‘V. Het blijspel.’ In: Geschiedenis van het drama en van het tooneel in Nederland. Deel 1 (1903)
P.H. van Moerkerken, ‘IV. De satire in liederen, boerden, sproken enz.’ In: De satire in de Nederlandsche kunst der middeleeuwen (1904)
J.B. Schepers, ‘Breero en de bruin-ogen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
J.B. Schepers, ‘Breero en Hooft. Een vraag.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
J.B. Schepers, ‘Bredero's liefde voor Margriete.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
G. Kalff, ‘Breero en Starter.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
Constantinus Bake en J.B. Schepers, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
J. Prinsen J.Lzn, ‘De zoekers van schoonheid’ In: Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1916)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Breero in zijn verhalende liederen.’ In: De Gids. Jaargang 82 (1918)
J.A.N. Knuttel, ‘Bredero en het romantisch drama.’ In: De Gids. Jaargang 82 (1918)
J.A.N. Knuttel, ‘Bredero's leven en liefden en de weg door zijn liedboek.’ In: De Gids. Jaargang 83 (1919)
J.D. Bierens de Haan en Paul Scholten, ‘Leestafel.’ In: Onze Eeuw. Jaargang 20 (1920)
J.A. Worp, ‘De Academie. I. (1617-1622).’ In: Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772 (1920)
J.A. Worp, ‘De kamer ‘In Liefde bloeyende’.’ In: Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772 (1920)
C.G.N. de Vooys, ‘Spaansche Brabander, vs. 639.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
Gerard Heymans, André Jolles, H. Marsman en Johan de Meester, ‘Bibliographie.’ In: De Gids. Jaargang 86 (1922)
Leonard Willems, ‘Aanteekeningen op Bredero door Mr. Leonard Willems, Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1922 (1922)
J. te Winkel, ‘XIII. Het lied van Bredero, Starter en Anderen.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XI. De tragi-comedie: Bredero en Starter.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘XII. De kluchten en blijspelen: Coster, Bredero, Hooft.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
C.G.N. de Vooys, ‘De twaalf sonnetten van de Schoonheyt ten onrechte aan Bredero toegeschreven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
P.J. Blok, ‘Derde afdeeling Het Bestand’, ‘Hoofdstuk I De Nederlanden in 1609’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 2 (1924)
J.A.N. Knuttel, ‘Bredero voor den vakman.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Joseph Vles, ‘Chapitre III Traductions hollandaises de romans picaresques espagnols’ In: Le roman picaresque hollandais des XVIIe et XVIIIe siècles et ses modèles espagnols et français (1926)
Joost van den Vondel, ‘Op Brero’ In: De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
L. Koch, ‘Bredero's laatste jaren en Bredero's studiejaren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Aantekeningen bij Breero's kluchten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
A.A. van Rijnbach, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Tekstkritiek op Bredero's liederen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
W.H. Staverman, ‘Onze klassieke schrijvers’ In: De Gids. Jaargang 96 (1932)
Albert Verwey, ‘Bredero's Vroegh in den dagheraadt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
J.A.N. Knuttel, ‘Cornelis Tamesz. van Jisp.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
H. Schurink, ‘Zintuigelijke gewaarwordingen bij zeventiende-eeuwsche dichters’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
H. Marsman, ‘Breeroo’ In: Porta Nigra (1934)
H. Marsman, ‘Breeroo’ In: Porta Nigra (1934)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 12]’, ‘Bredero, sprekende na 350 jaren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
J.W.F. Werumeus Buning, ‘Dramatische kroniek’ In: De Gids. Jaargang 99 (1935)
J.G. van Dillen, ‘Amsterdam in Bredero's tijd’ In: De Gids. Jaargang 99 (1935)
B.H. Erné, ‘Huijsmorsen en Verhuijsmorsen Huijsmossen schieten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
A.A. Verdenius, ‘Van een Huys-man en een Barbier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
J.A.N. Knuttel en L. Koch, ‘Tesselschade en Bredero's Margriete.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
S.M. Noach, ‘Een naamdicht van Bredero.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
H. Marsman, ‘IX’, ‘Breeroo’ In: Verzamelde gedichten (1941)
Jan L. Walch, ‘Meer volkskunst nog’ In: Nieuw handboek der Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1943)
C.G.N. de Vooys, Nederlandse spraakkunst (1947)
W.A.P. Smit, ‘Een sonnet van Hooft in Knuttels Bredero-uitgave.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
W.A.P. Smit, ‘Notities bij Bredero's ‘Stommen Ridder’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
D.Th. Enklaar, ‘Drie dagen voor 't geluk geboren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G.A. van Es en G.S. Overdiep, ‘De letterkunde te Amsterdam’, ‘Samuel Coster en de Nederduytsche Academie door Prof. Dr J. Brouwer’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 4 (1948)
G.A. van Es en G.S. Overdiep, ‘Gerbrand Adriaensz Bredero’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 4 (1948)
G.P.M. Knuvelder, ‘Gerbrand Adriaensz. Bredero (1585-1618)’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
P. Geyl, ‘Boek V In tegenovergestelde kampen, 1609-1648’, ‘1. Voortschrijdende verwijdering in het geestelijke’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (1948-1959)
C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950)
L.C. Michels, ‘‘Mijn lieve Angneets Dei’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Gerard Brom, ‘Bredero en de Bijbel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Gerard Brom, Schilderkunst en literatuur in de 16e en 17e eeuw (1957)
F.K.H. Kossmann, ‘De heftige herfst....’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
G.W. Jansen, ‘De May zijn hoverdij (Spa. Brab. vs 953)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 52 (1959)
J.C. Arens, ‘Apolloos aanspraack: Bredero benut van Mander en Florianus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
J.P. Naeff, ‘Hoofdstuk III 1630-1680’ In: De waardering van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1960)
J.P. Naeff, ‘Hoofdstuk II ± 1615-1630’ In: De waardering van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1960)
J.P. Naeff, De waardering van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1960)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De waardering van Bredero in moderne Nederlandse literatuur’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961)
R.F.M. Boshouwers, ‘De Franse leenwoorden in de kluchten en blijspelen van G.A. Bredero’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
G. Geerts, Genus en geslacht in de Gouden Eeuw. Een bijdrage tot de studie van de nominale klassifikatie en daarmee samenhangende adnominale flexievormen en pronominale verschijnselen in Hollands taalgebruik van de zeventiende eeuw (1966)
[tijdschrift] Neerlandia, ‘Kroniek Noord-Zuid’ In: Neerlandia. Jaargang 72 (1968)
A. van Elslander, ‘De dichter Bredero door Prof. Dr. A. van Elslander Lid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1968 (1968)
Anton Claessens, ‘Bredero herdacht.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
Garmt Stuiveling, Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
A.A. Keersmaekers, ‘[Nummer 2]’, ‘De onbekende Bredero’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 11 (1968-1969)
E. de Jongh, 'Erotica in vogelperspectief. De dubbelzinnigheid van een reeks zeventiende-eeuwse genrevoorstellingen' (1968-1969)
A.A. Keersmaekers, 'De onbekende Bredero' (1968-1969)
Garmt Stuiveling, ‘Bredere en Vaenius door Garmt Stuiveling’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 1968 (1969)
S.F. Witstein, ‘4 vondel’ In: Funeraire poëzie in de Nederlandse Renaissance (1969)
Garmt Stuiveling, Memoriaal van Bredero (1970)
A.G.H. Bachrach, H. de la Fontaine Verwey, A.A. Keersmaekers en Garmt Stuiveling, Rondom Bredero (1970)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1970)
Martien J.G. de Jong, ‘G. Stuiveling speelt het klaar met G. Bredero.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 14 (1970-1971)
Roger Henrard, Marcel Janssens, R. Lievens, R.F. Lissens, Lieven Rens en Paul de Wispelaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 13 (1970-1971)
Marja Geesink, ‘Marja Geesink Ontleningen aan Hooft in Coster's voorrede tot de spelen van Bredero (1617).’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Lieven Rens, ‘In margine’, ‘Bredero's kluchten en de bouw ervan’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 14 (1972)
Rob Nieuwenhuys, ‘2. Indische verzenmakers’ In: Oost-Indische spiegel. (1972)
[tijdschrift] Spektator. Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Vrije nieuwsgaring’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
E.K. Grootes, ‘7 Personages en motieven in l'Hipocrito en Schijnheiligh’ In: Dramatische struktuur in tweevoud (1973)
Lieven Rens, ‘De opbouw van Bredero's ‘Griane’ in het licht van de Palmerijn-roman’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 16 (1974)
J.A. van Leuvensteijn, ‘Het Bredero-citaat onder Stommelen A, 2 in het WNT’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
A.Th. van Deursen, ‘VII. Gemeentevorming I De groei van de hervormde kerk’ In: Bavianen en slijkgeuzen (1974)
S.F. Witstein, 'Het erotisch-ethische referentiekader in Bredero's "Stommen Ridder", en de betekenis daarvan voor het handelingsverloop van dit spel' (1974)
Karel Porteman, ‘[Nummer 3]’, ‘Miscellanea emblematica’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 17 (1975)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Moortje: vastenavond of driekoningen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
C.A. Zaalberg, 'Moortje: vastenavond of driekoningen?' (1976)
L. Strengholt, ‘Ziel van mijn ziel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
Reinder P. Meijer, ‘V The golden age Seventeenth century’ In: Literature of the Low Countries (1978)
P.J. Buijnsters, Paul Claes, J.-P. Couttenier, Gilbert Degroote, B.H. Erné, Paul Gillaerts, Jaap Goedegebuure, R. Lievens, Karel Porteman, Lieven Rens, Jan Schoolmeesters, L. Strengholt, Carlos Tindemans, Th. Weevers en Ingrid van de Wijer, ‘Boekbeoordelingen’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 21 (1979)
A.A. Keersmaekers, ‘De Christelijcke Ridder Gedichten van Vondel en Bredero’ In: Visies op Vondel na 300 jaar (1979)
C. Bittremieux, Hugo Brems, Paul Claes, Piet Couttenier, A.J. Hanou, Roger Henrard, Marc Joye, R. Lievens, Frank C. Maatje, Lieven Rens, Jan Schoolmeesters en Carlos Tindemans, ‘Boekbeoordelingen’ In: Spiegel der Letteren. Jaargang 22 (1980)
E.K. Grootes, ‘Een theaterhistoricus in 1638? Het voorwerk van Bredero's Alle de wercken en de kennis omtrent het theater uit de Oudheid in de zestiende en de zeventiende eeuw E.K. Grootes’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
A.A. Keersmaekers, ‘Bredero ‘verbrabantst’ Liederen van Bredero in ‘het Brabandts nachtegaelken’ door A. Keersmaekers Lid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1983 (1983)
Hubert Meeus, ‘Gebrand Adriaensz. Bredero’ In: Repertorium van het ernstige drama in de Nederlanden 1600-1650 (1983)
Garmt Stuiveling, 'Bredero's Groot Lied-boeck' (1983)
[tijdschrift] Literatuur, ‘Bredero in Texas H. David Brumble III’ In: Literatuur. Jaargang 1 (1984)
C.A. Zaalberg, ‘Een nieuwe Bredero door C.A. Zaalberg Buitenlands Erelid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1984 (1984)
Jo Daan, ‘Sociolecten en stijlen bij Bredero Jo Daan’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
W.A. Ornée, ‘Van een Huys-man en een Barbier, een on-volmaeckte klucht? W.A. Ornée’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
E.K. Grootes en A.A. Keersmaekers, ‘Woord vooraf’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
G. van Eemeren, ‘Van fictie naar realiteit Beschouwingen bij bepaalde aspecten van de communicatie- en referentiële status van personages in enkele stukken van Bredero G. van Eemeren’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Karel Porteman, ‘‘Lacht wel’. Bredero's Voor-reden vande Sotheyt K. Porteman’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘Bredero en Timanthes Mieke B. Smits-Veldt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
H.L. Wesseling, ‘Een gedenksteen voor G.A. Bredero Toespraak door Dr. H.L. Wesseling’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1985 (1985)
Arie-Jan Gelderblom, ‘Welke Bredero herdenken we eigenlijk? Het wisselende beeld van de kunstenaar Arie-Jan Gelderblom’ In: Literatuur. Jaargang 2 (1985)
Ton Anbeek, Tom van Deel, P.J.A. Franssen, M. van den Haak, Ludo Jongen, Paul J. Koopman, P. Kroone, Herman Pleij, Arie Pos en P.J. Verkruijsse, ‘Recensies’ In: Literatuur. Jaargang 2 (1985)
G.J. van Bork, Frits Haans, Bernt Luger, Herman Pleij en P.J. Verkruijsse, ‘Nieuws’ In: Literatuur. Jaargang 2 (1985)
H. Duits, ‘Een steen voor Bredero’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 3 (1985)
H.L. Wesseling, ‘Toespraak, gehouden bij de onthulling van de gedenksteen voor G.A. Bredero op 16 maart 1985’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 3 (1985)
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Portret van Bredero Maria A. Schenkeveld-van der Dussen’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 28 (1985)
G.R.W. Dibbets en E.D.J. Schils, ‘Bredero aangetekend G.R.W. Dibbets en E.D.J. Schils’ In: Voortgang. Jaargang 6 (1985)
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, 'Moraal en karakter: lezingen van Moortje' (1985)
J.W. Steenbeek, 'De dichter van de "Sonnetten van de schoonheyt"?' (1985)
Marijke Barend-van Haeften, Klaus Beekman, G.J. Hartman, Gideon Lodders, P.M. Nieuwenhuijsen en R.J. Resoort, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Gerrit Komrij, Verzonken boeken (1986)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Atte Jongstra, Thomas Mattheij, Henk Pröpper, P.J. Verkruijsse en Anne de Vries, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
A.A. Keersmaekers, ‘Bredero en de Spaanse Nederlanden door A. Keersmaekers Lid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1987 (1987)
Paul P. Bockstaele, Jo Briels, C.L. Heesakkers, F.H. Matter, Kees Meerhoff, Leo Noordegraaf, Karel Porteman, Marcus de Schepper, Marijke Spies en Albert De Vos, ‘Signalementen’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 3 (1987)
R. Lievens, ‘Robrecht Lievens Een Berekenende Bredero?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 107 (1991)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘IV Een spiegel van deugd en ondeugd: de eerste toepassing van nieuwe inzichten binnen ‘D'Eglentier’’, ‘1. Dramaopzet’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
Dick Wortel, ‘J.A.N. Knuttel en de perceptie van G.A. Bredero Wetenschap en romantiek rond Bredero Dick Wortel’ In: Voortgang. Jaargang 13 (1992)
J.H. Meter, 'De structuur van Bredero's "Spaanschen Brabander"' (1992)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
Marc Van Vaeck, 'Bredero's liedboek. "De Tijdt, die niet en rust, verandert alle dinghen"' (1992)
P. Krug, ‘Twee steden Antwerpen in Amsterdam’ In: Neerlandia. Jaargang 97 (1993)
P. Krug, ‘Twee steden Antwerpen in Amsterdam’ In: Neerlandia. Jaargang 97 (1993)
Hubert Meeus, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
Theo Hermans, ‘19 G.A. Bredero (vert.), G.A. Brederoos Moortje / Waar in hy Terentii Eunuchum heeft Nae-ghevolght. Amsterdam: Cornelis Lodewijcksz vander Plasse, 1617’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
Ton van Strien, 'Inconsequent of inconsistent? Over de interpretatie van Bredero's Moortje en Hoofts Ariadne' (1996)
René van Stipriaan, 'Historische distantie in de Spaanschen Brabander' (1997)
Willem van Toorn, ‘Landschap en literatuur’ In: Leesbaar landschap (1998)
E.K. Grootes, ‘Verhandelingen’, ‘Bredero's personages spreekbuis van de dichter? Jaarrede door de voorzitter, Dr. E.K. Grootes’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1999 (1999)
Jos Buurlage, ‘Leende Beets van Bredero?’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 20 (2002)
Filip Matthijs, ‘Taal- en cultuurpolitiek’, ‘Het buitenland en wij’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 45 (2002)
Jeroen Jansen, ‘3 Jeroen Jansen, Magdalena Stockmans en Gerbrand Bredero’ In: 'Geloof mij Uw oprechte en dankbare Vriend'. Brieven uit de Nederlandse letteren, verzameld en van commentaar voorzien door vrienden van Marita Mathijsen, 30 oktober 2009 (2009)
E.K. Grootes, ‘2 Eddy Grootes, Gerbrand Bredero aan Magdalena Stockmans’ In: 'Geloof mij Uw oprechte en dankbare Vriend'. Brieven uit de Nederlandse letteren, verzameld en van commentaar voorzien door vrienden van Marita Mathijsen, 30 oktober 2009 (2009)
audiobestanden: waarin G.A. Bredero ter sprake komt Terug naar overzicht
G.A. Bredero.