H.L. Spiegel
lid van:
Eglentier
Biografie(ën) over H.L. Spiegel P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 5 OGI-VER (1824)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 17. Tweede stuk (1874)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2 (1912)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van H.L. Spiegel Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst (1584)
Kort begrip des redenkavelings: in slechten rym vervat (1585)
Ruych-bewerp vande redenkaveling ofte Nederduytsche dialectike (1585)
Rederijck-kunst, in rijm opt kortst vervat (1587)
A.B.C. Ketting-Lied op des 8sten Psalms stem (1593)
Nieuw Jaers lieder (1608)
Hert-spiegel (1614)
Hert-spiegel (1615)
Lieden op 't Vader Ons (1694)
Numa ofte amptsweygheringe (ca. 1600-1603)
Bijspraakx-almanak (ca. 1606)
Uitgaven van H.L. Spiegel Hertspieghel en andere zedeschriften (1723)
Numa ofte amptsweygheringe (1902)
Noordnederlandse rederijkersspelen (1941)
Lieden op 't Vader Ons (1956)
Twe-spraack; Ruygh-bewerp; Kort begrip; Rederijck-kunst (1962)
Hert-spiegel (1992)
Primaire teksten van H.L. Spiegel elders in de dbnl H.L. Spiegel, ‘Aan Sr. N.N. op zijn blaauwe scheen. ’ In: De Nieuwe Haagsche Nachtegaal (1659)
H.L. Spiegel, ‘Het derde gesprek: Of de lust hier het opperste goed van de mens is’ In: Op zoek naar het hoogste goed (1987)
H.L. Spiegel, ‘Hendrik Laurenszoon Spiegel (1549-1612) Lofdicht tot eer van Amsterdam’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Secundaire literatuur over H.L. Spiegel in de dbnl Balthazar Huydecoper, Proeve van taal- en dichtkunde (1730)
P.J.B.C. van der Aa, ‘Uitnoodiging aan alle beminnaars der vaderlandsche letterkunde, ter mededeeling van minbekende bijzonderheden omtrent Hendrik Laurenszoon Spiegel.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1809 (1809)
Jeronimo de Vries, ‘Vierde afdeeling. Zestiende eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
Willem de Clercq, ‘Tweede Tijdperk. Hetzelve bevat de verspreiding eener hoogere Letterkundige beschaving door de Leden der Kamer in Liefde bloeijende, te Amsterdam, en eindigt bij de terugkomst van Hooft uit Italiën.’ In: Verhandeling ter beandwoording der vraag welken invloed heeft vreemde, inzonderheid de Italiaansche, Spaansche, Fransche en Duitsche, gehad op de Nederlandsche taal- en letterkunde sints het begin der vijftiende eeuw tot op onze dagen? (1824)
W.J. Hofdijk, ‘Derde tijdvak Latere Nederlandsche letteren. (Van 1550-1790.)’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1857)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘II. Ontbolstering.’ In: Portretten van Joost van den Vondel (1876)
W.J.A. Jonckbloet, ‘II. De Amsterdamsche rederijkers.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: De zeventiende eeuw (1) (1889)
G. Kalff, ‘Een nieuw handschrift van Hooft en een onuitgegeven tooneelstuk van Spieghel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Robert Fruin, ‘XIV. De kerk, de godsdienst en de letterkundige beschaving in de Vereenigde Nederlanden.’ In: Tien jaren uit den Tachtigjarigen Oorlog (1899)
J.W. Muller, ‘Twee onbekende werken van Spieghel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Prudens van Duyse, ‘Vijfde hoofdstuk. Rederijkers, die van in de XVe tot de XVIIe eeuw een voornamen invloed hebben uitgeoefend.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 2 (1902)
G. Kalff, ‘Coornhert, Spieghel, Roemer Visscher.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3 (1907)
J. Aleida Nijland, ‘Spieghel en Marot.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Renaissance en Humanisme in Nederland’ In: Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1916)
J. Prinsen J.Lzn, Handboek tot de Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1916)
Albert Verwey, ‘Hendrick Laurensz. Spieghel Door Albert Verwey’ In: De Beweging. Jaargang 14 (1918)
Albert Verwey, ‘Hendrick Laurensz. Spieghel Door Albert Verwey’ In: De Beweging. Jaargang 14 (1918)
Albert Verwey, ‘Hendrick Laurensz. Spieghel Door Albert Verwey’ In: De Beweging. Jaargang 14 (1918)
Albert Verwey, ‘Hendrick Laurensz. Spieghel Door Albert Verwey’ In: De Beweging. Jaargang 14 (1918)
N. van der Laan, ‘Inleiding.’, ‘§ I. Roemer Visscher's leven.’ In: Uit Roemer Visscher's Brabbeling. Deel 1 (1918)
N. van der Laan, ‘Het tweede schock van de Rommelsoo.’ In: Uit Roemer Visscher's Brabbeling. Deel 1 (1918)
N. van der Laan, ‘Het vijfde schock van de quicken.’ In: Uit Roemer Visscher's Brabbeling. Deel 1 (1918)
J. te Winkel, ‘VI. De strijd voor de Nederlandsche taal.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
J. te Winkel, ‘VII. De Eglentier te Amsterdam onder leiding van Spieghel en Visscher.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
Marcus Boas, ‘C.A. Boomgaert, een vriend van Coornhert en Spieghel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
M. Buisman J. Fzn. en C.G.N. de Vooys, ‘Boekbeoordelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Catharina Ypes, ‘II. Toenemende belangstelling voor Petrarca tijdens de Zestiende eeuw’ In: Petrarca in de Nederlandse letterkunde (1934)
Gerard Brom, Vondels geloof (1935)
Jan L. Walch, ‘Een stap verder’ In: Nieuw handboek der Nederlandsche letterkundige geschiedenis (1943)
A.J. de Jong, ‘Henric Laurens Spiegel door Dr. A.J. de Jong’, ‘Henric Laurens Spiegel’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 3 (1944)
L.J. Rogier, ‘XIII. Geestelijk leven’ In: Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de 16e en de 17e eeuw (1945-1947)
G.P.M. Knuvelder, ‘Rond Amsterdam’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 (1948)
P. Geyl, ‘6. Omwentelingen in het cultuurleven’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (1948-1959)
P. Minderaa, ‘Kanttekeningen bij de Hertspieghellektuur I.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
H. Algra en A. Algra, ‘4. Restauratie en revolutie’ In: Dispereert niet. Deel 3 (1956)
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
L.C. Michels, ‘Spiegels Revierein’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
P.A.F. van Veen, ‘De Nederlandse hofdichten’ In: De soeticheydt des buyten-levens, vergheselschapt met de boucken (1960)
R. Foncke, ‘Twee dichterlijke vrienden - Hendrick Laurensz. Spieghel en Roemer Visscher - schrijven aan elkaar in verzen Door R. Foncke Lid van de Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nieuwe reeks 1962 (1962)
W.Gs Hellinga, ‘De zestiende eeuw’ In: Kopij en druk in de Nederlanden. Atlas bij de geschiedenis van de Nederlandse typografie (1962)
G. Geerts, ‘Hoofdstuk II Enkele teoretici: hun woorden en hun daden’ In: Genus en geslacht in de Gouden Eeuw. Een bijdrage tot de studie van de nominale klassifikatie en daarmee samenhangende adnominale flexievormen en pronominale verschijnselen in Hollands taalgebruik van de zeventiende eeuw (1966)
G. Geerts, Genus en geslacht in de Gouden Eeuw. Een bijdrage tot de studie van de nominale klassifikatie en daarmee samenhangende adnominale flexievormen en pronominale verschijnselen in Hollands taalgebruik van de zeventiende eeuw (1966)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1970)
Ulrich Bornemann, ‘3. Kapitel Der Aufbau der Muttersprache’ In: Anlehnung und Abgrenzung (1976)
D.V. Coornhert, ‘Coornherts voorstellen in de praktijk gebracht? 5’ In: Boeven-tucht (1985)
D.V. Coornhert, ‘Aansporing tot gelijkmoedigheid bij het sterven van vrouw en kinderen; lof van Seneca’ In: Weet of rust (1985)
D.V. Coornhert, ‘Gelijkmoedigheid bij het verlies van een deugdzame vrouw’ In: Weet of rust (1985)
D.V. Coornhert, ‘Opdracht van de Zedekunst aan Hendrik Laurenszoon Spiegel’ In: Weet of rust (1985)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘5 De morele instructie van de Ithys’ In: Samuel Coster, ethicus-didacticus (1986)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘5 De politiek-morele instructie van de Iphigenia’ In: Samuel Coster, ethicus-didacticus (1986)
Sipko Melissen, ‘De Goddelijke Mens Een humanistendiscussie over de natuur van de mens Sipko Melissen’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
Jan Kuijper, ‘de tombe van h.l. spiegel’ In: Tomben (1989)
Joannes Six van Chandelier, ‘[15] Dank aan Hendrik Laurents Spiegel, voor een mandeken met persen.’ In: Gedichten (2 delen) (1991)
Joannes Six van Chandelier, ‘[72] Aan Hendrik Laurents Spiegel.’ In: Gedichten (2 delen) (1991)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘2. Stof en morele lering’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
Marijke Spies, 'Developments in Sixteenth-Century Dutch Poetics. From "Rhetoric" to "Renaissance"' (1993)
W. Waterschoot, 'Marot or Ronsard? New French Poetics among Dutch Rhetoricians in the Second Half of the 16th Century' (1995)
C. Rooker, ‘Terug tot Ida Quekels C. Rooker’ In: Literatuur. Jaargang 14 (1997)
Dirk Geirnaert, Marijke Mooijaart, Els Ruijsendaal en Rob Tempelaars, ‘5.2. Interne taalgeschiedenis’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
W.M.H. Hummelen, ‘2 12 Numa’ In: Repertorium van het rederijkersdrama 1500-ca. 1620. Herziene editie (2003)
Terug naar overzicht
H.L. Spiegel, door H.W. Caspari.