Nieuwe gedichten     |     juli/augustus 2002     |     voorgaande afleveringen
 

 

IJSSELGLIJDEN

Aan boord van het motorpersoonschip Organza
laven we ons aan uiterwaarden en zicht op gevogelte
zo nemen we waar de eend, de aalscholver, de gans
de meeuw, de zwaan en al wat verder vliegt
 
over het groene land dat aan dit water grenst
ach, hoe leeg de rivier, hoe ijdel ons vermaak
glijdend over de IJssel van Deventer naar Zutphen
en in Zutphen weer terug, het heen en weer
 
is aan pontschippers en ons want ook
al wat vliegt en zwemt, de baars, de snoek
de voorn, de karper en de gespekte tjiftjaf
lomen zich in en op en boven de wateren voort
 
 
Bart FM Droog



‘IJsselglijden’ werd niet eerder gepubliceerd.