De Nederlandse klassieken anno 2002

een enquête naar de canon onder de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde



eindredactie René van Stipriaan


juni 2002




woord vooraf


voldoende aandacht voor de Nederlandse klassieken?

algemene kennis van het Nederlandse literaire erfgoed?

aandacht voor de canon in het onderwijs?

een verplichte literatuurlijst?

de omvang van de Nederlandse literaire canon

welke perioden verdienen in het onderwijs de meeste aandacht te krijgen

bevordering kennis van de Nederlandse literatuurgeschiedenis



de Nederlandse literaire canon anno 2002

     de Nederlandse literaire canon in honderd (en enige) auteurs

            per periode (Middeleeuwen tot en met Moderne Tijd)

            Noord-Nederland/Zuid-Nederland

            naar sexe

     de Nederlandse literaire canon in honderd (en enige) werken

            per periode (Middeleeuwen tot en met Moderne Tijd)

            Noord-Nederland/Zuid-Nederland

            geschreven door vrouwen/mannen


ten onrechte vergeten klassieken

     ten onrechte vergeten auteurs

            per periode (Middeleeuwen tot en met Moderne Tijd)

            Noord-Nederland/Zuid-Nederland

     ten onrechte vergeten titels


de belangrijkste auteur uit de Nederlandse literatuur


het belangrijkste werk uit de Nederlandse literatuur


uit de opmerkingen

     over de canon

     over de vraagstelling

     vertwijfeling

     adviezen en aanbevelingen

     varia





woord vooraf


Eens in de zoveel tijd laait de discussie op over de Nederlandse literaire canon. Bestaat die eigenlijk wel? Hoeveel ‘klassieke’ werken telt de Nederlandse literatuur? Hoort iedere burger zijn klassieken te kennen? Is het noodzakelijk dat middelbare scholieren een lijst met de belangrijkste Nederlandse literaire teksten afwerken? En hoeveel teksten zouden daar dan op moeten staan? Maar de lastigste vraag is: welke werken behoren tot de Nederlandse literaire canon?


Door middel van een kleine enquête heeft de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl) de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde gevraagd naar hun opvattingen over de Nederlandse literaire canon. Er waren meerdere redenen om juist de leden van de Maatschappij te vragen naar hun mening over de Nederlandse klassieken: de Maatschappij is initiatiefnemer van het project dbnl, maar nog belangrijker in dit geval is dat haar leden een grote en representatieve groep literatuurwetenschappers, historici, schrijvers, uitgevers en publicisten vormen, van wie verwacht mag worden dat zij in staat zijn het gehele terrein van de Nederlandse literatuur te overzien.


Uiteraard wilden we door middel van deze enquête achterhalen hoe door de leden van een van de belangrijkste en gezaghebbendste literaire organisaties in het Nederlandse taalgebied gedacht wordt over aard en omvang van de Nederlandse literaire canon. Maar het ging niet alleen om het bevredigen van nieuwsgierigheid. De gegevens van dit onderzoek zullen ter hand worden gesteld aan onze adviescommissies en ze zullen ongetwijfeld een rol gaan spelen bij het ontplooien van nieuwe activiteiten door de dbnl.


Van de 1489 formulieren die werden verzonden, kwamen er vier als onbestelbaar retour. Van de overige 1485 formulieren werden er 299 ingevuld aan ons geretourneerd, dat is 20,8 procent van het totaal. Van de respondenten was 73,9 procent man, 23,8 procent vrouw (2,3 procent heeft geen geslacht aangegeven).


Hieronder wordt een overzicht gegeven van de resultaten per vraag, in de volgorde waarin de vragen op het enquêteformulier gesteld werden. In enkele gevallen zijn nog wat nadere sorteringen (naar periode, naar sexe, en de verdeling Noord-/Zuid-Nederland) toegevoegd. Zoals te verwachten viel, werd een bonte reeks aan auteurs en titels genoemd. Er is voor gekozen niet elke vermelding in de overzichten hieronder op te nemen. Al naar gelang de omvang van de betreffende lijst zijn slechts de auteurs en titels opgenomen die ten minste twee, drie of vier keer genoemd werden.


Het uitvoeren van een onderzoek naar de klassieken van de Nederlandse literatuur is een precaire zaak. In de vraagstelling viel er niet aan te ontkomen te veronderstellen dat er ‘Nederlandse klassieken’ bestaan, en bovendien dat ze met naam en toenaam aangewezen kunnen worden. Hieronder volgen lijsten waarin de telresultaten zijn verwerkt, en dat leidt onwillekeurig tot een ranglijst. Het spreekt voor zich dat deze lijsten met de grootst mogelijke voorzichtigheid gehanteerd moeten worden. Het is een momentopname, een bezinksel van min of meer spontaan gedane suggesties door driehonderd individuen. Diverse respondenten hebben ook aangegeven dat men nog tal van nuances aangebracht had willen zien als men daar de tijd en de ruimte voor had gekregen.


De vraagstelling had zo haar beperkingen, en dat hebben de geënquêteerden in diverse toonaarden laten weten. Velen vonden het aantal van tien auteurs (of werken) te weinig, (zie opmerkingen), sommigen vonden tien te veel. Soms wilde men het liefst per tijdvak een vast aantal titels/auteurs geven, of per genre, of met een onderverdeling Noord-Zuid. Veel werd er geklaagd over de vraag waar men de belangrijkste auteur dan wel het belangrijkste werk mocht noemen; regelmatig werd opgemerkt dat de vraag ‘onmogelijk’ en ‘niet te beantwoorden’ was. Een deelnemer aan de enquête hield het op een bondig ‘kom nou’. Desondanks durfde een ruime meerderheid deze vraag, die allicht wat strijdig is met onze egalitaire cultuuropvattingen, te beantwoorden, en dat leverde interessante contrapunten op bij andere enquêteresultaten. Kwam uit de algemene vraag naar tien Nederlandse literaire klassieken de Gysbreght van Aemstel naar voren als Vondels hoofdwerk, zodra het belangrijkste werk uit de Nederlandse literatuur wordt gevraagd blijkt opeens Vondels Lucifer veel vaker genoemd te worden. Nog saillanter is het regelmatig genoemd worden van de Statenvertaling van 1637 als het belangrijkste werk uit de Nederlandse literatuur: het kreeg daar wel 7 vermeldingen, terwijl het in de ‘gewone’ enquête op 3 vermeldingen bleef steken.


Zo biedt deze enquête veel stof tot nadenken en zo is ze ook bedoeld. Veel van de bevindingen zijn even bezorgd als duidelijk. Een aantal conclusies valt eenvoudig te trekken:

* De aandacht voor de klassieken in onderwijs en media laat sterk te wensen over.

* Voor de kennis van het Nederlandse literaire erfgoed geldt hetzelfde. Het een ligt duidelijk in het verlengde van het ander.

* De appreciatie van het Nederlandse literaire erfgoed verkeert in een impasse; de remedies die hiervoor worden aanbevolen lijken in te spelen op de eisen van deze tijd, ofwel door het aanwenden van media als radio en televisie, ofwel door het moderniseren (door herspellen dan wel hertalen) van oudere teksten.

* Een andere krachtige aanbeveling is het weer verplicht stellen van een ruime literatuurlijst op de middelbare scholen; in meerderheid spreekt men zich uit voor een lijst van ten minste 25 Nederlandse literaire teksten in het VWO.

* In het onderwijs zou een zwaartepunt moeten liggen op de literatuur van de laatste eeuw, meer dan 90 procent van de ondervraagden is daar voorstander van. Minder voor de hand liggend is dat men als tweede tijdvak de Gouden eeuw (1550-1700) aanwijst (bijna 40 procent). De negentiende eeuw moet het met bijna tien procent minder stemmen doen.


De Nederlandse literaire canon omvat, volgens bijna de helft van de deelnemers ca. honderd titels. Een kwart houdt het op ca. 25 werken, slechts 2,3 procent wil hem tot tien werken beperken. Uiteraard is dit niet iets wat bij handopsteken kan worden beslist, maar dat het aantal van honderd er zo duidelijk uitspringt, biedt allerlei mogelijkheden om de canon te kneden en flexibel te houden. Bij het opstellen van de grote lijsten van titels en auteurs hieronder is ‘honderd’ als een indicatie opgevat.


De lijsten met titels en auteurs nodigen uit tot allerlei bespiegelingen, die in dit geval aan de lezer worden overgelaten. Een aantal eenvoudige observaties mag hier volstaan:

* Multatuli komt uit de enquête naar voren als de meest canonieke auteur van de Nederlandse literatuur. In vier ranglijsten bekleedt Multatuli dan wel zijn Max Havelaar de eerste plaats.

* In de ranglijst ‘klassieke Nederlandse literaire titels’ wordt de Max Havelaar overigens op de voet gevolgd door het middeleeuwse dierenepos Van den vos Reynaerde. De middeleeuwse literatuur is zonder meer goed vertegenwoordigd in deze ranglijst. Niet minder dan vijf werken bij de eerste twintig titels. De achttiende eeuw haalt een dergelijke score lang niet. Alleen Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken staat hoog genoteerd (nr. 14).

* Via de vraag naar de ‘ten onrechte vergeten klassieken’ wordt dit beeld weer iets gecorrigeerd. Er worden daar maar weinig middeleeuwse werken genoemd; kennelijk wordt de belangstelling daarvoor wel voldoende geacht. Maar ook hier houdt de appreciatie van de achttiende eeuw niet echt over: Bilderdijk en Weyerman worden regelmatig genoemd, maar toch aanzienlijk minder vaak dan andere ‘vergeten’ auteurs als Vondel en Vestdijk


Het aanbieden van veel teksten op internet wordt door ruim een kwart van de ondervraagden als een probaat middel gezien om de kennis van de Nederlandse literatuurgeschiedenis te bevorderen. Voor wie bij het doornemen van de lijsten zijn of haar nieuwsgierigheid niet wil bedwingen, kan in veel gevallen meteen doorklikken naar een volledige tekst van het betreffende werk of naar informatie over de betreffende auteur. De dbnl zal de komende jaren doorgaan met het op het internet zetten van belangrijke Nederlandse literaire teksten, met veel bijbehorende informatie. En wat ons betreft leest de hele wereld mee.


René van Stipriaan

 

 

 




voldoende aandacht voor de Nederlandse klassieken? (vraag 1)


De stelling luidde: De Nederlandse klassieken krijgen in het onderwijs en via de media grosso modo de aandacht die ze verdienen


ja 5,0 %
nee 76,6 %
wel in het onderwijs, niet in de media 5,4 %
niet in het onderwijs, wel in de media 8,4 %
geen mening 4,7 %

 

 

 




algemene kennis van het Nederlandse literaire erfgoed? (vraag 2)


De vraag luidde: Volgens uw waarneming is de kennis bij het algemene publiek van het Nederlandse literaire erfgoed...


goed 0,7 %
matig 30,8 %
slecht 66,9 %
geen mening 1,7 %

 

 

 




aandacht voor de canon in het onderwijs? (vraag 3)


De vraag luidde: In het middelbaar onderwijs (VWO) behoort men...


helemaal geen speciale aandacht te besteden aan de Nederlandse literaire canon 0,3 %
de Nederlandse literatuurgeschiedenis te behandelen, zonder verplichte leeslijst 17,7 %
de Nederlandse literatuurgeschiedenis te behandelen, met verplichte leeslijst 80,6 %
geen mening 1,3 %

 

 

 




een verplichte literatuurlijst? (vraag 4)


De vraag luidde: In het VWO-curriculum behoort men...


geen verplichte literatuurlijst met Nederlandse literaire teksten op te nemen 8,0 %
het lezen van ten minste10 Nederlandse literaire teksten verplicht te stellen 35,8 %
het lezen van ten minste 25 Nederlandse literaire teksten verplicht te stellen 53,5 %
geen mening 2,7 %

 

 

 




de omvang van de Nederlandse literaire canon (vraag 5)


De vraag luidde: De Nederlandse literaire canon bestaat uit:


ca. 10 werken 2,3 %
ca. 25 werken 25,1 %
ca. 100 werken 48,2 %
anders, nl.: ..... 18,1 %
geen mening 6,4 %

Opmerking: bij ‘anders, nl’ wordt 23 keer (=7,7 procent) gepleit voor ‘meer’ dan 100 titels ; en 16 keer (5,4 procent) voor minder, veelal 40 of 50.

 

 

 




welke perioden verdienen in het onderwijs de meeste aandacht te krijgen (vraag 6)


De vraag luidde: Welke periode(n) verdienen in het literatuuronderwijs de meeste aandacht te krijgen (ten hoogste twee categoriën aankruisen)


Middeleeuwen (tot ca. 1550) 18,7 %
De Gouden Eeuw (ca. 1550-1700) 39,5 %
De Achttiende Eeuw 3,3 %
De Negentiende Eeuw 29,8 %
De Moderne Tijd (vanaf 1900 tot nu) 90,3 %
geen mening 5,0 %

 

 

 




bevordering kennis van de Nederlandse literatuurgeschiedenis (vraag 7)


De vraag luidde: Kennis van de Nederlandse literatuurgeschiedenis kan worden bevorderd door (ten hoogste drie categorieën aankruisen)


uitgeven van klassieke teksten in de oorspronkelijke vorm 20,4 %
uitgeven van klassieke teksten in herspelde of hertaalde versies 59,9 %
het oprichten van standbeelden 2,3 %
het verschijnen van populariserende literatuurgeschiedenissen 40,1 %
het verplicht stellen van een grote leeslijst op de middelbare scholen 49,8 %
aandacht voor de klassieken op televisie en radio 65,6 %
het aanbieden van veel teksten op internet 26,6 %
anders, nl.: 12,7 %
geen mening 2,1 %

Opmerking: bij de optie ‘anders, nl’ worden vooral veel onderwijskundige aanbevelingen gedaan, waaronder de pleidooien voor ‘goede’ en ‘enthousiaste’ leraren eruit springen. Ook ‘verfilmingen’ wordt een aantal keren genoemd. Wat rigoureuzer is het advies: ‘Het verbieden van literatuur lezen en op ieder boek een waarschuwing: schadelijk voor de gezondheid. Zo hebben we de jeugd ook aan het roken gekregen.’

 

 

 




de Nederlandse literaire canon anno 2002 (vraag 8)
volgens de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde


De vraag luidde: Welke tien teksten moeten naar uw oordeel zonder meer tot de Nederlandse literaire klassieken gerekend worden?


De geënquêteerden mochten ook auteursnamen in plaats van titels van teksten opgeven. Hieronder volgen derhalve twee grote overzichtslijsten. Een lijst van auteurs en een lijst van werken. Bij het bepalen van het aantal vermeldingen van een auteur zijn ook de vermeldingen van zijn of haar titels meegeteld.


Na de lijst van ruim honderd auteurs volgen ook nog lijsten waarin de meest genoemde auteurs over periodes zijn uitgesplitst. Bovendien wordt ook een aparte rangschikking voor Noord- en Zuid-Nederland gegegeven. De reeks overzichten wordt afgesloten met een ranglijst van vrouwelijke en van mannelijke auteurs. Vergelijkbare lijstjes worden ook gegeven bij het overzicht van de werken.


Ten einde dubbelvermeldingen van auteurs te voorkomen is meestal gekozen voor het opnemen van een auteur in de periode waarin hij of zij debuteerde en ten minste een belangrijk deel van het oeuvre schreef; om deze reden is bijvoorbeeld Louis Couperus hier opgevat als een negentiende-eeuwer. Wanneer auteurs een gelijk aantal stemmen hebben gekregen wordt de chronologische volgorde gehanteerd. Bij titels wordt in dergelijke gevallen geordend op jaar van verschijnen; bij postuum verschenen werken wordt het jaar van overlijden van de auteur aangehouden. De lijstjes vertonen maar zelden een ideale lengte van precies honderd, tien of vijf items; dat wordt uiteraard veroorzaakt door de vele ex aequo-noteringen in de tweede helft van de rijtjes.


Het vette getal achter de naam of titel geeft het aantal keren aan dat de naam of titel genoemd is. Vermeldingen als ‘gedichten’ of ‘proza’ achter de naam van een auteur, bleken over het algemeen niet in verband te brengen met een specifieke titel van de betreffende auteur. Dergelijke vermeldingen zijn uit het titeloverzicht weggelaten; ze tellen uiteraard wel mee bij het aantal keren dat een auteur genoemd wordt.

 

 

 




de Nederlandse literaire canon in honderd (en enige) auteurs


     De Nederlandse klassieke literaire auteurs volgens leden van de
     Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

     (108 auteurs 3 of meer keren genoemd)


  1. Multatuli (212)
  2. Joost van den Vondel (165)
  3. W.F. Hermans (163)
  4. [auteur van] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (134)
  5. Louis Couperus (133)
  6. Gerard Reve (129)
  7. P.C. Hooft (126)
  8. Willem Elsschot (93)
  9. G.A. Bredero (78)
  10. Martinus Nijhoff (75)
  11. Herman Gorter (66)
  12. Harry Mulisch (65)
  13. Nicolaas Beets (Hildebrand) (61)
  14. Nescio (58)
  15. Simon Vestdijk (55)
  16. [auteur van] Beatrijs (midden 13de eeuw) (47)
  17. Hugo Claus (44)
  18. F. Bordewijk (43)
  19. Betje Wolff & Aagje Deken (36)
  20. [auteur van] Karel ende Elegast (einde 12de eeuw) (35)
  21. Constantijn Huygens (35)
  22. Gerrit Achterberg (35)
  23. Louis-Paul Boon (31)
  24. Hadewijch (29)
  25. Guido Gezelle (29)
  26. Hella Haasse (28)
  27. J.J. Slauerhoff (27)
  28. [auteur van] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (26)
  29. Frederik van Eeden (25)
  30. Paul van Ostaijen (24)
  31. J.C. Bloem (22)
  32. Ida Gerhardt (22)
  33. [auteur van] Elckerlijc (15de eeuw) (21)
  34. J.H. Leopold (21)
  35. Jan Wolkers (19)
  36. E. du Perron (18)
  37. Lucebert (16)
  38. François Haverschmidt (Piet Paaltjens) (15)
  39. Theo Thijssen (14)
  40. Marcellus Emants (13)
  41. Willem Kloos (13)
  42. M. Vasalis (12)
  43. [auteur van] Het Wilhelmus (ca. 1572) (11)
  44. Herman Heijermans (11)
  45. Willem Bilderdijk (10)
  46. Carry van Bruggen (10)
  47. Annie M.G. Schmidt (10)
  48. Desiderius Erasmus (9)
  49. [auteur van] Abele spelen (ca. 1400) (8)
  50. Menno ter Braak (9)
  51. Jacob Cats (8)
  52. Jacob van Lennep (8)
  53. Cd. Busken Huet (8)
  54. H. Marsman (8)
  55. J.J. Voskuil (8)
  56. Jacob van Maerlant (7)
  57. Arthur van Schendel (7)
  58. Maurice Gilliams (7)
  59. Anna Blaman (7)
  60. Gerrit Kouwenaar (7)
  61. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw) (6)
  62. [auteur van] ‘Egidius, waer bestu bleven’ (ca. 1350) (6)
  63. Lodewijk van Deyssel (6)
  64. Johan Huizinga (6)
  65. Heinric van Veldeken (5)
  66. Pieter Langendijk (5)
  67. Remco Campert (5)
  68. F. Springer (5)
  69. A.F.Th. van der Heijden (5)
  70. Justus van Effen (4)
  71. Hieronymus van Alphen (4)
  72. Stijn Streuvels (4)
  73. Ina Boudier-Bakker (4)
  74. Karel van de Woestijne. (4)
  75. Gerard Walschap (4)
  76. A. Alberts (4)
  77. Simon Carmiggelt (4)
  78. Marga Minco (4)
  79. Anne Frank (4)
  80. Cees Nooteboom (4)
  81. Tessa de Loo (4)
  82. Frans Kellendonk (4)
  83. Arnon Grunberg (Marek van der Jagt) (4)
  84. Jan van Ruusbroec (3)
  85. [auteur van] Ulenspieghel (ca. 1519) (3)
  86. Anna Bijns (3)
  87. Adriaen Valerius (3)
  88. [vertalers van de] Statenbijbel (1637) (3)
  89. Jacob Campo Weyerman (3)
  90. Belle van Zuylen (3)
  91. Hendrik Tollens (3)
  92. De Schoolmeester (Gerrit van de Linde) (3)
  93. P.A. Daum (3)
  94. Jacques Perk (3)
  95. Henriette Roland Holst-van der Schalk. (3)
  96. P.C. Boutens (3)
  97. J. van Oudshoorn (3)
  98. Herman Teirlinck (3)
  99. A. Roland Holst (3)
  100. Maria Dermoût (3)
  101. Marnix Gijsen (3)
  102. Belcampo (3)
  103. Godfried Bomans (3)
  104. Hans Faverey (3)
  105. Jan Cremer (3)
  106. Jeroen Brouwers (3)
  107. Maarten 't Hart, (3)
  108. Thomas Rosenboom (3)

Opmerking: op 25 formulieren bleef deze vraag oningevuld.

 

 

 




     per periode (Middeleeuwen tot en met Moderne Tijd)

          Middeleeuwen (tot 1550)

  1. [auteur van] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (134)
  2. [auteur van] Beatrijs (midden 13de eeuw) (47)
  3. [auteur van] Karel ende Elegast (einde 12de eeuw) (35)
  4. Hadewijch (29)
  5. [auteur van] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (26)
  6. [auteur van] Elckerlijc (15de eeuw) (21)
  7. Desiderius Erasmus (9)
  8. [auteur van] Abele spelen (ca. 1400) (8)
  9. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw) (6)
  10. [auteur van] ‘Egidius, waer bestu bleven’ (ca. 1350) (6)


          Gouden Eeuw (1550-1700)

          (8 auteurs 3 of meer keren genoemd)

  1. Joost van den Vondel (165)
  2. P.C. Hooft (126)
  3. G.A. Bredero (78)
  4. Constantijn Huygens (35)
  5. [auteur van] Het Wilhelmus (ca. 1572) (11)
  6. Jacob Cats (8)
  7. Adriaen Valerius (3)
  8. [vertalers van de] Statenbijbel (1637) (3)


          Achttiende Eeuw

          (7 auteurs 3 of meer keren genoemd)

  1. Betje Wolff & Aagje Deken (36)
  2. Willem Bilderdijk (10)
  3. Pieter Langendijk (5)
  4. Justus van Effen (4)
  5. Hieronymus van Alphen (4)
  6. Jacob Campo Weyerman (3)
  7. Belle van Zuylen (3)


          Negentiende Eeuw

          (10 auteurs 11 of meer keren genoemd)

  1. Multatuli (212)
  2. Louis Couperus (133)
  3. Herman Gorter (66)
  4. Nicolaas Beets (Hildebrand) (61)
  5. Guido Gezelle (29)
  6. Frederik van Eeden (25)
  7. François Haverschmidt (Piet Paaltjens) (15)
  8. Marcellus Emants (13)
  9. Willem Kloos (13)
  10. Herman Heijermans (11)


          Moderne Tijd (vanaf 1900 tot nu)

  1. W.F. Hermans (163)
  2. Gerard Reve (129)
  3. Willem Elsschot (93)
  4. Martinus Nijhoff (75)
  5. Harry Mulisch (65)
  6. Nescio (58)
  7. Simon Vestdijk (55)
  8. Hugo Claus (44)
  9. F. Bordewijk (43)
  10. Gerrit Achterberg (35)

 

 

 




     Noord-Nederland/Zuid Nederland

          Noord-Nederland

  1. Multatuli (212)
  2. Joost van den Vondel (165)
  3. W.F. Hermans (163)
  4. Louis Couperus (133)
  5. Gerard Reve (129)
  6. P.C. Hooft (126)
  7. G.A. Bredero (78)
  8. Martinus Nijhoff (75)
  9. Herman Gorter (66)
  10. Harry Mulisch (65)


          Zuid-Nederland

  1. [auteur van] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (134)
  2. Willem Elsschot (93)
  3. [auteur van] Beatrijs (midden 13de eeuw) (47)
  4. Hugo Claus (44)
  5. [auteur van] Karel ende Elegast (einde 12de eeuw) (35)
  6. Louis-Paul Boon (31)
  7. Hadewijch (29)
  8. Guido Gezelle (29)
  9. ?[auteur van] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (26)
  10. Paul van Ostaijen (24)

 

 

 




     naar sexe

          vrouwelijke auteurs

  1. Betje Wolff & Aagje Deken (36)
  2. Hadewijch (29)
  3. Hella Haasse (28)
  4. Ida Gerhardt (22)
  5. M. Vasalis (12)
  6. Carry van Bruggen (10)
  7. Annie M.G. Schmidt (10)
  8. Anna Blaman (7)
  9. Ina Boudier-Bakker (4)
  10. Marga Minco (4)
  11. Anne Frank (4)
  12. Tessa de Loo (4)


          mannelijke auteurs

  1. Multatuli (212)
  2. Joost van den Vondel (165)
  3. W.F. Hermans (163)
  4. Louis Couperus (133)
  5. Gerard Reve (129)
  6. P.C. Hooft (126)
  7. Willem Elsschot (93)
  8. G.A. Bredero (78)
  9. Martinus Nijhoff (75)
  10. Herman Gorter (66)

 

 

 




de Nederlandse literaire canon in honderd (en enige) werken


     De Nederlandse klassieke literaire werken volgens leden van de
     Maatschappij der Nederlandse Letterkunde


  1. Multatuli, Max Havelaar (1860) (135)
  2. [anoniem, Willem] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (134)
  3. Gerard Reve, De avonden (1947) (72)
  4. Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel (1637) (59)
  5. W.F. Hermans, De donkere kamer van Damocles (1958) (57)
  6. Nicolaas Beets (Hildebrand), Camera obscura (1839) (53)
  7. [anoniem] Beatrijs (midden 13de eeuw) (47)
  8. [anoniem] Karel ende Elegast (einde 12de eeuw) (35)
  9. W.F. Hermans, Nooit meer slapen (1966) (30)
  10. P.C. Hooft, Lyriek [w.o. liederen, sonnetten] (28)
  11. [anoniem] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (26)
  12. Louis Couperus, Eline Vere (1889) (25)
  13. Herman Gorter, Mei (1889) (25)
  14. Betje Wolff & Aagje Deken, Sara Burgerhart (1782) (24)
  15. Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906) (24)
  16. Joost van den Vondel, Lucifer (1654) (23)
  17. [anoniem] Elckerlijc (15de eeuw) (21)
  18. G.A. Bredero, Spaanschen Brabander (1617) (21)
  19. Louis-Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953) (19)
  20. Hugo Claus, Het verdriet van België (1983) (19)
  21. Nescio, De uitvreter (1918) (18)  2
  22. Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel (1992) (18)
  23. Louis Couperus, De kleine zielen (1901) (17)
  24. Willem Elsschot, Lijmen (1924) (17)  1
  25. P.C. Hooft, Nederlandsche historien (1642-1647) (15)
  26. Nescio, Titaantjes (1918) (15)  2
  27. F. Bordewijk, Karakter (1938) (15)
  28. E. du Perron, Het land van herkomst (1935) (14)
  29. F. Bordewijk, Bint (1934) (13)
  30. Willem Elsschot, Het been (1938) (13)  1
  31. Frederik van Eeden, De kleine Johannes (1885-1906) (12)
  32. [anoniem] Het Wilhelmus (ca. 1572) (11)
  33. Gerard Reve, Nader tot U (1966) (11)  3
  34. Theo Thijssen, Kees de jongen (1923) (10)
  35. Harry Mulisch, Het stenen bruidsbed (1959) (10)
  36. Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten (1980) (10)
  37. G.A. Bredero, Groot lied-boeck (postuum, 1622) (9)
  38. Nescio, Dichterje (1918) (9)  2
  39. Willem Elsschot, Kaas (1933) (9)
  40. Simon Vestdijk, Terug tot Ina Damman (1934) (9)
  41. Harry Mulisch, De aanslag (1982) (9)
  42. Hadewijch, Strofische gedichten (13de eeuw) (8)
  43. [anoniem] Abele spelen (ca. 1400) (8)
  44. Herman Gorter, Verzen (1890) (8)
  45. Marcellus Emants, Een nagelaten bekentenis (1894) (8)
  46. Multatuli, Woutertje Pieterse (1862-1877) (7)
  47. J.H. Leopold, Gedichten (postuum, 1983) (7)
  48. Louis Couperus, De stille kracht (1900) (7)
  49. Martinus Nijhoff, Awater (1934) (7)
  50. J.C. Bloem, Verzamelde gedichten (1947) (7)
  51. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw) (6)
  52. [anoniem] ‘Egidius, waer bestu bleven’ (ca. 1350) (6)
  53. Desiderius Erasmus, Lof der Zotheid (1509) (6)
  54. Willem Elsschot, Villa des Roses (1913) (6)
  55. J.J. Slauerhoff, Verzamelde gedichten (postuum, 1947) (6)
  56. Willem Elsschot, Verzameld werk (1957) (6)
  57. Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten (1962) (6)
  58. J.J. Voskuil, Het bureau (1996-2000) (6)
  59. Joost van den Vondel, Hekeldichten (1646) (5)
  60. Simon Vestdijk, Anton Wachter-cyclus (1934-1960) (5)
  61. Gerard Reve, Op weg naar het einde (1963) (5)  3
  62. Jacob van Lennep, Ferdinand Huyck (1840) (4)
  63. Multatuli, Ideën (1862-1877) (4)
  64. François Haverschmidt (Piet Paaltjens), Snikken en grimlachjes (1867) (4)
  65. Herman Heijermans, Op hoop van zegen (1900) (4)
  66. Johan Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen (1919) (4)
  67. Maurice Gilliams, Elias, of het gevecht met de nachtegalen (1936) (4)
  68. Martinus Nijhoff, Het uur U (1936) (4)
  69. M. Vasalis, Parken en woestijnen (1940) (4)
  70. Martinus Nijhoff, Verzameld werk: gedichten (1954) (4)
  71. Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest (1965) (4)
  72. W.F. Hermans, Onder professoren (1975) (4)
  73. [anoniem] Ulenspieghel (ca. 1519) (3)
  74. P.C. Hooft, Granida (1603-1604) (3)
  75. P.C. Hooft, Geeraerdt van Velsen (1613) (3)
  76. P.C. Hooft, Warenar (1617) (3)
  77. Joost van den Vondel, Palamedes (1625) (3)
  78. [diverse vertalers] Statenbijbel (1637) (3)
  79. Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen (1778-1782) (3)
  80. Jacob van Lennep, De roos van Dekama (1836) (3)
  81. Frederik van Eeden, Van den koele meren des doods (1900) (3)
  82. J.H. Leopold, Cheops (1916) (3)
  83. Carry van Bruggen, Prometheus (1919) (3)
  84. Paul van Ostaijen, Verzameld werk: poëzie (postuum, 1952) (3)
  85. Anne Frank, Het achterhuis (postuum, 1947) (3)
  86. Hella Haasse, Oeroeg (1948) (3)
  87. Hella Haasse, Het woud der verwachting (1949) (3)
  88. Simon Vestdijk, De kellner en de levenden (1949) (3)
  89. Hugo Claus, Oostakkerse gedichten (1955) (3)
  90. Jan Cremer, Ik Jan Cremer (1964) (3)
  91. Frans Kellendonk, Mystiek lichaam (1986) (3)
  92. Jacob Cats, Trouringh (1637) (2)
  93. Constantijn Huygens, Korenbloemen (1658, 1672) (2)
  94. Pieter Langendijk, Wiskunstenaars of 't gevluchte juffertje (1715) (2)
  95. Hendrik Tollens, Overwintering der Hollanders op Nova Zembla (1819) (2)
  96. Gerrit van de Linde, Gedichten van den schoolmeester (1859) (2)
  97. P.A. de Genestet, Dichtwerken (postuum, 1869) (2)
  98. Jacques Perk, Mathilde (ca. 1879) (2)
  99. Cd. Busken Huet, Het land van Rembrand (1882-1884) (2)
  100. Lodewijk van Deyssel, Een liefde (1887) (2)
  101. Arthur van Schendel, Een zwerver verliefd (1904) (2)
  102. Louis Couperus, De berg van licht (1905-1906) (2)
  103. Louis Couperus, Iskander (1920) (2)
  104. Paul van Ostaijen, Bezette stad (1921) (2)
  105. J.C. Bloem, ‘De Dapperstraat’ (1924) (2)
  106. Martinus Nijhoff, Vormen (1924) (2)
  107. Carry van Bruggen, Eva (1927) (2)
  108. J.J. Slauerhoff, Schuim en asch (1930) (2)
  109. J.J. Slauerhoff, Het verboden rijk (1932) (2)
  110. [tijdschrift] Forum (1932-1935) (2)
  111. Gerard Walschap, Houtekiet (1939) (2)
  112. Jan de Hartog, Hollands glorie (1940) (2)
  113. Godfried Bomans, Erik of Het klein insectenboek (1941) (2)
  114. Willem Elsschot, Het dwaallicht (1946) (2)
  115. Simon Vestdijk, De vuuraanbidders (1947) (2)
  116. W.F. Hermans, De tranen der acacia's (1949) (2)
  117. Simon Vestdijk, De koperen tuin (1950) (2)
  118. Louis-Paul Boon, Menuet (1955) (2)
  119. Remco Campert, Het leven is verrukkulluk (1961) (2)
  120. Nescio, Verzameld werk (postuum, 1996) (2)
  121. Hugo Claus, Omtrent Deedee (1963) (2)
  122. Frank Martinus Arion, Dubbelspel (1973) (2)
  123. Lucebert, Verzamelde gedichten (1974) (2)
  124. Maarten 't Hart, Een vlucht regenwulpen (1978) (2)
  125. Tessa de Loo, De tweeling (1993) (2)

Opmerking: op 25 formulieren bleef deze vraag oningevuld.



noten:


 1
 Elsschots romans Lijmen en Het been werden dertien keer gezamenlijk genoemd. Deze ‘stemmen’ zijn hier aan de afzonderlijke titels toebedeeld.

 2
 Nescio's verhalen Dichtertje, De uitvreter en Titaantjes werden regelmatig in allerlei combinaties genoemd. Deze ‘stemmen’ zijn hier aan de afzonderlijke titels toebedeeld.

 3
 Op weg naar het einde en Nader tot U van Reve werden vier keer in combinatie genoemd. Deze ‘stemmen’ zijn hier aan de afzonderlijke titels toebedeeld.

 

 

 




     per periode (Middeleeuwen tot en met Moderne Tijd)

          Middeleeuwen (tot 1550)

  1. [anoniem, Willem] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (134)
  2. [anoniem] Beatrijs (midden 13de eeuw) (47)
  3. [anoniem] Karel ende Elegast (einde 12de eeuw) (35)
  4. [anoniem] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (26)
  5. [anoniem] Elckerlijc (15de eeuw) (21)
  6. Hadewijch, Strofische gedichten (13de eeuw) (8)
  7. [anoniem] Abele spelen (ca. 1400) (8)
  8. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw) (6)
  9. [anoniem] ‘Egidius, waer bestu bleven’ (ca. 1350) (6)
  10. Desiderius Erasmus, Lof der Zotheid (1509) (6)


          Gouden Eeuw (1550-1700)

  1. Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel (1637) (59)
  2. P.C. Hooft, Lyriek [w.o. liederen, sonnetten] (28)
  3. Joost van den Vondel, Lucifer (1654) (23)
  4. G.A. Bredero, Spaanschen Brabander (1617) (21)
  5. P.C. Hooft, Nederlandsche historien (1642-1647) (15)
  6. [anoniem] Het Wilhelmus (ca. 1572) (11)
  7. G.A. Bredero, Groot lied-boeck (postuum, 1622) (9)
  8. Joost van den Vondel, Hekeldichten (1646) (5)


          Achttiende Eeuw

  1. Betje Wolff & Aagje Deken, Sara Burgerhart (1782) (24)
  2. Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen (1778-1782) (3)
  3. Pieter Langendijk, Wiskunstenaars of 't gevluchte juffertje (1715) (2)


          Negentiende Eeuw

  1. Multatuli, Max Havelaar (1860) (135)
  2. Nicolaas Beets (Hildebrand), Camera obscura (1839) (53)
  3. Louis Couperus, Eline Vere (1889) (25)
  4. Herman Gorter, Mei (1889) (25)
  5. Frederik van Eeden, De kleine Johannes (1885-1906) (12)
  6. Herman Gorter, Verzen (1890) (8)
  7. Marcellus Emants, Een nagelaten bekentenis (1894) (8)
  8. Multatuli, Woutertje Pieterse (1862-1877) (7)
  9. Jacob van Lennep, Ferdinand Huyck (1840) (4)
  10. Multatuli, Ideën (1862-1877) (4)
  11. François Haverschmidt (Piet Paaltjens), Snikken en grimlachjes (1867) (4)


          Moderne Tijd (vanaf 1900 tot nu)

  1. Gerard Reve, De avonden (1947) (72)
  2. W.F. Hermans, De donkere kamer van Damocles (1958) (57)
  3. W.F. Hermans, Nooit meer slapen (1966) (30)
  4. Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906) (24)
  5. Louis-Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953) (19)
  6. Hugo Claus, Het verdriet van België (1983) (19)
  7. Nescio, De uitvreter (1918) (18)
  8. Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel (1992) (18)
  9. Louis Couperus, De kleine zielen (1901) (17)
  10. Willem Elsschot, Lijmen (1924) (17)

 

 

 




     Noord-Nederland/Zuid Nederland

          Noord-Nederland

  1. Multatuli, Max Havelaar (1860) (135)
  2. Gerard Reve, De avonden (1947) (72)
  3. Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel (1637) (59)
  4. W.F. Hermans, De donkere kamer van Damocles (1958) (57)
  5. Nicolaas Beets (Hildebrand), Camera obscura (1839) (53)
  6. W.F. Hermans, Nooit meer slapen (1966) (30)
  7. P.C. Hooft, Lyriek [w.o. liederen, sonnetten] (28)
  8. Louis Couperus, Eline Vere (1889) (25)
  9. Herman Gorter, Mei (1889) (25)
  10. Betje Wolff & Aagje Deken, Sara Burgerhart (1782) (24)


          Zuid-Nederland

  1. [anoniem, Willem] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (134)
  2. [anoniem] Beatrijs (midden 13de eeuw) (47)
  3. [anoniem] Karel ende Elegast (einde 12de eeuw) (35)
  4. ?[anoniem] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (26)
  5. [anoniem] Elckerlijc (15de eeuw) (21)
  6. Louis-Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953) (19)
  7. Hugo Claus, Het verdriet van België (1983) (19)
  8. Willem Elsschot, Lijmen (1924) (17)
  9. Willem Elsschot, Het been (1938) (13)
  10. ?[anoniem] Het Wilhelmus (ca. 1572) (11)

 

 

 




     geschreven door vrouwen/mannen  *

          werken geschreven door vrouwen

  1. Betje Wolff & Aagje Deken, Sara Burgerhart (1782) (24)
  2. Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten (1980) (10)
  3. Hadewijch, Strofische gedichten (13de eeuw) (8)
  4. M. Vasalis, Parken en woestijnen (1940) (4)
  5. Carry van Bruggen, Prometheus (1919) (3)
  6. Anne Frank, Het achterhuis (postuum, 1947) (3)
  7. Hella Haasse, Oeroeg (1948) (3)
  8. Hella Haasse, Het woud der verwachting (1949) (3)
  9. Carry van Bruggen, Eva (1927) (2)
  10. Tessa de Loo, De tweeling (1993) (2)


           werken geschreven door mannen

  1. Multatuli, Max Havelaar (1860) (135)
  2. Gerard Reve, De avonden (1947) (72)
  3. Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel (1637) (59)
  4. W.F. Hermans, De donkere kamer van Damocles (1958) (57)
  5. Nicolaas Beets (Hildebrand), Camera obscura (1839) (53)
  6. W.F. Hermans, Nooit meer slapen (1966) (30)
  7. P.C. Hooft, Lyriek [w.o. liederen, sonnetten] (28)
  8. Louis Couperus, Eline Vere (1889) (25)
  9. Herman Gorter, Mei (1889) (25)
  10. Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906) (24)


noot:


 *
 Anonieme werken zijn hier geheel buiten beschouwing gebleven.

 

 

 




ten onrechte vergeten klassieken (vraag 9)


De vraag luidde: Welke werken krijgen naar uw mening niet de aandacht die ze verdienen, en kunnen tot de ‘ten onrechte vergeten klassieken’ worden gerekend?


Hier mocht men ten hoogste drie auteurs/titels noemen.

 


ten onrechte vergeten auteurs

(37 auteurs 4 of meer keren genoemd

  1. Joost van den Vondel (17)
  2. Simon Vestdijk (17)
  3. P.C. Hooft (15)
  4. Marcellus Emants (13)
  5. Louis Couperus (12)
  6. Arthur van Schendel (12)
  7. Carry van Bruggen (11)
  8. Constantijn Huygens (9)
  9. Multatuli (9)
  10. Willem G. van Focquenbroch (8)
  11. Willem Bilderdijk (8)
  12. Jacob van Lennep (8)
  13. J. van Oudshoorn (8)
  14. Jacob Campo Weyerman (7)
  15. F. Bordewijk (7)
  16. Louis-Paul Boon (7)
  17. G.A. Bredero (6)
  18. Herman Gorter (6)
  19. Herman Teirlinck (6)
  20. J.J. Slauerhoff (6)
  21. Maurice Gilliams (6)
  22. Betje Wolff & Aagje Deken (5)
  23. François Haverschmidt (Piet Paaltjens) (5)
  24. Maria Dermoût (5)
  25. Paul van Ostaijen (5)
  26. Martinus Nijhoff (5)
  27. Anna Blaman (5)
  28. Justus van Effen (4)
  29. Guido Gezelle (4)
  30. Cd. Busken Huet (4)
  31. Stijn Streuvels (4)
  32. Johan Huizinga (4)
  33. Marnix Gijsen (4)
  34. Nescio (4)
  35. Willem Elsschot (4)
  36. Godfried Bomans (4)
  37. Hugo Claus (4)

Opmerking: op 79 formulieren bleef deze vraag oningevuld.

 

 

 




     per periode

          Middeleeuwen (tot 1550)

  1. Jacob van Maerlant (3)
  2. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw) (3)
  3. Anna Bijns (3)
  4. [auteur van] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (2)
  5. [auteur van] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (2)


          Gouden Eeuw (1550-1700)

  1. Joost van den Vondel (17)
  2. P.C. Hooft (15)
  3. Constantijn Huygens (9)
  4. Willem G. van Focquenbroch (8)
  5. G.A. Bredero (6)


          Achttiende Eeuw

  1. Willem Bilderdijk (8)
  2. Jacob Campo Weyerman (7)
  3. Betje Wolff & Aagje Deken (5)
  4. Justus van Effen (4)
  5. A.C.W. Staring (3)


          Negentiende Eeuw

  1. Marcellus Emants (13)
  2. Louis Couperus (12)
  3. Multatuli (9)
  4. Jacob van Lennep (8)
  5. Herman Gorter (6)


          Moderne Tijd (vanaf 1900 tot nu)

  1. Simon Vestdijk (17)
  2. Arthur van Schendel (12)
  3. Carry van Bruggen (11)
  4. J. van Oudshoorn (8)
  5. F. Bordewijk (7)
  6. Louis-Paul Boon (7)

 

 

 




     Noord-Nederland/Zuid Nederland

          Noord-Nederland

  1. Joost van den Vondel (17)
  2. Simon Vestdijk (17)
  3. P.C. Hooft (15)
  4. Marcellus Emants (13)
  5. Louis Couperus (12)
  6. Arthur van Schendel (12)
  7. Carry van Bruggen (11)
  8. Constantijn Huygens (9)
  9. Multatuli (9)
  10. Willem G. van Focquenbroch (8)
  11. Willem Bilderdijk (8)
  12. Jacob van Lennep (8)
  13. J. van Oudshoorn (8)


          Zuid-Nederland

  1. Louis-Paul Boon (7)
  2. Herman Teirlinck (6)
  3. Maurice Gilliams (6)
  4. Paul van Ostaijen (5)
  5. Guido Gezelle (4)
  6. Marnix Gijsen (4)
  7. Willem Elsschot (4)
  8. Hugo Claus (4)
  9. Jacob van Maerlant (3)
  10. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw) (3)
  11. Anna Bijns (3)
  12. Michiel de Swaen (3)

 

 

 




ten onrechte vergeten titels


  1. P.C. Hooft, Nederlandsche historien (1642-1647) (5)
  2. Jacob van Lennep, Ferdinand Huyck (1840) (4)
  3. Multatuli, Max Havelaar (1860) (4)
  4. Marcellus Emants, Een nagelaten bekentenis (1894) (4)
  5. Betje Wolff & Aagje Deken, Sara Burgerhart (1782) (3)
  6. Penninc & Pieter Vostaert, Roman van Walewein (begin 13de eeuw) (3)
  7. Louis Couperus, De kleine zielen (1901) (3)
  8. Louis-Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953) (3)
  9. Herman Teirlinck, Zelfportret of het galgemaal (1955) (3)
  10. Jacoba van Velde, De grote zaal (1953) (3)
  11. [anoniem, Willem] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (2)
  12. Hadewijch, Strofische gedichten (13de eeuw) (2)
  13. [anoniem] Mariken van Nieumeghen (begin 16de eeuw) (2)
  14. Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel (1637) (2)
  15. Justus van Effen, De Hollandsche Spectator (1732-1735) (2)
  16. Multatuli, Woutertje Pieterse (1862-1877) (2)
  17. Frederik van Eeden, Van den koele meren des doods (1900) (2)
  18. J. van Oudshoorn, Willem Mertens levensspiegel (1914) (2)
  19. Nescio, Titaantjes (1918) (2)
  20. Johan Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen (1919) (2)
  21. Paul van Ostaijen, Bezette stad (1921) (2)
  22. Theo Thijssen, Kees de jongen (1923) (2)
  23. Stijn Streuvels, Het leven en de dood in den Ast (1926) (2)
  24. Carry van Bruggen, Eva (1927) (2)
  25. Albert Helman, De stille plantage (1931) (2)
  26. Frans Erens, Vervlogen jaren (1938) (2)
  27. F.C. Terborgh, De condottiere (1940) (2)
  28. Simon Vestdijk, De koperen tuin (1950) (2)
  29. Herman Teirlinck, Het gevecht met de engel (1952) (2)
  30. Maria Dermoût, De tienduizend dingen (1956) (2)
  31. Frank Martinus Arion, Dubbelspel (1973) (2)

Opmerking: op 79 formulieren bleef deze vraag oningevuld.

 

 

 




de belangrijkste auteur uit de Nederlandse literatuur (vraag 10)


De vraag luidde: De belangrijkste auteur uit de Nederlandse literatuur is...


     de belangrijkste auteur

     (18 auteurs 2 of meer keren genoemd)

  1. Multatuli (60)
  2. Louis Couperus (27)
  3. Joost van den Vondel (24)
  4. W.F. Hermans (21)
  5. Willem Elsschot (10)
  6. Simon Vestdijk (9)
  7. Gerard Reve (9)
  8. Harry Mulisch (6)
  9. Desiderius Erasmus (5)
  10. P.C. Hooft (5)
  11. Louis-Paul Boon (5)
  12. Hugo Claus (5)
  13. [auteur van] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (4)
  14. Gerrit Achterberg (4)
  15. Martinus Nijhoff (3)
  16. Constantijn Huygens (2)
  17. Guido Gezelle (2)
  18. Johan Huizinga (2)

Opmerking: op 94 formulieren bleef deze vraag oningevuld.

 

 

 




het belangrijkste werk uit de Nederlandse literatuur (vraag 11)


De vraag luidde: Het belangrijkste werk uit de Nederlandse literatuur is...


     het belangrijkste werk

     (19 werken 2 of meer keren genoemd)

  1. Multatuli, Max Havelaar (1860) (87)
  2. [anoniem] Van den vos Reynaerde (13de eeuw) (26)
  3. Joost van den Vondel, Lucifer (1654) (9)
  4. [diverse vertalers] Statenbijbel (1637) (7)
  5. Louis Couperus, De kleine zielen (1901) (7)
  6. W.F. Hermans, De donkere kamer van Damocles (1958) (5)
  7. Desiderius Erasmus, Lof der zotheid (1509) (4)
  8. Gerard Reve, De avonden (1947) (4)
  9. P.C. Hooft, Nederlandsche historien (1642-1647) (3)
  10. Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten (1962) (3)
  11. [anoniem] Karel ende Elegast (eind 12de eeuw) (2)
  12. Multatuli, Woutertje Pieterse (1862-1877) (2)
  13. Louis Couperus, Eline Vere (1889) (2)
  14. Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906) (2)
  15. W.F. Hermans, De tranen der acacia's (1949) (2)
  16. Louis-Paul Boon, De Kapellekensbaan (1953) (2)
  17. Gerard Reve, Op weg naar het einde/Nader tot U (1963, 1966) (2)
  18. Hugo Claus, Het verdriet van België (1983) (2)
  19. Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel (1992) (2)

Opmerking: op 90 formulieren is deze vraag oningevuld gebleven.

 

 

 




uit de opmerkingen


     over de canon


* Klassieken, of een canon, laten zich eigenlijk niet vaststellen. ‘Klassiek’ is datgene, wat telkens weer gelezen wordt.


* Ik gun iedereen zijn privé-canon, nadat de ‘officiële canon’ eerst het raamwerk heeft geleverd.


* De moderne literatuur in Nederland is dikwijls meer navelstaren dan goed vertelde verhalen, zoals ik er meer ken uit Vlaanderen.


* Er is geen equivalent in de Nederlandse taal van Proust, Thomas Mann, Anthony Powell, Dickens, Trollope, Hardy, Henry James, Chateaubriand, Colette, Ruskin en noem maar op. De Nederlandse klassieken mogen dan klassiek in Nederland zijn, daarbuiten zouden ze nauwelijks opvallen.


* Het is onjuist de Ned. literatuur te beperken tot wat in NL is geschreven. Erasmus, Spinoza, Grotius, Hemsterhuis en vooral de schrijver Johan Huizinga behoren tot de grootste Nederlandse geesten. Vanaf Tachtig ging het bergafwaarts doordat de Taal centraal kwam te staan.


* Ben geen groot bewonderaar van de Nederlandse literatuur die m.i. ver achterblijft bij de Engelse.


* Ik ben geen Neerlandicus maar Italianist en ken de Nederlandse literatuur niet goed genoeg om bepaalde vragen van deze enquête naar behoren te beantwoorden. Wel heb ik een mening over de literatuur van de Gouden Eeuw, waarvan ik regelmatig kennisneem. Deze is onleesbaar, niet vanwege de spelling, maar vooral vanwege de vaak zeer moeizame syntaxis (een Engels of Frans 17e eeuws-boek is veel en veel makkelijker leesbaar dan een Nederlands!). Bovendien vind ik haar maar zelden interessant. Het beste wat door Nederlanders is geschreven, is in het latijn geschreven: Erasmus, Hugo de Groot etc. Bepaalde fragmenten uit het werk van Erasmus zouden (in vertaling uiteraard) op alle VWO-scholen gelezen moeten worden.


* De veronderstelling bij deze enquête is dat de Nederlandse klassieken een nagenoeg onveranderlijk bestand vormen. Maar de consensus over welke teksten tot de Nederlandse klassieken behoren veroudert geleidelijk met de tijd.


* Het gebruik van canons moet worden vermeden. Gemakzuchtigen denken dat ze daarmee voldoende van de literatuur hebben kennisgenomen, andere minstens zo belangwekkende literatuur raakt erdoor uit zicht en daar heeft niemand iets aan.


* Ik ben van mening dat ook werken die in Nederland zijn geschreven in het Latijn, zoals Spinoza, Erasmus, tot de Nederlandse literatuur gerekend moeten worden.


* In de literatuurgeschiedenis zou ook plaats moeten zijn voor dialectliteratuur: vooral tegenwoordig wordt er óók ‘literair’ in dialect geschreven. De erkenning van Fries, Nedersaksisch en Limburgs maken het tot een vanzelfsprekende zaak dat er hieraan aandacht besteed wordt.


* Ondergetekende is tegen het (laten) vaststellen van een literaire canon. Het gebruik van het woord ‘belangrijkste’ in vraag 10 en vraag 11 is apert aanvechtbaar.


* In het algemeen is de literatuur niet een hoogtepunt in de Nederlandse cultuur. Schilderkunst is onze specialiteit.


* Niets zo arbitrair als de literaire canon.


* De canon is mijns inziens een virtueel begrip en bevat dus niet een eindig aantal werken. Bovendien is de canon ook een fluctuerend begrip: iedere tijd heeft zijn eigen canon, evenals iedere tijd ook zijn eigen geschiedenis schrijft. Dat neemt niet weg dat je natuurlijk wel honderd werken van ‘de’ canon kunt opvoeren, maar evengoed 10 of 1000. ‘Canon’ is wel een relevant begrip: het samenstellen ervan en nadenken erover is wezenlijk.


* Een canon voor Europese literaire werken zou de voorkeur verdienen boven een Nederlandstalige canon.


* Is deze discussie niet achterhaald nu het schoolvak/cijfer Letterkunde ingevoerd is, waarom geen Europees/wereld perspectief.


* Anno 2002 is nog steeds onderzoek nodig om het aandeel van vrouwen evenwichtig in de canon op te kunnen nemen.


* Ik bestrijd de gedachte dat klassieke NL literatuur die meer aandacht verdient literatuur met een hoofdletter moet zijn. De context waarin die literatuur verscheen, dat wat het boek vertelt over een periode en andersom, dat zijn net zo belangrijke zaken. Geschiedenis en literatuurgeschiedenis moeten er zijn/benut worden om het heden beter te snappen.


* Toppunten in de Nederlandse literatuur zijn m.i. gedichten. Daar is ‘onze’ literatuur vaak ‘universeel’.

 

 

 


     over de vraagstelling


* Vragen 10 en 11 vind ik onmogelijk te beantwoorden gaf ik aan, maar eigenlijk geldt dat m.i. voor bijna alle vragen. De verwarring tussen een eigen ‘lievelingsboek’ en wat ‘in het algemeen’ belangrijk is, is groot bij het beantwoorden van deze enquête. Voorts word ik beïnvloed door het hebben van 2 zonen die op het gymnasium zitten en bij hun keuze meer naar de meningen van hun ouders luisteren dan naar die van de leraren. Zo gaat het vaak met lezen en leren.


* Vraag 8: 10 teksten is te weinig!


* Vraag 6, 10 en 11 zijn onzinnige vragen.


* In vraag 1 is het woord ‘onderwijs’ niet gespecificeerd. Bedoelt u basisonderwijs? Of beroepsonderwijs? Onderwijs kan ik niet beoordelen.


* De wijze van vraagstelling heeft zijn beperkingen. Het maakt immers verschil of je het hebt over jongeren en ouderen.


* Vragen 10 en 11 in feite onmogelijk te beantwoorden zonder ‘voor categorie lezers....’


* De vragen 10 en 11 acht ik ‘onmogelijk’ omdat die geen zin hebben en uitnodigen tot ijdele privé-voorkeuren en reacties.


* In vraag 8 is de term ‘zonder meer’ niet op zijn plaats. ‘De canon’ is en blijft een onderwerp van voortdurend debat.


* Tien teksten of auteurs vind ik wel wat weinig. Waarom niet 20 of 25, dan is de opsomming wat meer afgewogen. Nu was ik gedwongen A. Valerius, Justus van Effen, Onno Zwier van Haren, C. Busken Huet, P.A. Daum, Nescio, Paul van Ostaijen, Vestdijk en anderen ongenoemd laten.


* Vraag 8 is bijzonder moeilijk en pijnlijk door de beperking (de 17e eeuw is afwezig omdat er teveel andere mogelijkheden zijn; niet omdat er geen klassieken zouden zijn).


* Ad 10 en 11: Er is niet een auteur of werk dat ik er echt bovenuit vind steken.


* Ik heb slechts twee dichters genoemd. Bij het bepalen van klassieke teksten komt men gemakkelijker uit bij proza dan bij poëzie. Men kan zich een vraagstelling voorstellen, waarbij om 10 klassieke dichters wordt gevraagd en om 10 klassieke prozawerken. Ik denk dat de uitslag dan heel anders zou zijn! Ik merk dat ik geen enkele vrouw heb genoemd. Dat spijt me vreselijk, Hadewijch had zeker bij mijn 10 dichters gestaan.


* Wat een rare enquete. Je moet kennelijk geloven in een/de canon. En wat te doen als je niet kunt of wilt kiezen tussen de aangegeven mogelijkheden (bv vraag 6)?


* De restrictie van het aantal maximaal te noemen titels werkt willekeur in de hand!


* Nogal absoluut gestelde vragen. Antwoorden dienen met enig relativeringsvermogen gelezen te worden.


* Dbnl zou er goed aan doen méér context-afhankelijk te denken. Elke tijd krijgt de auteur, het boek en de canon die het verdient. Dbnl is een modern medium. Mag er dan aub ook modern gedacht worden en niet met 19e eeuwse literaire criteria en denkwijzen?


* Het is moeilijk een werk/een persoon te kiezen uit de literaire geschiedenis van de Middeleeuwen tot nu. Beter was per tijdvak geweest.


* Zoals voor de meeste enquêtes zijn ook hier de vragen onmogelijk te beantwoorden omdat er geen mogelijkheid is om te nuanceren. Kun je auteurs uit verschillende periodes wel met elkaar vergelijken? Het belangrijkste werk zou toch ook per genre moeten bekeken worden. Is een goede roman beter dan een goed gedicht of een toneelstuk?


* Hopeloze enquête. Hoeveel dierbare schrijvers blijven onvermeld! En iets anders: hoewel het nergens blijkt bewaar ik aan de lecture van de belangrijkste werken van de Middeleeuwen tot en met 18e eeuw -ik studeerde Nederlands- veel goede herinneringen. Hadden jullie bij vraag 8 niet beter het beroemde tien boeken mee naar onbewoond eiland kunnen doen? Dan had bij mij het lijstje er iets anders uitgezien.

 

 

 


     vertwijfeling


* De vragen 8-10 kan ik (eigenlijk) niet beantwoorden. Ik kan geen maatstaf vinden.


* Moeilijk!


* Vraag 10 en 11 onmogelijk te beantwoorden.


* Nrs. 10 en 11: nauwelijks te doen!


* Bij 11 geaarzeld of er toch niet ‘Vondel’ moest staan, maar bij afwezigheid van een canonwaardig werk in het rijtje bij vraag 8 toch maar Multatuli ingevuld.


* De vraag naar klassieken -al dan niet ten onrechte vergeten- vind ik heel moeilijk. Liever dan maar iets te ‘verzinnen’, laat ik ze (gedeeltelijk) open.


* Het is moeilijk kiezen uit een literatuur zo rijk!


* Misschien denk ik er volgend jaar weer anders over!


* Dit is uiteraard, zoals iedereen zal merken, een onmogelijke opgave, een merkwaardig schipperen tussen privé-avonturen en het ‘algemeen belang’. Voor elk antwoord was een ander mogelijk geweest, niettemin goed dat deze enquête gehouden wordt.


* Moeilijke enquête hoor. Neem nu vraag 6: ik wil daar eigenlijk méér kiezen....


* Ik heb maar niet te lang nagedacht, anders had ik de vragen niet kunnen beantwoorden.


* Het invullen van deze enquête is een allerlastigste zaak.


* In die zin is de enquête oninvulbaar omdat de keuze te beperkt is. De Gysbreght van Aemstel afwegen tegen de Max Havelaar of tegen het werk van Huizinga. Ter Braak, Voskuil, Hella Haasse, Achterberg, Marsman ze blijven noodzakelijkerwijs ongenoemd. Maar ala, het spel mag gespeeld.

 

 

 


     adviezen en aanbevelingen


* Het verdient een aanbeveling aansluiting te zoeken bij de Vereniging van lesgevenden in het Nederlands, die bij de overheid de instelling bepleit van een commissie die de positie van het schoolvak Nederlands moet onderzoeken. Uiteraard vanuit grote bezorgdheid!


* Ad 7: per se niet herspellen of hertalen.


* Lezen is m.i. vooral een vorm van ontspanning. Vindt men lezen echt belangrijk, moet die belangstelling jong gewekt worden. Het door de strot wringen, bij scholieren, van oude meesters bevordert de leeslust zelden. Een goed boek mag dan ook best spannend/geestig/ontroerend/prikkelend zijn. Naar moderne maatstaven schieten ‘de klassieken’ daar nogal eens in tekort. Volgens mij: Literatuur moet dringend uit de ‘kunst’-hoek.


* Het tv-programma ‘Andere tijden’ (NPS/VPRO, elke dinsdagavond gedurende een half uur) is een goede vorm van geschiedenis-onderwijs voor een breed publiek. Het moet mogelijk zijn óók over literatuur tv-programma's te maken die aantrekkelijker zijn dan Zeeman met boeken en de Dode Dichters Almanak (die naam alleen al!)


* Ik ben uit didactische ervaring tegen verplichte boekenlijsten maar natuurlijk moeten alle leerlingen steeds met alle middelen gestimuleerd worden om te lezen, voor hun plezier.


* Ik ben geen Neerlandica, wel letterkundige, maar het zou dus kunnen dat ik iets belangrijks over het hoofd zie. Een goed begin voor wat meer aandacht voor de klassieken, zal een publicatie in aantrekkelijke vorm van de resultaten van deze enquête in een krant kunnen zijn. In Denemarken leidde iets dergelijks enige jaren geleden tot een felle discussie in de dagbladen, wat werkelijk resulteerde in meer aandacht voor de klassieken.


* Literatuuronderwijs moet natuurlijk in de eerste plaats zorgen dat jonge lezers in staat zijn om ook minder toegankelijk werk te leren appreciëren. Dat wil m.i. zeggen dat het er vooral om gaat om hen boeken en gedichten te leren ‘plaatsen’, ook oog te hebben voor formele kenmerken. Dat kan net zo goed via intensieve studie van een klein deel van een oeuvre als via grote lappen tekst.


* De belangrijkste bij het bevorderen van belangstelling voor en kennis van de Nederlandse literatuur is de leraar voor de klas: behandelen van de teksten en literatuurgeschiedenis. Het lezen van 25 literaire teksten lijkt veel, maar als er bijvoorbeeld in de les 12 gedichten (van Hooft tot en met Rutger Kopland) behandeld zijn en 8 prozateksten (van Huygens tot en met Karel van het Reve), dan blijven er 5 romans te lezen over en dat is voor kinderen te doen. Het belangrijkste werk dient in de klas te gebeuren door de ‘viva vox’ van de meester (die dan wel goed opgeleid dient te zijn, en op VWO en hoogste klassen HAVO een ‘eerstegrader’ moet zijn).


* Er is veel mis in het VWO. Inzake literatuur zou niet zozeer de ‘beeld-cultuur’ (computerscherm) maar veeleer via auditief ingestelde overdracht literatuur aan de orde gesteld (bevorderd) moeten worden. De Nederlandse literatuur moet -letterlijk- méér en beter verzorgd dan tot dusver van zich laten horen. Daarna volgt pas het (leren) lezen.


* Niet al te streng ‘canon-normen’ hanteren: dit kan leiden tot veronachtzaming van titels en auteurs, en daarmee tot verschraling van onze literatuurgeschiedenis. Meer aandacht op de minder bekende auteurs (ooit wel bekend); wellicht per auteur een werk dat dient te overleven. Er is soms te veel op een hoop gegooid, waardoor kwaliteitswerk uiteindelijk vergeten is.


* A. Zou Belle van Zuylen in plaats van in het Frans in het Nederlands hebben geschreven, dan zou ik haar beslist onder de tien ‘klassieke’ auteurs hebben opgenomen. Zij typeert prachtig de 18e eeuw.

B. Alle perioden horen mijns inziens vertegenwoordigd in de leeslijst VWO, met een minimum aantal werken per periode.

Laat leerlingen beslist, spontaan, hun keuze zelf bepalen. Dus geen vaste canon voor elk. De oude ‘Lodewick’ vond ik een boeiend, zeer overzichtelijk en stimulerend leerboek.

C. Teksten zelf in traditionele boekvorm; encyclopedische informatie op internet.


* Aandacht voor de klassieken moet gepaard gaan met aandacht voor de (nog) niet klassieken.


* Vanaf de tweede klas VWO zouden in totaal 100 werken uit de wereldliteratuur in vertaling gelezen moeten worden in opgaande graad van moeilijkheid. Daarbij in ieder geval 25 werken uit onze culturele traditie. Niet alleen gehele boeken maar ook gekozen fragmenten. Dan komen tenminste ook Duizendeneennacht, de Russen, Hongaar Marai, de Amerikanen, Plato etc. tot hun recht en verdwijnen de verzuilde vakidioten ne, fra, du, eng en verbreedt de scoop van de scholier in internationaal opzicht. (Bovendien zou de scholier in totaal 20 opera's moeten zien en horen tot 18 jaar.)


* Er zijn veel manieren om de canon (en sowieso de Nederlandse literatuur) aan te bieden. Het belangrijkst is dat het aanbod gedifferentieerd en veelvuldig is, zodat alle soorten publiek iets kunnen vinden. Websites zouden ook info over het totale aanbod moeten bieden. Een taak van dbnl!


* In het onderwijs moet het verplicht lezen terugkeren, maar niet via een totaal voorgeschreven lijst: de leerling moet ook de kans hebben eigen voorkeur te ontplooien. Bovendien: niet elke leerling hoeft voor lezen gewonnen te worden. Wel moet doordringen dat erfgoed een belangrijke zaak is.


* Het allerbelangrijkst lijkt mij goed onderwijs. Waar dit tekort schiet blijft al het andere lapwerk.


* Punt 6 Aandachtsverdeling

Middeleeuwen 10 %
Gouden Eeuw 5 %
18e eeuw 5 %
19e eeuw 5 %
20e eeuw 75 %

* Tal van auteurs zie ik al jaren niet meer op de literatuurlijsten van (havo)scholieren: Nescio, Van Schendel, Slauerhoff enz. Wat dat betreft ontstaat een kloof. Daarnaast is er sprake van verschraling/versmalling. Veel auteurs worden auteurs van 1 boek: Mulisch is de auteur van Twee vrouwen (en hooguit nog De aanslag), Wolkers heeft alleen Turks fruit geschreven. Dit is mede toe te schrijven aan De Grote Lijsters: leerlingen lezen voornamelijk nog de boeken die in deze reeks verschijnen. En deze reeks neemt geen risico's! (Voor de zoveelste maal Isabelle van Tessa de Loo!!)


* In mijn benadering ben ik sterk inhoudsgericht, met aandacht voor wat publiek aan kan/interessant vindt. In het algemeen zouden lyriek en drama/toneel meer aandacht verdienen. Ook relatie tekst-film/video zou uitgewerkt moeten worden: bv Hella Haasse: Oeroeg/verfilming Oeroeg/dekolonisatie als thema-literair niveau. Tenslotte, mijn ervaring is dat zelfs aan een ontspoorde 4HAVO het mogelijk is interessante lessen in literatuur te geven. Voorop staat evenwel dat de docent hooggekwalificeerd is, het veld kan overzien, bereid is in het vak te investeren, en niet al te strak vasthoudt aan de canon die door ‘beleids’neerlandici wordt opgesteld. Doel moet zijn inwijding in de literatuur/literaire canon/leren wat literatuur is. Kortom, werken aan de ontwikkeling van een literaire smaak aan de hand van klassieken en literatuur problematiseren.


* Nederlandse klassieke werken moeten altijd voorradig zijn en in iedere goede boekhandel te koop of bestelbaar zijn.


* Ad vraag 7: onderaan schreef ik ‘meer tijd voor literatuuronderwijs op de middelbare school’. Maar alles begint met de geëngageerde, enthousiaste, bevlogen leraar, die interesse wekt en zijn liefde voor literatuur overbrengt.


* Van al te veel verplichte nummers op een literatuurlijst zou ik tegendraads worden. Een keuzelijst ligt meer voor de hand; daarnaast moeten leerlingen zelf met titels kunnen komen.


* Het zou bijzonder goed zijn als er op tv weer veel meer aandacht voor het Nederlands toneel zou komen. Klassieke verhalen (zoals de serie romans van Vestdijk of Karakter) zouden moeten worden verfilmd of op tv gebracht. Majoor Frans zou goed de concurrentie met Jane Austen aankunnen.


* Belangrijke boeken zouden behandeld moeten worden in de geschiedenisles, niet bij Nederlandse taal. Net als belangrijke schilders en architecten zijn ze deel van de cultuurgeschiedenis. Daarbij behoren ook de voornaamste stromingen, zoals de Gids en de Nieuwe Gids.


* Er ligt nog een heel creatief terrein aan leesbevordering braak, schreeuwend om creatieve en inventieve invulling. Enthousiaste docenten en bruikbaar lesmateriaal ook zeer belangrijk.

 

 

 


     varia


* Enquête onder ongeveer 35 propedeusestudenten naar ervaringen op de middelbare school: ongeveer 6 hadden iets gelezen van voor 20e eeuw; bij 1 had de leraar drie jaar lang Reve voorgelezen; de rest had wel een boek moeten aanschaffen maar dat nooit opengehad; 1 was uit de klas gestuurd omdat hij met een dichtbundel op schoot zat. Niemand weet de volgorde tussen Middeleeuwen, Rederijkers, Renaissance, Verlichting etc. etc. etc. Uitvinding boekdrukkunst 17e of 18e eeuw? etc. etc. etc.


* Mijn vraag: wat doen al die Neerlandici in het VWO dat het algemeen peil zo is afgezakt?


* In totaal heb ik twintig jaar (tot 1985) enthousiast voor de klas gestaan (havo-VWO) en geprobeerd leerlingen aan het lezen te houden en/of te krijgen; de laatste jaren raakte dit op de achtergrond door tijdgebrek: exameneisen, beschikbare lesuren en niveau van de leerlingen w.b. taalbeheersing (vooral schriftelijk) drongen literatuur naar de achtergrond.


* In mijn jeugd werd de conversatie doorspekt met spreekwoorden, gezegden en citaten. Impulsief stelde ik -in 30 minuten- een lijstje samen, met veel genoegen, ik zocht niets op. Een serieuze lijst zou zeker veel langer zijn...


* Heb levenslang een gruwelijke hekel gehad aan de beantwoording van vragenlijsten als deze. Ben buitendien een tegenstander van de opvatting dat alles ‘leuk’, ‘gemakkelijk aansprekend’, aan de gemakzucht tegemoet komend moet worden opgedist; heb ik de eerste helft van mijn leven als Neerlandicus voor de klas gestaan en het genoegen mogen smaken dat zes van mijn leerlingen hebben gekozen voor de studie Ned. taal- en letterkunde; heb geen kinderen, maar kan helaas bij neefjes en nichtjes (in hun puberjaren) vaststellen hoe zij, dankzij het vernieuwde onderwijs, weinig verder zijn dan gekomen dan... Nee, laat ik niet in algehele bitterheid eindigen, maar hopen dat wie met zesderangs flut-auteurs als Grunberg en Giphart worden opgevoed misschien toch nog eens zullen aanlopen tegen Couperus of een fenomeen als Willem Brakman.


* Goed initiatief, deze enquête: het literatuuronderwijs in Nederland is er al geruime tijd slecht aan toe.


* Dit was een goed initiatief!


* Leuk initiatief. Veel succes.


* Een goed initiatief. Ik hoop dat U ermee kunt opboksen tegen het steeds verder in elkaar stortend talenonderwijs. Opmerking uit mijn Damesleesgezelschap (jonger dan ik) toen ik de Homerische hexameter had uitgelegd: ‘Wat is ons veel ontnomen!’