Nieuwe gedichten     |     november 2005     |
 

 

Een gracht, waar eend en waterhoen
voortdurend watertrappen
om voort te gaan, niet om te drijven
zoals de watervreemde mens.
 
Als zij vooruitgaan
maken zij een dubbelspoor
van kleine kolken,
en boegwater als de verticale
doorsnee van een pannendak,
negentig graden omgeklapt.
 
 
L.Th. Lehmann

 

Dit gedicht zal verschijnen in de eerstvolgende bundel van L.Th. Lehmann, bij Uitgeverij De Bezige Bij.