|
|
De Witte Ackoleyen
Leiden, Zuid-Holland Opgericht: ? Opgeheven: ? Nadere informatie over organisatieArjan van Dixhoorn, Repertorium van rederijkerskamers in de Noordelijke Nederlanden 1400-1650 (2004) Informatie over leden van De Witte Ackoleyen in de dbnlHerman van den Berch (?-?(17de eeuw)) D. van Codde (-?(17de eeuw)) Mathijs van Creenburch (?(16de eeuw)-) Cornelis Meesz. van Hout (1516-1595) Jan van Hout (1542-1609) Pieter Cornelisz. van der Morsch (1543-1628) Abraham Wijnbeek (?(18de eeuw)-?) Teksten uit kring van De Witte Ackoleyen in de dbnl- Jan van Hout, Albumbijdrage voor Janus Dousa (1575)
- Jan van Hout, Rederijkerskaart 1577 (1577)
- Jan van Hout, 'Openingsgedicht Album Amicorum' (1578)
- Jan van Hout, Rederijkerskaart 1578 (1578)
- Jan van Hout, 'Liedt op de Standtvasticheyt' (1584)
- Jan van Hout, Onrijmich vreuchden-liedt (1594)
- Jan van Hout, Loterijspel (1596)
- Jan van Hout, Verzen voor de Leidse loterij en de rederijkerswedstrijd van 1596 (1596)
- Jan van Hout, 'Loff-sang op 't verlossen vande Burch Graven' (1602)
- Jan van Hout, 'Opt ontset van Leyden. Lofsang' (1602)
- Zacharias Heyns, ‘De witte Acoleyen van Leyden.’, ‘De intrede vande witte Acoleyen van Leyden verthoont.’ In: Const-thoonende juweel (1607)
- anoniem Vlissings Redens lust-hof, ‘Leyden. Vyf-vaersigh Liedt. Op den Reghel: Die Godt heeft tot sijn hulp, geen dinck hem hinder doet.’ In: Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen (1642)
- anoniem Vlissings Redens lust-hof, ‘Leyden.’ In: Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen (1642)
- anoniem Vlissings Redens lust-hof, ‘Leyden.’ In: Vlissings redens lust-hof, beplant met seer schoone en bequame oeffeningen (1642)
- Janus Secundus, ‘Het V. kvsken’ In: Het boeck der kuskens (1930)
- Janus Secundus, ‘Het XIII. kvsken’ In: Het boeck der kuskens (1930)
- Cornelis Meesz. van Hout, sMenschen Sin en Verganckelijcke Schoonheit (1967)
- Jan van Hout, ‘[109. Jan van Hout, Gedicht met chronogram, 1574.]’ In: Album Joannis Rotarii (Johan Radermacher) (ca. 1560-1620)
- Jan van Hout, Steen voor het Leidse stadhuis (ca. 1577-1578)
- Jan van Hout, Steen voor het Leidse stadhuis (ca. 1597-1598)
Secundaire literatuur over De Witte Ackoleyen in de dbnl- Jan van Hout, Tot het gezelschap ende de vergaderinge der gener, die hem in de nieuwe universiteyt der stad Leyden ouffenende zyn in de Latynsche of Neder-duytsche poëziën (1576)
- Jan van Hout, Opdracht aan Broer Cornelis (1578)
- Jan van Hout, Verzen voor de Leidse loterij en de rederijkerswedstrijd van 1596 (1596)
- W.J. Hofdijk, ‘Tweede tijdvak. Middel-Nederlandsche letteren. (Van 1150 tot 1550.)’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1857)
- N. van der Laan, ‘Rederijkersspelen in de bibliotheek van het Leidsche gemeente-archief.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
- K. ter Laan, ‘[De Witte Acolyen]’ In: Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
- P.J. Meertens, ‘Een esbatement ter ere van keizer Karel V (Een Leids rederijkersspel uit 1552) door P.J. Meertens’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 1967 (1967)
- Cornelis Meesz. van Hout, ‘Inleiding’, ‘I. Ontstaansomstandigheden’ In: sMenschen Sin en Verganckelijcke Schoonheit (1967)
- J.B. Drewes, ‘Een esbatement ter ere van keizer Karel V door J.B. Drewes’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 1968 (1969)
- Johan Koppenol, ‘(Naasten-)Liefde es tFondament De Leidse rederijkers en de loterij van 1596 Johan Koppenol’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 6 (1990)
- Johan Koppenol, ‘In mate volget mi: Jan van Hout als voorman van de renaissance Johan Koppenol’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991)
- Johan Koppenol, 'Een tegendraadse poëtica. De literaire ideeën van Jan van Hout' (1993)
- B.A.M. Ramakers, 'De "Const" getoond. De beeldtaal van de Haarlemse rederijkerswedstrijd van 1606' (1998)
- Henk Hollaar, ‘Een Leidse gelegenheidsformatie Drie ‘Leidse’ groepen op het Rotterdamse rederijkersfeest (1561) door Henk J. Hollaar’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 2001-2002 (2002)
|
|