de honderd artikelen in chronologische rangschikking, en per jaar alfabetisch



1910

Jan Koopmans, ‘De tendens in de “Willem Leevend” van Wolff en Deken’

1961

G.A. van Es, ‘Rotgans' Eneas en Turnus

1969

P.J. Buijnsters, Imaginaire reisverhalen in Nederland gedurende de 18e eeuw

1970

P.J. Buijnsters, ‘Tijd en plaats in de roman Sara Burgerhart

1971

P.J. Buijnsters, ‘Karakteruitbeelding in de roman Sara Burgerhart

 

A.N. Paasman, ‘Loopt geitevoeten! Over de interpretatie van De Maen by Endymion

1972

C.M. Geerars, ‘Theorie van de satire’

1972-1973

R.P.W. Visser, ‘Natuurwetenschap en poëzie bij enige Nederlandse literatoren uit de 18e eeuw’

1973-1976

W.R.D. van Oostrum, ‘Sara's eerste kraambed: enkele opmerkingen over tijd en ruimte in Sara Burgerhart

1974

Peter Rietbergen, ‘Pieter Rabus en de Boekzaal van Europe.’

 

M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Bruilofts- en liefdeslyriek in de 18e eeuw: de rol van de literaire conventies’

1975

B. de Ligt, ‘Uit de geschiedenis van een sonnet’

1978

Rob Erenstein, ‘Onno Zwier van Haren en “Agon, sulthan van Bantam”’

1978-1979

Thomas Mattheij, ‘De ontvangst van Richardson in Nederland (1750-1800)’

1979

A.N. Paasman, Reinhart, of literatuur en werkelijkheid

1979-1980

W.R.D. van Oostrum, Julia (-) drukken vóór 1800 II’

1980

J.J. Kloek, ‘Vielen de juffrouwen van 'erzelven? Of: is receptiegeschiedenis mogelijk?’

S.F. Witstein, ‘Met het oog op de doctrine. Het Frans-clasicisme in Huydecopers “Achilles”’

1981

W. van den Berg, Sara Burgerhart en haar derde stem’

 

A.J. Hanou, ‘Dutch periodicals from 1697 to 1721: in imitation of the English?’

 

J.J. Kloek, ‘Rhijnvis Feith, het belang en de gevoelige lezer. Een receptie-esthetische problematiek avant la lettre’

1982

Adèle Nieuweboer, ‘De populariteit van het vertaalde verhalend proza in 18e-eeuws Nederland en de rol van de boekhandel bij de praktijk van het vertalen’

1983

Bert Thobokholt, Het taal- en dichtlievend genootschap ‘Kunst wordt door arbeid verkreegen’ te Leiden, 1766-1800

1984

P.J. Buijnsters, ‘Kennis van en waardering voor Middelnederlandse literatuur in de 18de eeuw’

 

P.J. Buijnsters, ‘Nederlandse leesgezelschappen uit de 18e eeuw’

 

P.J. Buijnsters, ‘Sociologie van de spectator’

 

J.J. Kloek, ‘Lezen als levensbehoefte. Roman en romanpubliek in de tweede helft van de 18e eeuw’

 

Maaike Meijer, ‘Vrome en geleerde hartsvriendinnen in de achttiende eeuw in Nederland’

 

J.J.V.M. de Vet, ‘Maecenaat in de pruikentijd’

1985

Peter Altena, ‘Literatuur als mogelijk bedrog. Over De Leevens Byzonderheden, van Johan Hendrik, Baron van Syberg (1733) van Jacob Campo Weyerman’

 

J.J. Kloek, ‘Expressie versus imitatie - natuur tegenover natuur. Een literair-theoretische discussie in 1780’

 

Frank van Lamoen, ‘Willem van Swaanenburg: halfmalle scribbelaar’

 

Herman Roodenburg, ‘“Venus minsieke gasthuis”. Over seksuele attitudes in de achttiende eeuwse republiek’

1986

Peter Altena, ‘Het Journal litéraire en de Poëtenoorlog in de Nederlandse literatuur’

 

A.J. Hanou, ‘Literaire euthanasie. Het sterven der schilders in Weyermans “Levensbeschryvingen der konstschilders”’

1987

Jos Smeyers, ‘Van traditie naar vernieuwing. De Zuidnederlandse letterkunde in de Oostenrijkse tijd’

1988

Han Brouwer, ‘Rondom het boek. Historisch onderzoek naar leescultuur, in het bijzonder in de achttiende eeuw. Een overzicht van bronnen en benaderingen, resultaten en problemen’

 

Brita Rang, ‘“Geleerde Vrouwen van alle Eeuwen ende Volckeren, zelfs oock by de barbarische Scythen”. De catalogi van geleerde vrouwen in de zeventiende en achttiende eeuw’

 

A. Agnes Sneller, ‘Utopia of een vrouwenuniversiteit omstreeks 1700’

1988-1989

Han Brouwer, ‘Sociale ideeëngeschiedenis en bestedingspatronen: de kopers van de Katechismus der Natuur in Zwolle, 1777-1785’

1989

Willem Frijhoff, ‘Verfransing? Franse taal en Nederlandse cultuur tot in de revolutietijd’

 

Judith Vega, ‘Het Beeld der Vryheid; Is het niet uwe Zuster?’

1990

Peter Altena, ‘De autobiografie van een Delfts patriot. Over Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap (1792) van Gerrit Paape’

 

J.J.V.M. de Vet, Chronomastix kastijdt zijn eeuw: een blik in een curieuze zedenspiegel’

1991

Arie Jan Gelderblom, ‘Wolff en Deken als liedjesfabriek’

 

Ellen Krol, ‘Over “den Meridiaan des huisselyken levens” in Sara Burgerhart

 

Marleen de Vries, ‘Een staaltje Feliciaanse diplomatie. Het departement letterkunde van Felix Meritis tijdens en na de patriottentijd (1779-1795)’

1992

Peter Altena, ‘“Liever een' arent dan een' kerkuil”. Over Den Adelaar (1735) van Jacob Campo Weyerman, De Hollandsche Spectator (1731-1735) van Justus van Effen en de geschiedenis van de “weekelyksche schriften”’

 

Peter Altena, ‘Van boekenhaat en “bibliomania”. De verbeelding van de bibliotheek in Nederlandse literatuur van de achttiende eeuw’

 

Jacqueline de Man, ‘Zinnelijkheid en beschaving. Achttiende-eeuwse opvattingen over het Nederlands als literaire taal’

 

P.W. van Wissing, ‘“Heethooftige en speculateur”. Petrus de Wacker van Zon (1758-1818)’

1993

Dini M. Helmers, ‘“Tweedracht in hun huisselijk koningrijk”. Scheidende paren en huwelijkse deugden (1753-1810)’

 

Jacqueline de Man, ‘De etiquette van het schertsen. Opvattingen over de lach in Nederlandse etiquetteboeken en spectators uit de achttiende eeuw’

 

Theo van der Meer, ‘Grouwelen onzer eeuwe. Jacob Campo Weyerman en de sodomietenvervolgingen van 1730’

 

Marijke Meijer Drees, ‘Vaderlandse heldinnen in belegeringstoneelstukken’

 

S.D. Post, ‘De aantekeningen van Pieter de la Ruë. Een 18e-eeuwse bron voor receptieonderzoek op letterkundig gebied’

1994

Arianne Baggerman, ‘Lezen tot de laatste snik. Otto van Eck en zijn dagelijkse literatuur (1780-1798)’

 

Rob Beentjes, ‘...En de man hiet Jan van Gyzen. Een verslag van tien jaar lief en leed in Jan van Gysens Weekleyksche Amsterdamsche Merkuuren (1710-1722)’

 

J.J. Kloek, ‘De lezer als burger. Het literaire publiek in de achttiende eeuw’

 

José de Kruif, ‘“En nog enige boeken van weinig waarde”. Boeken in Haagse boedelinventarissen halverwege de 18e eeuw’

 

Jan Oosterholt, ‘Kunstdrift en kunstbewerking. Nederlandse lyriekopvattingen in de jaren tachtig van de achttiende eeuw.’

 

Dorothée Sturkenboom, ‘Thermometers voor mannelijkheid en vrouwelijkheid. De betekenis van sekse in de spectatoriale geschriften’

1995

Joris van Eijnatten, ‘Het stamhuis van Oranje en de komst van het vrederijk. Illuminisme en literaire topoi in Bilderdijks vroege politieke gedichten, 1787-1793’

 

Lia van Gemert, ‘“Onwederstanelyken drang”: het vrouwelijk schrijverschap in achttiende-eeuws Nederland’

 

Anna de Haas, ‘“Wy openen de gordijn van ons bebloet Toneel”. Gruwelen op het achttiende-eeuwse toneel’

 

Joke J. Hermsen, ‘Over de vrijheid. Belle van Zuylen en haar kritiek op de verlichte rede’

 

Willeke Los, ‘De travestie van de moraal: deugd en ondeugd als uitingen van mannelijkheid en vrouwelijkheid in het achttiende-eeuwse burgerlijke pedagogische discours?’

 

W.R.D. van Oostrum, ‘De Lannoy's Aan myn Geest (1766): een ingenieus debuut?’

 

M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Liefdestalen van vrouwelijke auteurs’

 

Marleen de Vries, ‘Dichten voor de eeuwigheid. Over eerzucht en onsterfelijkheid in de achttiende-eeuwse literaire genootschappen’

1996

W. van den Berg, ‘Van wonderkind naar total loss? Rijklof Michaël van Goens (1748-1810)’

 

Karel Bostoen, ‘Verzamelaars, bezitters, lezers van Weyermaniana in de achttiende eeuw’

 

Joris van Eijnatten, ‘De man op het vale paard draaft steeds voort. Bilderdijk en het einde der tijden’

 

Joris van Eijnatten, ‘Willem Bilderdijk (1756-1831). De ideeënwereld van het gefnuikt genie’

 

A.J. Hanou, ‘Literaire en politieke vrijheidsstrijd 1780-1800: raakvlakken?’

 

A.J. Hanou, ‘1711. Pieter Langendijk debuteert met Don Quichot op de bruiloft van Kamacho. De bloei van de Nederlandse komedie’

 

Eveline Koolhaas-Grosfeld, ‘“Economische” schilderkunst. De verbeelding van broederschap in de laat achttiende-eeuwse genre-schilderkunst, in het bijzonder van Adriaan de Lelie’

 

Kåre Langvik-Johannessen en Karel Porteman, ‘1700. Inauguratie van de Muntschouwburg te Brussel. Het theaterleven in de Zuidnederlandse hofstad van 1650 tot in de Oostenrijkse tijd’

 

Kees Singeling, ‘Sociable men of letters. Literary sociability in the Netherlands in the second half of the eighteenth century’

 

Brigitte van der Zijde, ‘Gysbert Tyssens (1693-1732). Een broodschrijver in de achttiende eeuw’

1997

Lia van Gemert en Ans J. Veltman-van den Bos, ‘Schrijfsters in de literaire kritiek tussen 1770 en 1850’

 

Anna de Haas, ‘Frans-classicisme en het Nederlandse toneel, 1660-1730’

 

Jan Oosterholt, ‘De smaak voor het “reële”. Opvattingen over de nationale smaak in een aantal poëticale verhandelingen uit de laatste decennia van de achttiende eeuw’

1999

Myriam Everard, ‘Vrouwen voor 't vaderland: burgeres Van der Meer en de Bataafse politiek’

 

Lia van Gemert, ‘De verlichte lezer’

 

Jan Konst, ‘Nederlands toneel 1600-1730. Het onderzoek van de laatste twintig jaar’

 

Marleen de Vries, ‘Dichten is zilver, zwijgen is goud; vrouwen in letterkundige genootschappen, 1772-1800’

2000

E.M. Grabowsky, ‘Katharina Lescailje (1649-1711) en de “vrouwenzucht”. Schijn of werkelijkheid?’

 

W.R.D. van Oostrum, ‘Kenau's erfdochters. Waarom Juliana Cornelia de Lannoy in 1770 eerherstel voor Kenau wilde’

 

Ariadne Schmidt, ‘Van de lusten geproefd. Wellust in het weduwebeeld in de vroegmoderne periode. Twee eeuwenoude weduwebeelden’

2001

Arianne Baggerman, ‘Stank voor dank. Broodschrijvers in dienst van de Dordtse uitgeversfirma A. Blussé en zoon’

 

Myriam Everard, ‘In en om de (Nieuwe) Bataafsche Vrouwe Courant. Het aandeel van vrouwen in een revolutionaire politieke cultuur’

 

Ton Jongenelen, ‘De volmaakte Hollandse broodschrijver Jan Willem Claus van Laar’

 

J.J. Kloek, ‘De onkenbare werkelijkheid van Doctor Schasz. Of: de Enigma-variaties van Gerrit Paape’

2002

E.M. Grabowsky, ‘J.F.M. Sterck “revisited”: een galante actrice’

 

Edwina Hagen, ‘“Kloosterdwang”. Theater, antipapisme en nationaal besef (ca 1770-1800)’

 

A.J. Hanou, ‘De literator als politiek commentator. Het geval: Janus (1787)’

 

A.J. Hanou, ‘Verlichte vrijheid. Over een denkbeeld in imaginaire reizen’

 

M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Leven in de schaduw: Aagje Deken (1741-1804)’

2003

Wiep van Bunge, ‘Philopater, de radicale Verlichting en het einde van de Eindtijd’

 

J.J.V.M. de Vet, ‘Spinoza's “systema” afgewezen in de Examinator. Een moralist in het geweer tegen de cartesiaanse erfenis en op de bres voor de “proefkundige demonstreerwys” ’