|
Nog even uitstel
- De toon is gezet.
- De poppetjes, de ranzigheden zijn getekend.
- Er wacht ons een hoop werk, het huis is vies.
- Uiteindelijk gaan we van iets moois
- iets lulligs maken, wordt er gezegd -
-
- het lijf uitleven,
- grenzeloos de troost uitstellen,
- een geurige levensloop - van een
- hoopvol mens - gaan we verteren,
- wordt er beweerd.
-
- Maar de dag is alweer verkwanseld vandaag.
- Dus, nog éven verdaging, zal ik maar zeggen.
- Uitstel immers, was nooit het probleem.
-
- (...)
-
- En dan nog wat zon, en struiken vol jeneverbessen
- en prikkeldraad waarachter een welhaast
- witte koe met verwachtingsvolle blik
-
- nog wat mannelijk zittend vlees op bruin gras
- met daarop een hoofd vol vioolklanken
- naast vrouw met hoorn aan een tafel
-
- nog wat rijst in borden, voor de buitenhaard waarin hout
- wat nagloeit als zon achter de bomenrij wegzakt
- en een baby wat draadloos
-
- nabazelt in het gevlekte oor
- terwijl schaduw al het gras indaalt
- en een eikel hard het dak opstuitert
-
- een overbuurman stil zijn hol inschiet
- en - bladstil - zelfs de vogels kappen...
- als verbinding wordt verbroken
-
- staat alles als het stond
- borden zijn vrijwel leeg
- er klinkt geen viool
-
-
- Wim de Roo
‘Nog even uitstel’ zal in mei verschijnen in de eerstvolgende aflevering van Tirade (nr. 418).
|
|