| |
Dubbelsterren (fragment)
- Hoe lang kon zoiets duren? Op het strand bij Eastham,
- in het gedempte goudlicht van een parasol, half
- in slaap gezongen door de koelblauwe ondertonen
- van de oceaan - in zomerstemming, kalm en speels,
- maar onbetrouwbaar als een beer in een hertenkamp -,
- kenden zij geen angst voor de bodemloze val die zij
- in zichzelf maar ook in elkaar ervoeren, en keken
- naar de dingen met de glimlach van de Mona Lisa
- losjes op de lippen, vastbesloten van alles vooral
- de lichte kant te zien, en de duistere te dulden.
-
- Ze liepen uren langs het strand, soms helemaal
- tot Newcomb Hollow en namen in de schemering
- rozig en tevreden de taxi terug naar huis. Opgetild
- door de cicaden, golven in de klamme nacht,
- lazen zij elkanders huid met vleugelzachte vingers
- in de schaduwhuivering van het muskietennet
- en begrepen niets dan dit redeloze zeker weten
- van hun liefde voor de ander en dus voor zichzelf.
- De weken verstreken. Sarah werkte nu doorlopend
- aan haar fotoserie over ‘Heilig Water’. Soms was Tosk
-
- haar model, danste met een driekroon op
- naakt door de branding in de opkomende zon -
- en haar foto's toverden hem om tot godenzoon.
- Tosk deed hetzelfde op zijn andere manier, schreef
- nu en dan een stadsgedicht, plaatste haar op een plein
- onder een lantaarnpaal en als zij daar stoer of verlegen,
- lief of juist uitdagend stond, dan wolkten de woorden
- om haar heen, zag hij kleuren om zelf te benoemen
- - er was nog geen naam in geen enkele taal voor -,
- en hoorde hij in het ruisend licht dat haar passeerde
-
- hoe zij als een liedje uit zichzelf naar voren trad:
- ‘In leren jack gestoken hoog nymfijnenblonde heerseres
- die langzaam tussen claxontaxi's Broadway oversteekt,
- het kleine net-niet mollige blozendlief ontklede liefdesdier
- op Brooklyn Bridge boven de spiegelbrand in de East River
- als de zon ondergaat, Manhattan in de wolken zinkt,
- zoals het Oude Waterrijk in schotsen van Antarctica...’
- Zie je wel, hij dacht aan haar en hij hoorde taal. Inspiratie,
- sure, dit leek meer op toverij. Of hemelse genade. Allebei
- waarschijnlijk. Gods toverij. En Sarah haar genade.
-
- Langzaam werd het herfst, al zag je daar nog
- weinig van: de bossen bleven intact en ook de zon
- wist van geen wijken, hoewel hij steeds diffuser
- oprees uit de oceaan en de dagen al verkilden.
- Maar in hun omhelzingen bleef het zomer,
- scheerden de vogels door goudlicht en houtgeur,
- zongen de bloemen hun gloedrode wijsjes en snikten
- de krekels ontroerd in het nachtgras, wanneer zij
- op hun rug elkaar de dubbelsterren wezen die zij
- waren voor hun val in elkaars voorzegde armen.
-
-
- Pieter Boskma
‘Dubbelsterren’ is een hoofdstuk uit het roman-gedicht De aardse komedie, dat op 21 maart a.s. zal verschijnen bij uitgeverij Prometheus.
|