| |
Burger King
- Was er een tijd dat ik hier boven stond,
- mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
- niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
- een taal te denken die geen tanden heeft?
- Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.
-
- Dus slof ik door de leeszaal van de straat
- en blader maar wat door de Burger King,
- gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
- eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
- - Als deze wanhoop ons Walhalla is,
-
- als hier het echte leven staat te lezen,
- mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
- betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
- eerder verbaasd dat alles wat zo laag
- en lelijk is zo sterk en stevig staat.
-
- Menno Wigman
‘Burger King’ zal binnenkort verschijnen in het ‘herfstnummer’ van De
Tweede Ronde
|