auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




C. Kiliaan

geboren: 1528 te Duffel
overleden: 15 april 1607 te Antwerpen

pseudoniem(en)/naamsvariant(en):
Cornelis Abts


Biografie(ën) over C. Kiliaan

F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)

Werken van C. Kiliaan

Etymologicum Teutonicae Linguae (1599)

Uitgaven van C. Kiliaan

Etymologicum Teutonicae Linguae (1972)

Secundaire literatuur over C. Kiliaan in de dbnl

J. le Francq van Berkhey, ‘Eerste afdeeling. Vierde hoofdstuk. Ontvouwende de algemeene en bijzondere kenmerken van het Herkaauwend Vee in het algemeen, volgens de stellingen der systhematische Natuurkenners, bijzonder dat der Runderen; mitsgaders eene uitvoerige beschrijving van de groeijing en afbeelding der Horenen, en het Horengestel der Koeijen in het bijzonder.’ In: Natuurlyke historie van Holland. Deel 4 (1769-1805)
J. le Francq van Berkhey, ‘Eerste afdeeling. Derde hoofdstuk. Beschrijvende de Naams-verschillendheden der Koeijen, derzelver ras, kleuren, bont, soort van haren, kloekte en verdere bijzonderheden.’ In: Natuurlyke historie van Holland. Deel 4 (1769-1805)
Rutger Bondam, ‘Ophelderingen van sommige woorden, welke By Kiliaan niet gevonden worden.’ In: Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Meinard Tydeman, ‘Over de afleiding van scharlaken en lak.’ In: Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
G. t Hooft, ‘Over de woorden prat en pratten.’ In: Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Willem Cornelis Ackersdijck, ‘Aanteekeningen over eenige woorden, welke men in het woorden-boek van Kiliaan in het geheel niet of in andere beteekenissen vindt, getrokken uit de Turben op de kostuimen der Hoofdstad's Hertogen-bosch.’ In: Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Meinard Tydeman, ‘Over schoorsteen, en schoorvoetende.’ In: Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Balthazar Huydecoper, Proeve van taal- en dichtkunde (4 delen) (1782-1794)
F.A. Snellaert, ‘Derde tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
Jul. Storme, ‘Een van de bronnen van Kiliaan's Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Willem Ogier, De tooneelwerken (3 delen) (1921-1955)
Jozef Jacobs, ‘‘Vetus’ en ‘Vetus flandricum’ bij Kiliaan door J. Jacobs, werkend lid der Kon. Vl. Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1927 (1927)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Duitse woorden in Kiliaen's Etymologicum Door C.G.N. de Vooys Buitenlands Erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1943 (1943)
E.K. Grootes, ‘7 Personages en motieven in l'Hipocrito en Schijnheiligh’ In: Dramatische struktuur in tweevoud (1973)
Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Yond Boeke, ‘Naam en verering van de heilige Kiliaan’ In: Naamkunde. Jaargang 12 (1980)
Frans Claes, ‘F. Claes S.J. Een nog onuitgegeven woordenboek van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
Frans Claes, ‘Nog iets over de aardrijkskundige namen in Kiliaans Etymologicum’ In: Naamkunde. Jaargang 21 (1989)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)


Terug naar overzicht