de honderd artikelen in alfabetische rangschikking, en per afzonderlijke auteur chronologisch
Remieg Aerts, ‘De Gids en zijn publiek. Een compositieportret’ 1994
Ton Anbeek, ‘Kenmerken van de Nederlandse naturalistische roman’ 1979
Ton Anbeek en J.J. Kloek, ‘Van idealisme naar naturalisme. Een onderzoek naar de romankritiek tussen 1879 en 1887’ 1981
F. Baur, ‘Hollands-Belgische verhoudingen voor en na’ 1969
Klaus Beekman, ‘L. van Deyssels Een Liefde en de kritiek’ 1971-1972
Christian Berg, ‘De Frans-Belgische letterkunde en het Vlaams bewustzijn. Het symbolisch tekort’ 1990
Joop van den Berg, ‘Dé-Lilah. Een vergeten schrijfster van ruim 2000 pagina's Indisch proza’ 1996
W. van den Berg, ‘Sociabiliteit, genootschappelijkheid en de orale cultus’ 1984
W. van den Berg, ‘Dispuut op de Drachenfels’ 1985
W. van den Berg, ‘Het literaire genootschapsleven in de eerste helft van de negentiende eeuw’ 1986
W. van den Berg, ‘De preromantiekconceptie en de Nederlandse literatuurgeschiedenis’ 1999
P.B.M. Blaas, ‘Tollens en de vaderlandse herinnering’ 2000
Carel Blotkamp en Mieke Rijnders, ‘Beeldende kunst en Literatuur’ 1978
Caroline Boot en Marijke van der Heijden, ‘Gemeenschapskunst’ 1978
David J. Bos, ‘“Dienaren des Woords”. Godgeleerden in de negentiende-eeuwse Nederlandse letterkunde’ 1997
Henri Bossaert, ‘A. Roland Holst, W.B. Yeats en de kunstidealen van het Franse symbolisme’ 1973
J.C. Brandt Corstius, Het poëtisch programma van Tachtig. Een vergelijkende studie 1968
F.G.M. Broeyer, ‘Theologische en kerkelijke pluriformiteit weerspiegeld in tijdschriften: de jaren vijftig van de negentiende eeuw’ 1999
Ernest Claassen, ‘Het Nederlandsch Magazijn, het Nederlandsch Museum en De Honigbij.
Drie geïllustreerde tijdschriften in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw’ 1998
Karel De Clerck, ‘Letterkundig leven te Brugge in de Hollandse tijd’ 1963
Piet Couttenier, ‘Het dubbel debuut van Conscience’ 1984
Piet Couttenier, ‘Guido Gezelle. Wisselende beelden van een dichter’ 1992
Piet Couttenier, ‘Anton Bergmann: een uitzondering?’ 1997
Piet Couttenier, ‘Literatuur en Vlaamse Beweging. Tot 1914’ 1998
Piet Couttenier, ‘Nationale beelden in de Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw’ 1999
Ada Deprez, ‘De professionalisering van de neerlandistiek in Vlaanderen, 1817-1914’ 1989
Ada Deprez, ‘De Franse en Nederlandse nadruk in België. “La nation la moins littéraire du monde,
puisqu'elle copie tout en ne produit rien”?’ 1990
G.J. Dorleijn, ‘“Het sterkste werkt wat is weggelaten”. J.H. Leopold als symbolist’ 1984
Joris van Eijnatten, ‘Hypochondrische ziel. Lichaam en geest in de De ziekte der geleerden (1807) van Willem Bilderdijk’ 1998
Enno Endt, ‘Ons schoon-zijn is de bloei der begeerte’ 1991
H. Gaus, ‘Literatuur en kunst, 1844-1895’ 1977
W. Gobbers, ‘“Volksbeschaving! Nationaliteit!” Krachtlijnen van een geschiedenis van de 19de-eeuwse Vlaamse letteren’ 1982
W. Gobbers, ‘Consciences Leeuw van Vlaenderen als historische roman en nationaal epos: een
genrestudie in Europees perspectief’ 1990
J.D.F. van Halsema, ‘Gorter na Mei’ 1978
J.D.F. van Halsema, ‘“En dat doen ook wij”: de wisselwerking tussen stemmingsdichters en
naturalisten in de eerste jaren van de Nieuwe Gids’ 1987
J.D.F. van Halsema, ‘In verwachting van de nieuwste mens: Nederlandse literatoren rond 1900 over Zuid-Afrika’ 1995
J.D.F. van Halsema, ‘Wie heel goed kijkt, die kan hem bijna zien. Baudelaire bij de Tachtigers’ 1995
M. Hanot, ‘Literaire teorieën en kritiek in Gentse tijdschriften tijdens de periode van 1830 tot 1850’ 1955
M. Hanot, ‘Literaire theorieën en kritiek in Antwerpse tijdschriften van 1840 tot ca.1850’ 1955
M. Hanot, ‘De Brusselse tijdschriften (1815-1846) en de Nederlandse letterkunde’ 1990
A.J. Hanou, ‘Kinkers Wereldstaat (rond 1810): een Verlichtingsepos als reactie op Bilderdijks
Ondergang der eerste wareld (1809)’ 1997
J.G. Hegeman, ‘Darwin en onze voorouders. Nederlandse reacties op de evolutieleer 1860-1875: een terreinverkenning’ 1970
Geurt Imanse en John Steen, ‘Achtergronden van het Symbolisme’ 1978
Tineke Jacobi en Joke Relleke, ‘De leus van vooruitgang! Het literaire program van De Gids
onder Potgieter en Bakhuizen van den Brink’ 1995
Gert de Jager, ‘Het geheim van het sonnet. De Tachtigers en de aantrekkingskracht van een
literaire vorm’ 1996
L.E. Jensen, ‘De Nederlandse vrouwenpers in een internationaal perspectief’ 2001
Gert-Jan Johannes, ‘“Zoo is overdrijving de ziekte van elke eeuw.” Het beeld van de 17de eeuw in
19de-eeuwse literatuurgeschiedenissen voor schoolgebruik en zelfstudie’ 2002
Ton van Kalmthout, ‘Een problematisch erfgoed. Negentiende-eeuwse visies op de rederijkerij’ 1999
G. Kamphuis, ‘Religieuze achtergronden in Aarnout Drost's Hermingard van de
Eikenterpen’ 1974
Mary G. Kemperink, ‘Wat wil het naturalisme? Een invulling van het Nederlandse naturalistische concept op basis van poëticale teksten’ 1984
Mary G. Kemperink, ‘Het Nederlands naturalistisch toneel (1890-1900). Een profielschets’ 1991
Mary G. Kemperink, ‘Medische theorieën in de Nederlandse naturalistische roman’ 1993
Mary G. Kemperink, ‘“Excelsior” is het devies van de natuur. Darwinisme in de Nederlandse roman
(1860-1885)’ 1998
J.-M. Klinkenberg, ‘De Franse literatuur in Vlaanderen’ 1988
J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, ‘Het lezerspubliek als object van onderzoek. Boekaanschaf in
Middelburg in het begin van de negentiende eeuw’ 1986
J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, ‘Bij Van Benthem geboekt. Een reconstructie van het
Middelburgse koperspubliek in 1808’ 1987
Jan Koopmans, ‘“Maurits Lijnslager” en z'n ideaal burgerschap’ 1931
Ellen Krol, ‘De gelukkige man’ 2001
H. Krop, ‘Natuurwetenschap en theologie in de negentiende eeuw. De filosofische achtergrond
van de moderne theologie’ 1994
Bernard Kruithof, ‘De deugdzame natie. Het burgerlijk beschavingsoffensief van de Maatschappij tot
Nut van 't Algemeen tussen 1784 en 1860’ 1983
Lisa Kuitert, ‘Het debacle van een negentiende-eeuwse “vrouwenreeks”. Bibliotheek van
Nederlandsche Schrijfsters’ 2001
José Lambert, ‘De verspreiding van Nederlandse literatuur in Frankrijk: enkele beschouwingen’ 1980
Dick van Lente, ‘Drukpersen, papiermachines en lezerspubliek: de verhouding tussen technische
en culturele ontwikkelingen in Nederland in de negentiende eeuw’ 1996
Bernt Luger, ‘Wie las wat in de negentiende eeuw? Een verkenning’ 1986
Nop Maas, ‘Satirische tijdschriften in Nederland’ 1998
Nop Maas, ‘“Dat boek is meer dan een boek - het is een mensch.” Reacties op Max Havelaar in
1860’ 2000
Marita Mathijsen, Het literaire leven in de negentiende eeuw 1987
Marita Mathijsen, ‘Concurrentie voor De Gids: literaire tijdschriften tussen 1835 en 1845’ 1988
Marita Mathijsen, ‘Literaire subsidies in de negentiende eeuw?’ 1996
Maaike Meijer, ‘Literaire apartheid: kritiek en sekse 1898-1930’ 1993
Johanna Muis-van der Leun, ‘Debet- en creditzijde van een cultureel tijdschrift. Het
uitgavebeheer van de Vaderlandsche Letteroefeningen’ 1990
Anne Marie Musschoot, ‘Het literaire leven in Zuid-Nederland in 1885’
1984
Rob Nieuwenhuys, ‘Een vergeten romantikus’ 1932
Michel Oukhow, ‘Sociale belangstelling in de Vlaamse letterkunde, 1848-1885’ 1960-1968
Paul Pelckmans, ‘De mythologisering van het gevoel in Ziel en Lichaam’ 1989
Ben Peperkamp, ‘“De schepping” (1866) van J.J.L. ten Kate’ 1997
Karen Peters, ‘Een schandelijk boek. Klaasje Zevenster en opvattingen over prostitutie in de
negentiende eeuw’ 1990
Henny Ruitenbeek, ‘Classicistische treurspelen voor negentiende-eeuwse ogen’ 1997
M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Rümke en Van Eeden: problemen rond de verteller in Van de koele meren des doods’ 1976
Ludo Simons, ‘Vlaams-Nederduitse betrekkingen in de 19e eeuw’ 1969
Jan Sitvast, ‘De populariteit van almanakken in de tweede helft van de negentiende eeuw’ 1987
Jacob Smit, ‘De kosmische zelfvergroting van de dichter bij Bilderdijk, Perk en Marsman’ 1957
A.L. Sötemann, ‘Marcellus Emants' “Een nagelaten bekentenis”: afrekening met Von
Feuchtersleben, vernieuwing van de naturalistische roman’ 1975
A.L. Sötemann, ‘Twee meesters en hun métier. Boutens en Van de Woestijne over de poëzie’ 1985
A.L. Sötemann, ‘Twee modernistische tradities in de Europese poëzie. Enige suggesties’ 1985
Erik Spinoy, ‘De samenwerking van Hendrik Conscience en Octave Delepierre. Het literaire
systeem in België (1830-1840)’ 1998
Toos Streng, ‘“Materialisme” in de Nederlandse kunst- en literatuurbeschouwing tussen 1835 en
1860’ 1994
Toos Streng, ‘Opvattingen over individualiteit en algemeenheid in de Nederlandse kunst- en
literatuurbeschouwing rond het midden van de negentiende eeuw’ 1995
M. Verbeke, ‘Typologie van de Vlaamse auteur omstreeks 1860’ 1990
Philip Vermoortel, ‘Ik geef wenken, geen regels’ 1995
Tom Verschaffel, ‘Aanschouwelijke Middeleeuwen. Historische optochten en vaderlandse
drama's in het negentiende-eeuwse België’ 1999
G.J. Vis, ‘De instelling van het professoraat en de eerste generatie hoogleraren. Over de inhoud
en de functie van het academisch onderwijs in de Nederlandse letterkunde in de eerste helft der
negentiende eeuw’ 1998
Joris Vlasselaers, ‘De romanpoëtica in Vlaanderen (1840-1880): een onderzoek naar de
functionaliteit van een genre’ 1990
C.G.N. de Vooys, ‘De sociale roman en de sociale novelle in het midden van de negentiende
eeuw’ 1947
K.M. Wagemans, ‘Invloeden op de ontwikkeling van de historische roman in de periode 1827-1840 of De Redevoering en de Roos’ 1982
Karel Wauters, ‘De Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw: een literair-historisch probleemgebied doorgelicht’ 1991
Albert Westerlinck, ‘De Zuidnederlandse dichtkunst in de 19e eeuw. Een synthetische waardering’ 1962
Oscar Westers, ‘Over eenvoudscultus, mode en hoogdravendheid. Rederijkerskamers en
Nutsdepartementen in de negentiende eeuw’ 2000
Joke van der Wiel, ‘Een “misgeboorte” of een literaire uitdaging? David Jacob van Lennep als
pleitbezorger voor een verdacht genre’ 1985
Joke van der Wiel, ‘“Wat is het dan toch treurig, dat de mens zo is.” Schetsen uit de pastorie te
Mastland’ 1993
|