Het Wit Lavendel

Amsterdam, Noord-Holland

Opgericht: ?

Opgeheven: ?


Nadere informatie over organisatie

Arjan van Dixhoorn, Repertorium van rederijkerskamers in de Noordelijke Nederlanden 1400-1650 (2004)

Informatie over leden van Het Wit Lavendel in de dbnl

Gerrit Hendricksz. van Breughel (ca. 1573-1635)
F.V. Coornhert (1519-1605)
Andries Duirkant (?-?(17de eeuw))
Zacharias Heyns (ca. 1566-1638)
Jan Sijwertsz Kolm (1589-1637)
Abraham de Koning (1588-1619)
Carel Quina (ca. 1586-1649)
Gerbrand Smit (?(17de eeuw)-?(17de eeuw))
Anthoni Smyters (ca. 1545-ca. 1626)
Joost van den Vondel (1587-1679)


Teksten uit kring van Het Wit Lavendel in de dbnl

Gerrit Hendricksz. van Breughel, ‘135. Een Nieu liedeken vanden gheschooren hoop. ’ In: Geuzenliedboek (1574)
Willem Bartjens, Pieter Christiaenszoon Bor, Jacobus Celosse, S. van Delmanhorst, J. Detringh, Zacharias Heyns, Israel Jacobs, Pieter Christiaansz. Ketel, Petrus Scriverius en Petrus van Veen, ‘Voor-reden, op den grondt der edel vry Schilder-const.’ In: Het schilder-boeck (1604)
Jan Sijwertsz Kolm, ‘[Kniedicht] Amsterdam, 'tVVit Lavendel, ondertekend I.S. Kolm’ In: Vlaerdings Redenrijck-bergh (1617) (alleen scans beschikbaar)
anoniem Vlaerdings Redenrijck-bergh, ‘Amsterdam: Wit Lavendel ’, ‘[Blazoen] Amsterdam. 'T Wit Lavendel’ In: Vlaerdings Redenrijck-bergh (1617) (alleen scans beschikbaar)
Joost van den Vondel, Hekeldichten (1646)
Gerrit Hendricksz. van Breughel, ‘135. Een Nieu liedeken vanden gheschooren hoop. ’ In: Geuzenliedboek (1924-1925)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Eerste deel’, ‘[Gedichten]’, ‘Schriftuerlijck Bruylofts Reffereyn Op t'houwelijck van Jacob Haesbaert met Clara van Tongerlo’ In: De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620 (1927)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Tweede deel’, ‘[Gedichten]’, ‘Aendachtige betrachtinge over Christus lyden,’ In: De werken van Vondel. Deel 2. 1620-1627 (1929)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Derde deel’, ‘[Gedichten]’, ‘Op den Heer Lavrens Reaal,’ In: De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640 (1929)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Vierde deel’, ‘[Gedichten]’, ‘De Koningklycke Harp aen Kornelis van Kampen.’ In: De werken van Vondel. Deel 4. 1640-1645 (1930)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Vijfde deel’, ‘[Gedichten]’, ‘Eeuwgety der Heilige Stede t'Amsterdam.’ In: De werken van Vondel. Deel 5. 1645-1656 (1931)
Abraham de Koning, ‘Eer-dicht over G. van Hoghendorps Orangien tragedie’ In: De spelen van Gijsbrecht van Hogendorp (1932)
Joost van den Vondel, ‘Vondels Werken Zesde deel’, ‘Voorwerk van Vondels Vergilius-vertaling in proza. 1646.’ In: De werken van Vondel. Deel 6. Vondels Vergilius-vertalingen (1932)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Zevende deel’, ‘De boeken X, XI en XII van Vergilius' Aeneïs in Vondels vertalingen: het proza en de verzen naast elkander afgedrukt en toegelicht door Prof. Dr. A.A. Verdenius’, ‘Het tiende boeck.’ In: De werken van Vondel. Deel 7. Vertalingen uit het Latijn van Vergilius, Horatius en Ovidius (1934)
L.C. Michels, ‘Vondels werken Achtste deel’, ‘De boeken XIII, XIV en XV van ‘Publius Ovidius Nazoos Herscheppinge, vertaelt door J. V. Vondel.’ toegelicht door L.C. Michels.’, ‘P. Ovidius Nazoos Herscheppinge. Het dertiende boek.’ In: De werken van Vondel. Deel 8. 1656-1660 (1935)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Negende deel’, ‘J. V. Vondels Koning David In ballingschap. Treurspel.’ In: De werken van Vondel. Deel 9. 1660-1663 (1936)
Joost van den Vondel, ‘Vondels werken Tiende deel’, ‘J.V. Vondels Faeton Of Reuckeloze Stoutheit. Treurspel.’ In: De werken van Vondel. Deel 10. 1663-1674 (1937)
Gerrit Hendricksz. van Breughel, ‘Een cluchte van d'een ende d'ander twee soldaten, eenen ouden boer met een jonge boerrin zijn wijff ende een aerdige weerdin door Gerrit Hendrickz. van Breughel’ In: Vier excellente cluchten (1950)
Maria Tesselschade Roemer Visschersdr en Joost van den Vondel, ‘Bijlage 354 Vondel's prijsvraag:’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 1 (1976)
C. Barlaeus en Joost van den Vondel, ‘Bijlage 349 Brief van Kasper van Baerle over de Hollandsche groete van P.C. Hooft. door J. v. Vondel vertaalt.’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 1 (1976)
Joost van den Vondel, ‘Tekst en annotaties’, ‘AENLEIDINGE TER NEDERDUITSCHE DICHTKUNSTE. ’ In: Aenleidinge ter Nederduitsche dichtkunste (ed. Werkgroep Utrechtse Neerlandici) (1977)
Joost van den Vondel, ‘1301 + Edelen gestrengen Heere den Heere P.C. Hooft, Ridder Drost Tot Muiden’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (1979)
Joost van den Vondel, ‘1136 (J. v.d. Vondel aan P.C. Hooft)’ In: De briefwisseling van P.C. Hooft. Deel 3 (1979)
Joost van den Vondel, Inwydinge van 't stadthuis t'Amsterdam (1982)
Abraham de Koning, Het tweede dochters-speeltjen (1988)
H.L. Spiegel, ‘Hendrik Laurenszoon Spiegel (1549-1612) Lofdicht tot eer van Amsterdam’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel (1587-1679) Op de doorluchtige zege van Groningen’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel (1587-1679) Aan de leeuw van Holland’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel (1587-1679) Op Amstelredam’ In: 'k Wil rijmen wat ik bouw (1994)
Joost van den Vondel, ‘Joost van den Vondel Gysbreght van Aemstel’, ‘Den heere Huigh de Groot Gezant der koninginne en kroone van Zweden, by den alderchristelijxsten koning, Luidewijck van Bourbon, koning van Vranckrijk en Navarre .’ In: Gysbreght van Aemstel (1994)
Zacharias Heyns, ‘[70. Fragmenten uit de vertaling van Zacharias Heyns van Otto Casmann, Der swaermoedige Conscientie Troost, Vrede en Vruecht.]’ In: Album Joannis Rotarii (Johan Radermacher) (ca. 1560-1620)


Secundaire literatuur over Het Wit Lavendel in de dbnl

G. Kalff, ‘Het Wit Lavendel. Heyns. Kolm. De Koningh.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
J.A. Worp, ‘De Brabantsche Kamer ‘'t Wit Lavendel’.’ In: Geschiedenis van den Amsterdamschen schouwburg 1496-1772 (1920)
J. te Winkel, ‘XVII. De Brabantsche kamer te Amsterdam.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 3: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (1) (1923)
E. Ellerbroek-Fortuin, ‘Hoofdstuk III.’ In: Amsterdamse rederijkersspelen in de zestiende eeuw (1937)
G.A. van Es en G.S. Overdiep, ‘Vondel voor zijn overgang naar de Roomsch Katholieke Kerk door Prof. Dr G.S. Overdiep.’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 4 (1948)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘V Ontwikkelingen binnen het renaissancetoneel 1600-1638’, ‘1. Doorbraak van nieuwe opvattingen binnen ‘Het Wit Lavendel’’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘3. De periode van stabilisatie, 1618-1637’ In: Het Nederlandse renaissance-toneel (1991)
Mieke B. Smits-Veldt, ‘Het Brabantse gezicht van de Amsterdamse rederijkerskamer ‘Het Wit Lavendel’ Mieke B. Smits-Veldt’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 8 (1992)
Mieke B. Smits-Veldt, 'Het Brabantse gezicht van de Amsterdamse rederijkerskamer "Het Wit Lavendel"' (1992)
B.A.M. Ramakers, 'De "Const" getoond. De beeldtaal van de Haarlemse rederijkerswedstrijd van 1606' (1998)