| |
Jetayu
- Als dorpsjongen, niets gewend,
- stond ik een keer op de zolder
- van het Goes Museum oog in oog
- met Jetayu, de mythische reuzengier.
- Hij sloeg een vuurwaaier
- van staart en vlerken open,
- een werveling van kracht en kleur,
- en schreeuwde het gotische gewelf
- vol oosterse triomf.
-
- Ooit had ik een oom op Java
- die uit de sprookjeswereld daar
- batikdoeken zond,
- theelepels met wayangmotieven,
- ‘kermisrommel’ die mijn moeder
- naar de garage verbande. Ooit leerde ik
- de vulkanen van Java op rij, kende
- de ‘tankuban prahu’, zong
- Indische liedjes met heftig uitwee
- naar de tropen die ik nooit bezocht.
-
- Jaren verstreken. Jetayu,
- teruggevonden op dezelfde zolder,
- kreeg door een ruil zijn plaats
- in mijn tempelcel van rood en goud.
- Hij in het Noorden en Garuda in het Zuiden
- klapwiekend boven het zwevend neuzelen
- van een antieke gamelan.
-
-
- Hans Warren
‘Jetayu’ zal deze maand verschijnen in Hans Warrens nieuwe bundel Een stip op de wereldkaart, die bij zijn tachtigste verjaardag door Uitgeverij Bert Bakker wordt uitgegeven.
|