| |
Afscheid
- Het roze aderwerk: de lijnen met een dun penseel gezet,
- en hoe het aan de slapen marmert. Ledematen
- die in steen verstomden- de vingertoppen broos, in kringen
- heeft de tijd korstmossen, algen afgezet op schouderblad, een
-
- borstbeen dat, nog niet gebarsten, lijkt te spreken-
- nee, alles is stil nu. Je staat in de post van de
- deur. Geen negatief ontwaakt. Erosie aan de randen van het
- beeld: tijd breekt de tijden in zich af.
-
- Zij was degene naar wie elke naam steeds
- terug zou komen, kinderen dansten de keerkring
- rond haar sokkel- niemand zag de tekening op
- deze vloeren- tegels die geen voetstappen verdroegen zonder
-
- aanwijzing van deze heerseres. Men schikte zich,
- als anderen. Sprak lof en vleide en aanbad volgens de
- regels van haar spel. ‘Tarantula? Ach kom. Ik ben
- gewoon die ben. En bovendien: wie kan bestaan zonder zijn
-
- dampkring? Ze zijn mijn sterrenstelsels, magische cirkels.
- Elk kind een parel in mijn kroon.’
- Haar oog- topaas, desnoods. Graniet: pupil en iris rood.
- ‘Maar alles blijft zoals het is: ik ben de Moeder en men
-
- heeft mij lief.’
- De deurpost, jaren later. Ook nu geen veiligheid, maar een
- vergissing in het perspectief, een ander oculair:
- een fout is zo gemaakt, en dat gebarsten borstbeen: een scheur
- zo dun als een haar.
-
-
- Liesbeth Lagemaat
‘Afscheid’ verschijnt rond 21 maart a.s. in het lentenummer van De Tweede Ronde, dat gewijd zal zijn aan ‘hoogmoed’.
|