| |
Van het eiland
-
- Het is natuurlijk maar een vraag, maar landschap
- onder water, denk je dat dat leesbaar blijft,
- of dat het zich pas prijsgeeft, als het droogvalt
- en zo'n beetje eiland wordt (leesbaar, verstond ik;
- was het soms leefbaar, als een spraakgebrek?),
- of dat het gors of griend is, dat je laarzen
- nodig hebt en, wat je zegt, voldoende hout, zodat de steiger
- nog een meerpaal krijgt, zo'n zwarte waar
- een witte kop, en daar een kokmeeuw op,
- bladwijzer voor een kind; wat heb je van je leven?
- het was gebleven bij de mannen in het gure van het dorp
- die bij de steiger in de luwte van een huisje staan
- waar ze soms binnengaan, zo'n mannenhok,
- zeg maar gewoon het pishokje, niets erop of -aan;
- en daar direct de doodsrivier vandaan;
- daar lees je verder nooit eens over, dat de Styx
- zo stinkt, dat zij dat soms gedaan... en dat het
- daarom weg wou, maar de dijken braken door,
- de bruggen waren opgehaald, zoals een neus
- voor wat een neus niet weten wil; zo staat een kind
- te wachten voor een ook al opgeheven veer,
- geen kokmeeuw op een paal - niets leesbaar meer.
-
-
- (bij: Willem van Toorn, ‘Eiland’, in: Tegen de tijd, p. 33)
-
- Ad Zuiderent
‘Van het eiland’ is geïnspireerd op het gedicht ‘Eiland’ van
Willem van Toorn en werd onlangs bij de presentatie van diens Gedichten
1960-1997 door Ad Zuiderent voorgelezen.
|