de honderd artikelen in chronologische rangschikking, en per jaar alfabetisch




1931

Jan Koopmans, ‘“Maurits Lijnslager” en z'n ideaal burgerschap’

1932

Rob Nieuwenhuys, ‘Een vergeten romantikus’

1947

C.G.N. de Vooys, ‘De sociale roman en de sociale novelle in het midden van de negentiende eeuw’

1955

M. Hanot, ‘Literaire teorieën en kritiek in Gentse tijdschriften tijdens de periode van 1830 tot 1850’

 

M. Hanot, ‘Literaire theorieën en kritiek in Antwerpse tijdschriften van 1840 tot ca.1850’

1957

Jacob Smit, ‘De kosmische zelfvergroting van de dichter bij Bilderdijk, Perk en Marsman’

1960-1968

Michel Oukhow, ‘Sociale belangstelling in de Vlaamse letterkunde, 1848-1885’

1962

Albert Westerlinck, ‘De Zuidnederlandse dichtkunst in de 19e eeuw. Een synthetische waardering’

1963

Karel De Clerck, ‘Letterkundig leven te Brugge in de Hollandse tijd’

1968

J.C. Brandt Corstius, Het poëtisch programma van Tachtig. Een vergelijkende studie

1969

F. Baur, ‘Hollands-Belgische verhoudingen voor en na’

 

Ludo Simons, ‘Vlaams-Nederduitse betrekkingen in de 19e eeuw’

1970

J.G. Hegeman, ‘Darwin en onze voorouders. Nederlandse reacties op de evolutieleer 1860-1875: een terreinverkenning’

1971-1972

Klaus Beekman, ‘L. van Deyssels Een Liefde en de kritiek’

1973

Henri Bossaert, ‘A. Roland Holst, W.B. Yeats en de kunstidealen van het Franse symbolisme’

1974

G. Kamphuis, ‘Religieuze achtergronden in Aarnout Drost's Hermingard van de Eikenterpen

1975

A.L. Sötemann, ‘Marcellus Emants' “Een nagelaten bekentenis”: afrekening met Von Feuchtersleben, vernieuwing van de naturalistische roman’

1976

M.A. Schenkeveld-van der Dussen, ‘Rümke en Van Eeden: problemen rond de verteller in Van de koele meren des doods

1977

H. Gaus, ‘Literatuur en kunst, 1844-1895’

1978

Carel Blotkamp en Mieke Rijnders, ‘Beeldende kunst en Literatuur’

 

Caroline Boot en Marijke van der Heijden, ‘Gemeenschapskunst’

 

J.D.F. van Halsema, ‘Gorter na Mei’

 

Geurt Imanse en John Steen, ‘Achtergronden van het Symbolisme’

1979

Ton Anbeek, ‘Kenmerken van de Nederlandse naturalistische roman’

1980

José Lambert, ‘De verspreiding van Nederlandse literatuur in Frankrijk: enkele beschouwingen’

1981

Ton Anbeek en J.J. Kloek, ‘Van idealisme naar naturalisme. Een onderzoek naar de romankritiek tussen 1879 en 1887’

1982

W. Gobbers, ‘“Volksbeschaving! Nationaliteit!” Krachtlijnen van een geschiedenis van de 19de-eeuwse Vlaamse letteren’

 

K.M. Wagemans, ‘Invloeden op de ontwikkeling van de historische roman in de periode 1827-1840 of De Redevoering en de Roos’

1983

Bernard Kruithof, ‘De deugdzame natie. Het burgerlijk beschavingsoffensief van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen tussen 1784 en 1860’

1984

W. van den Berg, ‘Sociabiliteit, genootschappelijkheid en de orale cultus’

 

Piet Couttenier, ‘Het dubbel debuut van Conscience’

 

G.J. Dorleijn, ‘“Het sterkste werkt wat is weggelaten”. J.H. Leopold als symbolist’

 

Mary G. Kemperink, ‘Wat wil het naturalisme? Een invulling van het Nederlandse naturalistische concept op basis van poëticale teksten’

 

Anne Marie Musschoot, ‘Het literaire leven in Zuid-Nederland in 1885’

1985

W. van den Berg, ‘Dispuut op de Drachenfels’

 

A.L. Sötemann, ‘Twee meesters en hun métier. Boutens en Van de Woestijne over de poëzie’

 

A.L. Sötemann, ‘Twee modernistische tradities in de Europese poëzie. Enige suggesties’

 

Joke van der Wiel, ‘Een “misgeboorte” of een literaire uitdaging? David Jacob van Lennep als pleitbezorger voor een verdacht genre’

1986

W. van den Berg, ‘Het literaire genootschapsleven in de eerste helft van de negentiende eeuw’

 

J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, ‘Het lezerspubliek als object van onderzoek. Boekaanschaf in Middelburg in het begin van de negentiende eeuw’

 

Bernt Luger, ‘Wie las wat in de negentiende eeuw? Een verkenning’

1987

J.D.F. van Halsema, ‘“En dat doen ook wij”: de wisselwerking tussen stemmingsdichters en naturalisten in de eerste jaren van de Nieuwe Gids

 

J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, ‘Bij Van Benthem geboekt. Een reconstructie van het Middelburgse koperspubliek in 1808’

 

Marita Mathijsen, Het literaire leven in de negentiende eeuw

 

Jan Sitvast, ‘De populariteit van almanakken in de tweede helft van de negentiende eeuw’

1988

J.-M. Klinkenberg, ‘De Franse literatuur in Vlaanderen’

 

Marita Mathijsen, ‘Concurrentie voor De Gids: literaire tijdschriften tussen 1835 en 1845’

1989

Ada Deprez, ‘De professionalisering van de neerlandistiek in Vlaanderen, 1817-1914’

 

Paul Pelckmans, ‘De mythologisering van het gevoel in Ziel en Lichaam

1990

Christian Berg, ‘De Frans-Belgische letterkunde en het Vlaams bewustzijn. Het symbolisch tekort’

 

Ada Deprez, ‘De Franse en Nederlandse nadruk in België. “La nation la moins littéraire du monde, puisqu'elle copie tout en ne produit rien”?’

 

W. Gobbers, ‘Consciences Leeuw van Vlaenderen als historische roman en nationaal epos: een genrestudie in Europees perspectief’

 

M. Hanot, ‘De Brusselse tijdschriften (1815-1846) en de Nederlandse letterkunde’

 

Johanna Muis-van der Leun, ‘Debet- en creditzijde van een cultureel tijdschrift. Het uitgavebeheer van de Vaderlandsche Letteroefeningen

 

Karen Peters, ‘Een schandelijk boek. Klaasje Zevenster en opvattingen over prostitutie in de negentiende eeuw’

 

M. Verbeke, ‘Typologie van de Vlaamse auteur omstreeks 1860’

 

Joris Vlasselaers, ‘De romanpoëtica in Vlaanderen (1840-1880): een onderzoek naar de functionaliteit van een genre’

1991

Enno Endt, ‘Ons schoon-zijn is de bloei der begeerte’

 

Mary G. Kemperink, ‘Het Nederlands naturalistisch toneel (1890-1900). Een profielschets’

 

Karel Wauters, ‘De Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw: een literair-historisch probleemgebied doorgelicht’

1992

Piet Couttenier, ‘Guido Gezelle. Wisselende beelden van een dichter’

1993

Mary G. Kemperink, ‘Medische theorieën in de Nederlandse naturalistische roman’

 

Maaike Meijer, ‘Literaire apartheid: kritiek en sekse 1898-1930’

 

Joke van der Wiel, ‘“Wat is het dan toch treurig, dat de mens zo is.” Schetsen uit de pastorie te Mastland’

1994

Remieg Aerts, De Gids en zijn publiek. Een compositieportret’

 

H. Krop, ‘Natuurwetenschap en theologie in de negentiende eeuw. De filosofische achtergrond van de moderne theologie’

 

Toos Streng, ‘“Materialisme” in de Nederlandse kunst- en literatuurbeschouwing tussen 1835 en 1860’

1995

J.D.F. van Halsema, ‘In verwachting van de nieuwste mens: Nederlandse literatoren rond 1900 over Zuid-Afrika’

 

J.D.F. van Halsema, ‘Wie heel goed kijkt, die kan hem bijna zien. Baudelaire bij de Tachtigers’

 

Tineke Jacobi en Joke Relleke, ‘De leus van vooruitgang! Het literaire program van De Gids onder Potgieter en Bakhuizen van den Brink’

 

Toos Streng, ‘Opvattingen over individualiteit en algemeenheid in de Nederlandse kunst- en literatuurbeschouwing rond het midden van de negentiende eeuw’

 

Philip Vermoortel, ‘Ik geef wenken, geen regels’

1996

Joop van den Berg, ‘Dé-Lilah. Een vergeten schrijfster van ruim 2000 pagina's Indisch proza’

 

Gert de Jager, ‘Het geheim van het sonnet. De Tachtigers en de aantrekkingskracht van een literaire vorm’

 

Dick van Lente, ‘Drukpersen, papiermachines en lezerspubliek: de verhouding tussen technische en culturele ontwikkelingen in Nederland in de negentiende eeuw’

 

Marita Mathijsen, ‘Literaire subsidies in de negentiende eeuw?’

1997

David J. Bos, ‘“Dienaren des Woords”. Godgeleerden in de negentiende-eeuwse Nederlandse letterkunde’

 

Piet Couttenier, ‘Anton Bergmann: een uitzondering?’

 

A.J. Hanou, ‘Kinkers Wereldstaat (rond 1810): een Verlichtingsepos als reactie op Bilderdijks Ondergang der eerste wareld (1809)’

 

Ben Peperkamp, ‘“De schepping” (1866) van J.J.L. ten Kate’

 

Henny Ruitenbeek, ‘Classicistische treurspelen voor negentiende-eeuwse ogen’

1998

Ernest Claassen, ‘Het Nederlandsch Magazijn, het Nederlandsch Museum en De Honigbij. Drie geïllustreerde tijdschriften in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw’

 

Piet Couttenier, ‘Literatuur en Vlaamse Beweging. Tot 1914’

 

Joris van Eijnatten, ‘Hypochondrische ziel. Lichaam en geest in de De ziekte der geleerden (1807) van Willem Bilderdijk’

 

Mary G. Kemperink, ‘“Excelsior” is het devies van de natuur. Darwinisme in de Nederlandse roman (1860-1885)’

 

Nop Maas, ‘Satirische tijdschriften in Nederland’

 

Erik Spinoy, ‘De samenwerking van Hendrik Conscience en Octave Delepierre. Het literaire systeem in België (1830-1840)’

 

G.J. Vis, ‘De instelling van het professoraat en de eerste generatie hoogleraren. Over de inhoud en de functie van het academisch onderwijs in de Nederlandse letterkunde in de eerste helft der negentiende eeuw’

1999

W. van den Berg, ‘De preromantiekconceptie en de Nederlandse literatuurgeschiedenis’

 

F.G.M. Broeyer, ‘Theologische en kerkelijke pluriformiteit weerspiegeld in tijdschriften: de jaren vijftig van de negentiende eeuw’

 

Piet Couttenier, ‘Nationale beelden in de Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw’

 

Ton van Kalmthout, ‘Een problematisch erfgoed. Negentiende-eeuwse visies op de rederijkerij’

 

Tom Verschaffel, ‘Aanschouwelijke Middeleeuwen. Historische optochten en vaderlandse drama's in het negentiende-eeuwse België’

2000

P.B.M. Blaas, ‘Tollens en de vaderlandse herinnering’

 

Nop Maas, ‘“Dat boek is meer dan een boek - het is een mensch.” Reacties op Max Havelaar in 1860’

 

Oscar Westers, ‘Over eenvoudscultus, mode en hoogdravendheid. Rederijkerskamers en Nutsdepartementen in de negentiende eeuw’

2001

L.E. Jensen, ‘De Nederlandse vrouwenpers in een internationaal perspectief’

 

Ellen Krol, ‘De gelukkige man’

 

Lisa Kuitert, ‘Het debacle van een negentiende-eeuwse “vrouwenreeks”. Bibliotheek van Nederlandsche Schrijfsters’

2002

Gert-Jan Johannes, ‘“Zoo is overdrijving de ziekte van elke eeuw.” Het beeld van de 17de eeuw in 19de-eeuwse literatuurgeschiedenissen voor schoolgebruik en zelfstudie’