2. Speurtocht naar Cecilia van Spulde en haar familie

De brieven zelf geven een aanknopingspunt voor de speurtocht naar Cecilia en haar familie: gezien de daaruit af te leiden woonplaatsen, ligt het voor de hand om het onderzoek in de gemeentelijke archieven van Harderwijk en Zwolle te beginnen. Dat levert resultaten op. Er is vast te stellen dat niet alleen Gerrit van Spulde jr. in Harderwijk woont, maar dat ook vader Gerrit en broer Johan daar geplaatst moeten worden. De Van Spuldes blijken bovendien een niet onaanzienlijke positie in Harderwijk in te nemen: ze behoren generaties lang tot de regentengeslachten van die stad. Leden van de familie waren lid van het gemeentebestuur (de magistraat); ze staan in de archiefstukken als raad of schepen vermeld. De Van Spuldes bevinden zich daarmee op hetzelfde niveau als de Ten Waters in Zwolle, die ook jarenlang deel uitmaakten van de bestuurslaag van hun woonplaats. Cecilia's echtgenoot, Geert ten Water, was zelf verscheidene jaren een van de burgemeesters van Zwolle. Hij wordt in de periode 1532-1544 in diverse functies genoemd; het laatst in 1544 als timmermeester, de figuur die belast was met de publieke werken 3  .

Twee families van stand komen uit de archieven te voorschijn. De individuele leden van die families, in het bijzonder de briefschrijvers, de geadresseerden en andere in de brieven genoemde personen, hebben uiteraard onze speciale belangstelling. Is het mogelijk om meer over hen te weten komen? Gerrit van Spulde wordt in de eerste helft van de 16de eeuw herhaaldelijk vermeld als lid van de magistraat van Harderwijk. Er blijken echter verschillende personen met diezelfde naam te zijn 4  . Daarmee komt een groot probleem bij het archiefonderzoek naar voren: omdat er veel vernoemd werd en er dus binnen een familie diverse personen dezelfde voornaam hebben, is het bijzonder lastig om vast te stellen wie wie is. Het is dan ook de vraag of de briefschrijvers vader Gerrit van Spulde en Gerrit van Spulde jr. met de in de archiefstukken vermelde personen met diezelfde naam zijn te identificeren. Ook andere individuele gegevens zijn niet gemakkelijk te achterhalen: doopboeken en sterfboeken, die geboorte- en sterfdata zouden kunnen opleveren, zijn er nog niet in de eerste helft van de 16de eeuw 5  . Het enige wat ons nog ter beschikking staat, zijn de zgn. Oud Rechterlijke Archieven. Daarin werden alle transacties, die voor schout en schepenen plaatsvonden, opgetekend, zoals: verkoop van land, betaling van rente, verkoop van huizen, vaststellen van een testament en van een boedelscheiding bij overlijden. Wanneer een familie bemiddeld was, is er een kans dat er vermeldingen in de Oud Rechterlijke Archieven worden aangetroffen.

Er zijn inderdaad vermeldingen te vinden, allereerst betreffende de personen aan wie de brieven zijn gericht: Cecilia van Spulde en Geert ten Water, die aan het begin van de correspondentie, in 1530, gehuwd in Zwolle wonen. Uit de brieven valt niet op te maken hoe oud zij zijn en wanneer hun huwelijk, en daarmee de verhuizing van Cecilia naar Zwolle, heeft plaatsgevonden. Het Oud Rechterlijk Archief van Harderwijk, dat zich bevindt in het Rijksarchief te Arnhem, kan op die laatste vraag antwoord geven, omdat Harderwijk een van de weinige steden was, waar de zgn. morgengaven werden geregistreerd 6  . De morgengave was het bedrag dat de echtgenoot zijn vrouw voor schout en schepenen overhandigde (of in het vooruitzicht stelde) de morgen na de eerste huwelijksnacht. Geert ten Water blijkt op de woensdag na de dag van St. Agnes (‘swonsdaeges post agneti’), d.w.z. op 24 januari 1526 aan Celike (=Cecilie) zijn echtgenote, ten overstaan van Zywert van Wijnbergen en Willem van Hueckelum, 150 philipsgulden (gouden munten met de afbeelding van St. Philippus) als morgengave gegeven te hebben:



afbeelding 4: vermelding van de morgengave van Geert ten Water aan Cecilia. (ORAH 133, fol. 60 verso; Rijksarchief Arnhem)

 

Dit was overigens niet het enige financiële aspect aan de huwelijkssluiting. Ruim een jaar tevoren, op 17 januari 1525, was een uitgebreide huwelijksovereenkomst tot stand gebracht tussen de toekomstige echtelieden. Daarbij werd allereerst bepaald wat Geert ten Water aan Cecilia zou geven: onder meer het erve en goed te Genne, diverse stukken land, opbrengsten uit bepaalde goederen, jaarrentes en de helft van het huis van wijlen Harmen van Wytman. Vervolgens werd vastgesteld wat vader Gerrit van Spulde aan Geert ten Water zou schenken, nl. een jaarrente en twee keer een bedrag in geld. De eerste som gelds, 100 philipsgulden, zal binnen een jaar na de huwelijksvoltrekking betaald worden. Het tweede bedrag, 200 philipsgulden krijgt Geert ten Water na het overlijden van Gerrit van Spulde. Geert kan er echter ook voor kiezen om in dat geval het al gekregen geld weer in te brengen in de nalatenschap, waarna hij vervolgens wat de erfenis betreft gelijk mee kan delen met de andere kinderen. Tenslotte werd geregeld wat er zou gebeuren wanneer een van de huwelijkspartners zonder nakomelingen kwam te overlijden, gespecificeerd voor het geval dat Geert voor Cecilia zou sterven en voor het geval dat Cecilia eerder dan Geert het tijdelijke voor het eeuwige zou verwisselen. Het zijn uitgebreide huwelijksvoorwaarden waarin de vermogensrechtelijke zaken geregeld zijn. Aan het document, dat in het Zwols Gemeentearchief is aangetroffen, hangen de zegels van vader Gerrit van Spulde, Willem van Hueckelum en Zywert van Wijnbergen, namens Cecilia, en van Johan van Haerst, Caeszijn van der Helle en Johan van Waermele, namens Geert ten Water 7   (zie afb. 5 en 6).



afbeelding 5: document met huwelijksvoorwaarden van Geert ten Water en Cecilia van Spulde (Gemeentearchief Zwolle: nummer inv. PA 1246, Ch. coll. 252.02).

 



afbeelding 6: wapen van Van Spulde, het zegel dat hangt aan het document met de huwelijksvoorwaarden

 

De brieven laten ons kennismaken met vader Gerrit van Spulde en drie kinderen, Cecilia, Gerrit en Johan. Over de echtgenote van vader Gerrit wordt niet gerept, wat doet vermoeden dat zij al is overleden. Dat vermoeden wordt bevestigd door archiefgegevens, die ook haar identiteit onthullen. Geertruida (Geertruyt) van Hueckelum, zuster van bovengenoemde Willem van Hueckelum, was de vrouw met wie Gerrit van Spulde op 22 januari 1499 is gehuwd, zoals uit de registratie van de morgengave valt af te leiden. Zij overleed voor maart 1512, aangezien er in een acte van die datum over Gerrit van Spulde en zijn vrouw zaliger wordt gesproken 8  . Bij archiefonderzoek wordt ook duidelijk dat Cecilia niet de enige dochter was: zij had een zus, Lucia (Luyt), die trouwde met Johan Voet 9  . De beschikbare gegevens leiden voorlopig tot de volgende kleine stamboom:


 

 3  Zie voor de functies van Geert ten Water de in het Gemeentearchief Zwolle aanwezige aantekeningen van H.J.H. Knoester over de Zwolse magistraat: in 1532 wordt hij als raad genoemd; in de jaren 1534, 1536 en 1538 als keurmeester; in 1540 als stokmeester (die de verantwoordelijkheid had over de gevangenis) en in 1543 als schout; in 1542 en 1544 als timmermeester.
 4  Er zijn voorbeelden van actes waarin twee of zelfs drie personen met de naam Gerrit van Spulde voorkomen, zoals de acte uit het Liber Renunciationum Deventer 1501-1505, fol. 209-211, d.d. 28-3-1504, die in hoofdstuk 8 nog ter sprake zal komen.
 5  Het oudste doopboek is dat van 1565 uit 's Hertogenbosch en begrafenissen werden nog weer later geregistreerd (vgl. Nederland in stukken, ed. F. van Anrooy e.a., 1979, p. 19 en 21).
 6  Zie W. de Vries, ‘Huwelijken te Harderwijk 1453-1603’, in: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1951: p. 185-191.
 7  Het document met de huwelijksvoorwaarden bevindt zich in het Gemeentearchief Zwolle onder nummer inv. PA 1246, Ch. coll. 525.02 (oude nummer: 3769 1525). In het regest dat hiervan gemaakt is in het Gemeentearchief, wordt ten onrechte gesproken over de drie andere kinderen van Gerrit van Spulde. In de huwelijksvoorwaarden wordt gesproken over de andere kinderen, zonder dat daarbij een aantal wordt genoemd.
 8  Er zijn drie acten waaruit gegevens omtrent de echtgenote van Gerrit van Spulde zijn af te leiden. Allereerst de registratie van de morgengave: op 23 jan. 1499 geeft Gerrit van Spulde aan ‘joffer Geertruyt’ zijn echtgenote 100 kronen als morgengave (ORAH rec. 132, fol. 27 verso). In de maand maart van het jaar 1512 bedankt heer Aernt van Biler Gerrit van Spulde voor de aflossing van 7 gulden 's jaars, en wordt er gesproken over Gerrit van Spulde en zijn overleden echtgenote (ORAH, rec. 132, fol. 184). Uit een acte van 7 maart 1513 blijkt dat Geertruida van Hueckelom de moeder van Gerrit van Spulde's overleden echtgenote Geertruyt is (ORAH, rec. 132, fol. 202 verso).
 9  Johan Voet en ‘juffer Luyt’, zijn echtgenote, worden in een acte over de nalatenschap van hun vader zaliger Gerrit van Spulde genoemd (ORAH rec. 134, fol. 55, d.d. 3 dec. 1540). Volgens het kaartsysteem Koning, dat het Oud Rechterlijk Archief van Harderwijk enigszins ontsluit, was Johan Voet een zoon van Dirk en Machteld Voet en leefde hij van 1500-1569. Lucia van Spulde is voor 2 februari 1579 overleden, aangezien in Cecilia's testament van die datum over wijlen haar zuster wordt gesproken.