Jan van der Noot

geboren: 1539? te Brecht
overleden: ca. 1595 te Antwerpen


Biografie(ën) over Jan van der Noot

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV (1823)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 13 (1868)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
[tijdschrift] Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890)
August Vermeylen, Verzameld werk. Deel 2 (1951)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Jan van der Noot

Het theatre oft toon-neel (1568)
Theatrum das ist Schawplatz (1572)
Abregé des douze livres Olympiades (1579)
Het cort begryp der XII boecken Olympiados (1579)
Lofsang van Braband/Hymne de Braband (1580)
Epitalameon (1583)
Gedichten (1895)
Het bosken (ca. 1568)
Poeticsche werken (ca. 1580-1594)
Das Buch Extasis (tussen 1573 en 1576)

Uitgaven van Jan van der Noot

A Theatre of Wordlings (1937 en 1939)
Het bosken en Het theatre (alleen scans beschikbaar) (1953)
Epitalameon, oft houwelycx sanck voor Otto van Vicht en Cornelia van Balen (1953)
The Olympia Epics (1956)
Lofsang van Braband/Hymne de Braband (1958)
De 'Poeticsche werken' (1975)

Primaire teksten van Jan van der Noot elders in de dbnl

Jan van der Noot, ‘Vier Sonetten, met een Ode oft met een liedeken daer op accorderende, door I. Ian vander Noot Patritius van Antwerpen.’ In: Lustighe Amoreuse Refereynen (1597)
Jan van der Noot en Floris Prims, ‘Jonker Jan van der Noot in de crisisjaren 1582-1587 Door Kan. Fl. Prims Werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1937 (1937)

Secundaire literatuur over Jan van der Noot in de dbnl

J.F. Willems, ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Keurdichten uit de XVIde Eeuw. I. Jonker Jan van der Noot, met een berigt over zijn leven en zijne werken, alsmede een Glossarium der bijzonderste verouderde woorden, uitdrukkingen en taelvormen, door K.F. Stallaert. Te Gent, ter boek- en steendrukkerij van J.S. van Doosselaere, en te Amsterdam, bij H.J. van Kesteren. 1857. f 1-50.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1857 (1857)
Albert Verwey, ‘Over vertalen!’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Albert Verwey, ‘‘Renaissance.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
August Vermeylen, ‘Humanisme.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Marten Rudelsheim, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Albert Verwey, ‘Hoogescholen en geestelijke bewegingen’ In: Luide toernooien (1903)
G. Kalff, ‘Jan van der Noot (1539-1595?).’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3 (1907)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Renaissance en Humanisme in Nederland’ In: Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1916)
Tiemen de Vries, ‘Chapter XXVII Sir Jan van der Noot and Edmund Spenser’ In: Holland's Influence on English Language and Literature (1916)
J. te Winkel, ‘III. De invloed van Ronsard en zijne Pleiade.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
W.A.P. Smit, De dichter Revius (1928)
Floris Prims, ‘De Geschiedenis van Jonker Jan Van der Noot toegelicht door de Antwerpsche Archieven Door E.H. Floris Prims stadsarchivaris ‘Antwerpen’.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1929 (1929)
Catharina Ypes, ‘II. Toenemende belangstelling voor Petrarca tijdens de Zestiende eeuw’ In: Petrarca in de Nederlandse letterkunde (1934)
Jan van der Noot en Floris Prims, ‘Jonker Jan van der Noot in de crisisjaren 1582-1587 Door Kan. Fl. Prims Werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1937 (1937)
Jan L. Walch, ‘Renaissance-dichters’ In: Nieuw handboek der Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1943)
G.S. Overdiep, ‘Op het voetspoor van Franschen en Italianen Lucas de Heere en Jan van der Noot’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 3 (1944)
G.P.M. Knuvelder, ‘Jan van der Noot (ca. 1539-ca. 1600)’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
P. Geyl, ‘6. Omwentelingen in het cultuurleven’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (1948-1959)
August Vermeylen, ‘Leven en Werken van Jonker Jan van der Noot’, ‘Voorwoord’ In: Verzameld werk. Deel 2 (1951)
G.A. van Es en Edward Rombauts, ‘III. Zoals Jan van der Noot...’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 5 (1952)
L. Strengholt, ‘Van der Noot-notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Willem van Eeghem, Maurice Gilliams en Edward Rombauts, ‘Prijsvraag: Het vers van Jonker Jan van der Noot, ingezonden onder het motto: Il Petrarca è divin, non vo' negarlo:/ Ma tuttavolta... (Gabriello Chiabrera).’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nieuwe reeks 1960 (1960)
C.A. Zaalberg, ‘Het Cort Begryp van Jan van der Noot als episch werk’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Leonard Forster, ‘Iets over Nederlandse renaissancelyriek vóór Heinsius en Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
Leonard Forster, 'Iets over Nederlandse renaissancelyriek vóór Heinsius en Hooft' (1967)
G. Kazemier, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
W. Waterschoot, ‘Jonker Jan van der Noot Van Rederijkerij naar Renaissance door W. Waterschoot’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 1971-1972 (1974)
S.J. Lenselink en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
S.A. Vosters, 'Spaanse en Nederlandse literatuur. De wederzijdse invloeden' (1985)
Jan Kuijper, ‘de tombe van jan van der noot’ In: Tomben (1989)
C.L. Heesakkers, P.G. Hoftijzer, Marika Keblusek, H.H. Kubbinga, Marcus de Schepper, Mieke B. Smits-Veldt, Marijke Spies en Marijke van der Tolsma, ‘Signalementen’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 7 (1991)
K.J. Bostoen, P.J.A. Franssen, C.L. Heesakkers, A.E. Jacobs, P.G.J. van Sterkenburg en G.C. Zieleman, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
W. Waterschoot, ‘Werner Waterschoot Van der Noot bouwt een feestje’ In: Mooi meegenomen? (1997)
K.J. Bostoen, ‘Jan van Hout en de metra van de vroegmoderne Nederlandse lyriek’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 28 (2010)


Terug naar overzicht