| |
Klein slaapliedje voor E.
- Stil maar slaap maar – de tuin ruist
- zacht zacht terwijl een klein bizar
- dierenverhaal nog juist je oor
- bereikt. Al bijna onder het warme,
-
- zware zeil als ik nog spreek
- van het moede dier dat zich oprolt
- in zijn kleine huis beweegt je hand
- alsof ik erin knijp – maar niemand
-
- knijpt. Dan bereik je verre wateren,
- uitgestrekte meren waar een zwaan
- neerstrijkt. Je volgt zijn blik, hij ziet
- een vis en zijn kop verdwijnt onder
-
- de donkere spiegel. Daar zie je
- de stille achterkant van de wereld:
- over alles wat echt was vandaag
- hangt nu de stilte van de nacht.
-
-
- Victor Schiferli
‘Klein slaapliedje voor E.’ zal te zijner tijd verschijnen in Victor
Schiferli's nieuwe bundel Verdwenen obers.
|