| |
- Een gracht, waar eend en waterhoen
- voortdurend watertrappen
- om voort te gaan, niet om te drijven
- zoals de watervreemde mens.
-
- Als zij vooruitgaan
- maken zij een dubbelspoor
- van kleine kolken,
- en boegwater als de verticale
- doorsnee van een pannendak,
- negentig graden omgeklapt.
-
-
- L.Th. Lehmann
Dit gedicht zal verschijnen in de eerstvolgende bundel van L.Th. Lehmann, bij Uitgeverij De Bezige Bij.
|