literatuur in context: hof, stad en klooster




hof          |          stad          |          klooster          

literatuur aan het hof

Hartmut Beckers, ‘Die volkssprachige Literatur des Mittelalters am Niederrhein’ 1995

Bart Besamusca, ‘De Vlaamse opdrachtgevers van Middelnederlandse literatuur: een literair-historisch probleem’ 1991

Dini Hogenelst en Saskia de Vries, ‘“Die scone die mi peisen doet...” De vrouw als opdrachtgeefster van middeleeuwse literatuur’ 1982

Jozef D. Janssens, ‘Wereldse literatuur in het dertiende-eeuwse Vlaanderen’ 2000

F.P. van Oostrom, ‘Achtergronden van een nieuwe vorm: de kleinschalige epiek van Willem van Hildegaersberch’ 1984

Remco Sleiderink, ‘Dichters aan het Brabantse hof (1356-1406)’ 1993

Robert Stein, ‘Jan van Boendales Brabantsche Yeesten: antithese of synthese?’ 1991

Frank Willaert, ‘Het zingende hof. Ontstaan, vertolking en onthaal van hoofse minnelyriek omstreeks 1400’ 1992


hoofsheid

W.P. Gerritsen, ‘Hoofsheid herbeschouwd’ 2001

Jozef D. Janssens, ‘Een pleidooi voor Beatrijs' geliefde. “Die ionghelinc sach op die suverlike, Daer hi ghestade minne toe droech” (vv. 340-1)’ 1996

F.J. Lodder, ‘Spreken of zwijgen? Over schuld en dilemma's in “De borchgravinne van Vergi”’ 1998

Dieuwke E. van der Poel, ‘A Romance of a Rose and Florentine: The Flemish Adaptation of the Romance of the Rose’ 1992

J. Reynaert, ‘Botsaerts verbijstering. Over de interpretatie van Van den vos Reynaerde 1996

Roel Zemel, ‘Evax en Sibilie. Een verhaal over liefde en ridderschap in de Roman van Limborch 1998





hof          |          stad          |          klooster          

literatuur in de stad

Wim van Anrooij, ‘Recht en rechtvaardigheid binnen de Antwerpse School’ 1994

Herman Brinkman, ‘Het wonder van Molenbeek. De herkomst van de tekstverzameling in het handschrift-Van Hulthem’ 2000

A. van Elslander, ‘Letterkundig leven in de Bourgondische tijd. De rederijkers’ 1959

W.N.M. Hüsken, ‘1 augustus 1541: De klucht “Tielebuys” van Willem Vrancx wordt als welkomstspel gespeeld op het landjuweel van Diest. De kluchtentraditie in de Nederlanden’ 1996

Erwin Mantingh, ‘“...twelke al gheviel int Spel van Strasengijs”. Naar aanleiding van een ongekend drama in Oudenaarde anno 1373’ 2000

J.B. Oosterman, ‘Tussen twee wateren zwem ik. Anthonis de Roovere tussen rederijkers en rhétoriqueurs’ 1999-2000

Herman Pleij, De wereld volgens Thomas van der Noot, boekdrukker en uitgever te Brussel in het eerste kwart van de zestiende eeuw 1982

Herman Pleij, ‘Inleiding: op belofte van profijt’ 1991

Robert Stein, ‘Jan van Boendales Brabantsche Yeesten: antithese of synthese?’ 1991


rederijkers

Dirk Coigneau, ‘Matthijs de Castelein: “excellent poëte moderne”’ 1985

Dirk Coigneau, ‘Mariken van Nieumeghen: fasen en lagen’ 1991

Dirk Coigneau, ‘Bedongen creativiteit. Over retoricale productieregeling’ 2000

J.B. Drewes, ‘Het interpreteren van godsdienstige spelen van zinne’ 1978-1979

A. van Elslander, ‘Letterkundig leven in de Bourgondische tijd. De rederijkers’ 1959

B.H. Erné, ‘Rederijkersballaden oude en nieuwe stijl’ 1972

W.M.H. Hummelen, ‘Types and Methods of the Dutch Rhetoricians' Theatre’ 1981

W.M.H. Hummelen, ‘Het tableau vivant, de “toog”, in de toneelspelen van de rederijkers’ 1992

W.N.M. Hüsken, ‘1 augustus 1541: De klucht “Tielebuys” van Willem Vrancx wordt als welkomstspel gespeeld op het landjuweel van Diest. De kluchtentraditie in de Nederlanden’ 1996

J.B. Oosterman, ‘Tussen twee wateren zwem ik. Anthonis de Roovere tussen rederijkers en rhétoriqueurs’ 1999-2000

Herman Pleij, De wereld volgens Thomas van der Noot, boekdrukker en uitgever te Brussel in het eerste kwart van de zestiende eeuw 1982

Herman Pleij, ‘Inleiding: op belofte van profijt’ 1991

Herman Pleij, ‘De betekenis van de beginnende drukpers voor de ontwikkeling van de Nederlandse literatuur in Noord en Zuid’ 1992

Herman Pleij, ‘Anna Bijns als pamflettiste? Het refrein over de beide Maartens’ 2000

B.A.M. Ramakers en Hans van Dijk, ‘Spel en spektakel. Ter inleiding’ 2001

R.J. Resoort, ‘Het raadsel van de rijmdrukken’ 1998

J.P. Westgeest, ‘Casteleins code gekraakt’ 1987





hof          |          stad          |          klooster          

literatuur in het klooster

Mikel M. Kors, ‘Epistolaire aspecten van de geestelijke brief (ca. 1350-1550)’ 1993

Th. Mertens, ‘Lezen met de pen. Ontwikkelingen in het laatmiddeleeuws geestelijk proza’ 1989

Th. Mertens, ‘Boeken voor de eeuwigheid. Ter inleiding’ 1993

Paul Mommaers, ‘De Brabantse mystiek. Alleen met God op een berg? En dan?’ 2000

Kurt Ruh, ‘Altniederländische Mystik in deutschsprachiger Überlieferung’ 1964

W.F. Scheepsma, ‘“For hereby I hope to rouse some to piety”: Books of Sisters from Convents and Sister-Houses associated with the Devotio Moderna in the Low Countries’ 1995

Geert Warnar, ‘Een sneeuwbui in het Zoniënwoud. Middelnederlandse geestelijke letterkunde ten tijde van Jan van Ruusbroec’ 1997


geestelijk proza

Guido de Baere, ‘Van Groenendaal anno 1359 naar Utrecht anno 2000. De tekstuitgever als bruggenbouwer’ 2000

Veerle Fraeters, ‘Visioenen als literaire mystagogie. Stand van zaken en nieuwe inzichten over intentie en functie van Hadewijchs Visioenen’ 1999

J.P. Gumbert, ‘De datering van het Haagse handschrift van de Limburgse Sermoenen 1987

Mikel M. Kors, ‘Epistolaire aspecten van de geestelijke brief (ca. 1350-1550)’ 1993

Erik Kwakkel, ‘Ouderdom en genese van de veertiende-eeuwse Hadewijch-handschriften’ 1999

Th. Mertens, ‘Lezen met de pen. Ontwikkelingen in het laatmiddeleeuws geestelijk proza’ 1989

Th. Mertens, ‘Boeken voor de eeuwigheid. Ter inleiding’ 1993

J. Reynaert, ‘Hadewijch en de Bijbel’ 1987

Kurt Ruh, ‘Altniederländische Mystik in deutschsprachiger Überlieferung’ 1964

W.F. Scheepsma, ‘“For hereby I hope to rouse some to piety”: Books of Sisters from Convents and Sister-Houses associated with the Devotio Moderna in the Low Countries’ 1995

Geert Warnar, ‘Een sneeuwbui in het Zoniënwoud. Middelnederlandse geestelijke letterkunde ten tijde van Jan van Ruusbroec’ 1997


mystiek

Guido de Baere, ‘Van Groenendaal anno 1359 naar Utrecht anno 2000. De tekstuitgever als bruggenbouwer’ 2000

Veerle Fraeters, ‘Visioenen als literaire mystagogie. Stand van zaken en nieuwe inzichten over intentie en functie van Hadewijchs Visioenen’ 1999

Louis Grijp, ‘De zingende Hadewijch. Op zoek naar de melodieën van haar Strofische Gedichten’ 1992

Erik Kwakkel, ‘Ouderdom en genese van de veertiende-eeuwse Hadewijch-handschriften’ 1999

Paul Mommaers, ‘De Brabantse mystiek. Alleen met God op een berg? En dan?’ 2000

J. Reynaert, ‘Hadewijch en de Bijbel’ 1987

Kurt Ruh, ‘Altniederländische Mystik in deutschsprachiger Überlieferung’ 1964

Geert Warnar, ‘Een sneeuwbui in het Zoniënwoud. Middelnederlandse geestelijke letterkunde ten tijde van Jan van Ruusbroec’ 1997

Frank Willaert, ‘Registraliteit en intertextualiteit in Hadewijchs “Eerste Strofische Gedicht”’ 1993