| |
- ik was de linde toegedaan maar eerde ook de beuk
- en in min was ik met de eiken en 't overspel
- bracht mij naar de wilgen waar ik mij beknotte
- toen zij hun kronen streken.
- maar in nam mij
- de waardin
- die achter 't knotveer dranken dreef.
- zo gul van slok en in haar schenken onbedaarlijk,
- klonk zij als golfslag van een kribbende rivier
- en 't sloeg het bijlen van de bomen
-
-
- b. zwaal
Dit gedicht zal in september 2004 verschijnen in B. Zwaals nieuwe bundel Een
drifter (Em. Querido’s Uitgeverij).
|