auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




Jacob Westerbaen

geboren: 7 september 1599 te Den Haag
overleden: 31 maart 1670 te Loosduinen


Biografie(ën) over Jacob Westerbaen

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 6 VIC-ZYP (1827)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 20 (1877)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 10 (1937)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Jacob Westerbaen

Minnedichten, 1624
Nieu liedt-boeck ghenaemt Der minnaers harten jacht ofte de Groote Aemstelredamsche rommelzoo, 1627
Minne-Dichten. Op nieuws vermeerdert, ende sommighe te vooren noyt ghedruckt, 1633 (vermeerderde druk)
Gedichten, 1644
Gedichten van nieuws by den auteur oversien, 1644 (verbeterde en vermeerderde druk)
Minne-dichten. Van nieuws byden autheur oversien, vermeerdert en verbetert. In desen laetsten druck van veele mistellingen verbetert, ende met nieuwe platen verrijckt., 1644 (verbeterde en vermeerderde druk)
Kracht des geloofs van den voortreffelijcken ende vermaerden Nederduytschen poeet Joost van Vondelen, 1648
Arctoa Tempe, 1654
Davids Psalmen in Nederduytsche rijmen gestelt, 1655
De verliefde Dido, 1655
Gedichten, verdeylt in vijf boecken, 1657
Seneca's Troas, 1658
Erasmus' Lof der Zotheid, 1659
De ses comedien van P. Terentius, 1663
Gedichten, verdeylt in vijf boecken, 1672 (2de druk)
Het eerste deel der gedichten van Jacob Westerbaen, Ridder, Heer van brandwijck en Gybland &c., 1672 (?)

Uitgaven van Jacob Westerbaen

Minneliederen, 1956
Gedichten, 2001

Primaire teksten van Jacob Westerbaen elders in de dbnl

Jacob Westerbaen, ‘Droom.’ In: 't Amsteldams Minne-Beeckie (1645)
Jacob Westerbaen, ‘Op een Kusje.’ In: 't Amsteldams Minne-Beeckie (1645)
Jacob Westerbaen, ‘Op een Kusje.’ In: Utrechts zang-prieeltjen (1649)
Jacob Westerbaen, ‘[De lustelijcke Mey is in den tijd]’ In: Het Haerlems leeuwerckje in-houdende veel aerdige nieuwe liedekens, met veel nieuwe voysjens (1672)
Jacob Westerbaen, ‘Nieuw Liedeken.’ In: Delfschen Helicon ofte grooten Hollandschen nachtegael (1720)
C. Barlaeus, Johan van Brosterhuyzen, Jacob van der Burgh, Jacob Cats, Daniël Heinsius, P.C. Hooft, Laurens Reael, Joost van den Vondel en Jacob Westerbaen, ‘Bijlage. Lofdichten, opdracht, voorrede, enz. van de Otia (1625).’ In: Gedichten. Deel 2: 1623-1636 (1893)
H. van Beaumont, Marcus Zuerius Boxhorn, Henrick Bruno en Jacob Westerbaen, ‘Bijlage. Voorrede, lofdichten, enz. van Hofwyck (1653).’ In: Gedichten. Deel 5: 1652-1656 (1895)
C. Barlaeus, H. van Beaumont, François le Bleu, Cornelis Boey, Marcus Zuerius Boxhorn, Henrick Bruno, Jacob van der Burgh, Jacob Cats, Jeremias de Decker, George Rataller Doubleth, Daniël Heinsius, Nicolaus Heinsius, P.C. Hooft, Daniël Mostart, Hendrik Nierop, Catharina Questiers, Anna Maria van Schurman, Joost van den Vondel en Jacob Westerbaen, ‘Opdracht, lofdichten, enz. van de Korenbloemen (1658).’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
Simon Simonides en Jacob Westerbaen, ‘Bijlage. Opdracht, lofverzen, enz. van de Zee-straet (1667).’ In: Gedichten. Deel 7: 1661-1671 (1897)
Bart Besamusca, E.G.A. Galama, A. Gijsberti Hodenpijl, Anna de Haas, Jacob Westerbaen en G.C. Zieleman, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)

Secundaire literatuur over Jacob Westerbaen in de dbnl

Jan Vos, ‘Den Eed. Gestr. Heer Jakob Westerbaan, Ridder, Heer van Brandtwyk, Gyblandt &c. Door Visscher gesneeden.’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Joan Blasius, ‘Aan den Ed. Achtbaaren en Hoog-geleerden Heer, Mijn heer en vriend Jakob Westerbaan, Ridder, Heer van Brandwijk, en Gybland, &c.’ In: Fidamants kusjes, minne-wysen en by-rymen aan Celestyne (1663)
Jan Vos, ‘Aan den Eed. Gestrengen Heer Jakob Westerbaan, Ridder, Heer van Brandtwijk, Gyblandt, &c. met mijn gedichten.’ In: Alle de gedichten. Deel 2 (1671)
Lambert Bidloo, ‘Tiende boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
Jeronimo de Vries, ‘Tweede afdeeling. Opgave der dichters dezer eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Het huwelijk van Jacob Westerbaen.’ In: De Gids. Jaargang 1 (1837)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Kusjens, nevens het oorspronkelijke van Janus Secundus.’ In: De Gids. Jaargang 3 (1839)
Jacob Cats, ‘Aen den hoogh-geleerden, wijt-beroemden heer Jacob Westerbaen, ridder, heer van Brantwijck en gyblant; op Desselfs arctoa tempe, te weten: Ockenburgh sijn woonstede.’ In: Alle de werken. Deel 2 (1862)
Willem Doorenbos, ‘III. De Nederlandsche letterkunde in de 17de en 18de eeuw.’ In: Handleiding tot de geschiedenis der letterkunde. Deel 2 (1873)
J.A. Worp, ‘Jacob Westerbaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
W.J.A. Jonckbloet, ‘IV. Planeten.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4: De zeventiende eeuw (2) (1890)
Constantijn Huygens, ‘[1656]’ In: Gedichten. Deel 5: 1652-1656 (1895)
Constantijn Huygens, ‘[1655]’ In: Gedichten. Deel 5: 1652-1656 (1895)
Constantijn Huygens, ‘[1660]’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
Constantijn Huygens, ‘[1658]’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
Constantijn Huygens, ‘[1657 vervolg]’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
Constantijn Huygens, ‘[1657]’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
Constantijn Huygens, ‘[1661]’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
Constantijn Huygens, ‘[1656]’ In: Gedichten. Deel 6: 1656-1661 (1896)
G. Kalff, ‘Het tweede geslacht. Krul, Bodecheer Benningh, Westerbaen, Jongtys, Goddaeus, Martinius, Van der Veen, Poirters, De Decker.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
Jan Koopmans, ‘Vondel en De Decker in Westerbaen's jachtperk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Constantijn Huygens, Briefwisseling. Deel 5: 1649-1663 (1916)
Constantijn Huygens, Briefwisseling. Deel 6: 1663-1687 (1917)
J. te Winkel, ‘XXXV. Jacob Westerbaen, navolger van Huygens.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
Juliette Louise Cohen, ‘III’ In: Dante in de Nederlandsche letterkunde (1929)
Joost van den Vondel, ‘Aen Mr. Johan Koenerding.’ In: De werken van Vondel. Deel 8. 1656-1660 (1935)
Aubert-Tillo van Biervliet en D. Cracco, ‘Mengelmaren’ In: Biekorf. Jaargang 50 (1949)
G.A. van Es en Edward Rombauts, ‘2. Vreugden van het buitenleven’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 5 (1952)
P.A.F. van Veen, ‘De Nederlandse hofdichten’ In: De soeticheydt des buyten-levens, vergheselschapt met de boucken (1960)
W.A.P. Smit, ‘Hoofdstuk XII De ‘Aeneis’-vertalingen naast die van Vondel’ In: Kalliope in de Nederlanden (1975-1983)
Willemien B. de Vries, ‘Willemien B. de Vries Westerbaen met het oog op ‘Hofwijck’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
L. Strengholt, ‘Die zoetsappige dichters Huygens over Westerbaen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 78 (1985)
Adriaen van de Venne, ‘Hoofdstuk 5 'De voornaemste Woel-Lieden, ofte Kermis-Gasten'’ In: Tafereel van de belacchende werelt (1994)
Theo Hermans, ‘32 [Anonymus,] I. van Vondelen Voorlooper, Overwegende den Sin ende Inhout vande Voorreden gestelt voor de Psalmen Davids, Gerijmt door Iacob Westerbaen, Ridder, Heere van Brandwijck, Gijbland etcetera. Amsterdam, 1655’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
Theo Hermans, ‘31 Jacob Westerbaen (vert.), Davids Psalmen In Nederduytsche Rijmen gestelt door Jacob Westerbaen, Ridder, Heer van Brandwijck ende Gybland, &c. Op de selfde wijsen ende getal van Zang-versen / als die in de Fransche ende Nederlantsche Gereformeerde Kercken werden gesongen. 's-Gravenhage: Anthony en Johannes Tongerloo, 1655’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
Johan Koppenol, ‘Westerbaens Ockenburgh’ In: De schepping anno 1654 (2001)
Johan Koppenol, ‘Johan Koppenol Een wonderlijke wandeling Met Westerbaen naar Ockenburgh’ In: Literatuur. Jaargang 20 (2003)


Terug naar overzicht