|
1. Brieven uit het verleden*Veel schriftelijke documenten hebben de eeuwen doorstaan. Ze zijn voor ons nu de belangrijkste bron voor het verleden. Onder al het overgeleverde materiaal nemen brieven een heel aparte positie in. Ze geven immers, bepaalde formele, ambtelijke brieven daargelaten, altijd wel iets persoonlijks prijs. Brieven van politieke personen en van bekende auteurs of kunstenaars zijn voor de geschiedwetenschap, literatuurwetenschap, of de kunstgeschiedenis uiteraard van belang, maar ze blijken ook een veel groter publiek van lezers te intrigeren, wanneer ze in een hedendaagse uitgave beschikbaar komen. Brieven prikkelen de menselijke nieuwsgierigheid en de niet door de briefschrijvers bedoelde lezers beseffen kennelijk het unieke van dergelijke documents humains. De steeds meer toegenomen belangstelling voor het verleden in zijn verschillende facetten rechtvaardigt ook aandacht voor een bepaald genre brieven: familiebrieven uit het verleden, waarin de dagelijkse beslommeringen, zorgen en feestelijke momenten centraal staan. De betekenis van brieven is natuurlijk groot in een tijd waarin het briefverkeer de enig mogelijke vorm van communicatie op afstand was. Talloze familiebrieven moeten door de eeuwen heen zijn geschreven om het contact tussen ver wonende familieleden in stand te houden. Eigenhandig geschreven brieven of, wanneer men zelf de schrijfkunst niet machtig was, epistels die namens de afzender door anderen werden geschreven. Brieven die aanvankelijk nog niet met een reguliere postdienst bezorgd werden, maar die hun bestemming via incidentele verbindingen van reizende personen bereikten 1 . De meeste brieven uit die vroege periode hebben hun schrijvers niet overleefd. Er zijn echter uitzonderingen, zoals de Van Spulde-brieven, die uit de eerste helft van de 16de eeuw dateren. Ze doken enkele jaren geleden uit particulier bezit op en werden door de Universiteitsbibliotheek van Leiden aangekocht 2 . De Van Spulde-collectie bevat vrijwel gave brieven, die indertijd door de afzenders werden gevouwen in de vorm van een kleine rechthoek, waarop de adressering werd gezet, en die vervolgens werden dichtgenaaid (vgl. afb. 2). De gaatjes van de naald zijn zichtbaar en een enkel stukje draad is nog aanwezig. Gerrit van Spulde schreef de meeste brieven. Ze waren bestemd voor zijn dochter, Cecilia ten Water, geboren Van Spulde, en haar man Geert ten Water. Daarnaast treffen we één brief van Johan van Spulde, één van Gerrit van Spulde jr., beide broers van Cecilia, en één van een zekere Golde van Spulde aan. De adressering van de brieven is vrij summier: ‘An juffer Cecilie ten Vater, myn lyef dochter, frentelyck gescreuen’, ‘Den Erentfesten ende from Ghoedert van den Vater, myn besunder lyef zuager, vrenttelyck ghescreuen’ en variaties daarop. Dat geldt ook voor de ondertekening, waar slechts de naam staat vermeld, soms met de toevoeging ‘u lyef vader’ of ‘uen broeder’ (vgl. afb. 3). De woonplaatsen van de geadresseerden en van de afzenders zijn er niet uit af te leiden. Een enkele passage in de brieven zelf verschaft op dat punt wel informatie. Cecilia en Geert ten Water blijken in Zwolle te wonen en uit de opmerking van Gerrit van Spulde jr. dat hij zeker Cecilia en Geert zal bezoeken coemet hijer tho Herderwick een carre van Zwol (= als hier naar Harderwijk een wagen van Zwolle komt), kunnen we opmaken dat hij in Harderwijk woont.
De brieven geven ons zicht op het wel en wee van de Van Spuldes in de periode 1530-1540, de tijd waarin ze werden geschreven. Het zijn eenvoudige familiebrieven van enkele eeuwen terug en als zodanig vormen ze bijzonder interessant materiaal. Ze geven hun inhoud evenwel niet in alle opzichten gemakkelijk prijs. Er wordt, zoals gebruikelijk in brieven aan familieleden of vrienden, veel bekend verondersteld, zodat sommige beknopte aanduidingen voor de lezer van nu niet altijd duidelijk zijn. We moeten ons verdiepen in omstandigheden en gebruiken van die tijd om de strekking van bepaalde passages te begrijpen. En zelfs wanneer we die moeite nemen, kunnen er nog vraagtekens overblijven. Er is de uitdaging om door te dringen in wat er in de brieven staat en bovenal wordt ook onze interesse gewekt voor de ons alleen bij name bekende personen en hun achtergrond. Er is uit de inhoud van de brieven wel iets op te maken over de status van de familie: er wordt over grond gesproken, er is een erfenis te verdelen en er wordt gereisd. De familie zal dus in de betere kringen gezocht moeten worden, maar de vraag is: in welke kringen precies? Hebben de personen nog een ander spoor achtergelaten dan in de bewaarde brieven?
|
* Afkortingen:
ORAH: Oud Rechterlijk Archief Harderwijk rec: recognitieboek fol: folio inv.: inventaris 1 Vgl. voor gegevens over
het postverkeer J.C. Overvoorde, Geschiedenis van het postwezen in Nederland, Leiden
1902 en E.A.B.J. ten Brink, Het Nederlandse postwezen vroeger en nu, Amsterdam/
Antwerpen 1956. Brieven werden meegegeven aan allerlei reizende personen; ook de boden
van de magistraat, de stadsboden, namen wel brieven van particulieren mee (vgl. Overvoorde
1902: 74-5). Ik dank drs. B. Koevoets van Het Nederlands ptt museum te Den Haag voor zijn
informatie en verwijzingen m.b.t. het postverkeer in het verleden.
2 De map Van Spulde-materiaal, die zich
onder signatuur BPL 2853 in de UB Leiden bevindt, werd in 1977 gekocht van antiquariaat Van
Gendt te Amsterdam. De Van Spulde-collectie bevat behalve de 12 brieven, ook 2 varia en 62
kwitanties uit de periode 1538-1572, die voornamelijk de nalatenschap van Geert ten Water
betreffen.
|