| |
Mevrouw Despina ziet een neushoorn
- Nu ze hem beslopen heeft van ver
- stokt haar adem om zijn hoorn.
- Blijkt hij een moeder.
- Grijs en ver kijkt het oog
- uit een oudheid van leven
- het lijf is gekleid door grond
- zo onbekend, dat zij zichzelf
- verloren voelt, zonder leidraad
- verdwaald op de aardbol.
- Wil ze het kalf zijn, wil ze
- bestaan en zwaar zijn als zij -
- gehuld in dik leer kalm draven
- naar struiken, al eeuwen bekend.
-
-
- Marjoleine de Vos
‘Mevrouw Despina ziet een neushoorn’ zal te zijner tijd verschijnen in de tweede dichtbundel van Marjoleine de Vos.
|