3. Een verdere poging tot reconstructie

De Oud Rechterlijke Archieven zijn een rijke bron, waaruit stukjes van de puzzel zijn te halen, die, op de juiste wijze gerangschikt, een beeld geven van de uitgangssituatie in 1530 (wanneer de eerste brieven worden geschreven) en die het ook mogelijk maken om familierelaties vast te stellen. Er is een meer uitgebreide stamboom voor de Van Spuldes op te stellen, omdat we de identiteit van de verschillende Gerrit van Spuldes die in de ambtelijke stukken voorkomen, hebben weten te bepalen. Vader Gerrit blijkt ook een stiefbroer met dezelfde naam te hebben. Grootvader Gerrit is namelijk twee keer gehuwd geweest: eerst met Celike Voet (naar wie Cecilia ongetwijfeld is vernoemd) en later met Jacobje Vriese, weduwe van Gerrit van der Eecket 10  . Het tweede huwelijk, dat werd voltrokken in 1482, bracht grootvader Gerrit direct in een geschil met de familie Van der Eecket over de nalatenschap van Gerrit van der Eecket. Het verloop van dat conflict is eveneens in verschillende archiefstukken te volgen.

Er zijn nog meer gegevens op te diepen: overlijdensdata en vermeldingen die verscheidene familierelaties duidelijk maken. Grootvader Gerrit, die in de periode 1466-1504 verscheidene keren schepen was, overlijdt in 1504 of 1505: op 26 februari 1505 is Jacobje in elk geval weduwe en in datzelfde jaar volgt vader Gerrit hem als schepen op. Diens stiefbroer Gerrit, ook wel aangeduid als Gerrit van Spulde de jonge, overlijdt in 1530, zodat vader Gerrit van Spulde verscheidene malen als voogd voor de kinderen van zijn overleden broer optreedt 11  . Het zijn twee dochters, Jacoba en Anna, uit het op 17 juni 1521 gesloten huwelijk met ‘juffer Goutgen’, Golda van Wijnbergen, dochter van Sywert Jansz. van Wijnbergen en Stijne van Hueckelum 12  .

De tot nu toe bekende feiten over de Van Spuldes zijn weergegeven in de stambomen VAN SPULDE en VAN HUECKELUM, die bedoeld zijn als nuttige hulpmiddelen, waarnaar in het vervolg verwezen kan worden. Bij het reconstrueren en vaststellen van een stamboom moeten we ons overigens wel realiseren dat deze mogelijk niet volledig is. Grootvader Gerrit bijvoorbeeld kan meer kinderen gehad hebben: dochters zijn uiteraard niet terug te vinden als magistraatspersonen en bij diverse transacties worden alleen de zonen vermeld, zodat de vrouwelijke kant van de familie in nevels gehuld kan blijven 13  .


 


 

Over de schoonfamilie van Cecilia zijn ook gegevens te vinden 14  . Geert ten Water had in elk geval twee zussen en een broer: een zus Elisabeth, die trouwde met Johan van Haerst (of: Haersolte), een zus Wobbeken, die moeder was van het kinderhuis horend bij het St. Ceciliaklooster in Zwolle en een broer Jacob, die in de periode 1508-22 als schepen van Zwolle functioneerde en die huwde met een Van Twenhuizen. Zij waren kinderen van Simon ten Water en Bessele van Wytman. Geert zal zelf vernoemd zijn naar zijn grootvader Geert ten Water, die gehuwd was met Lysbeth van Voorst. Familierelaties die uitgedrukt kunnen worden in de onderstaande stamboom. Ook hier wordt geen volledigheid gepretendeerd en functioneert de stamboom als kader om personen te plaatsen.


 

 10  Vgl. resp. ORAH rec. 129, fol. 184 en ORAH rec. 131, fol. 45. De registratie van grootvader Gerrits tweede huwelijk is opmerkelijk, omdat als morgengave niet alleen een geldbedrag, maar ook ‘twee dochteren’ worden genoemd. Een vermelding van kinderen bij de morgengaven komt enkele keren meer voor (vgl. W. de Vries, ‘Merkwaardige morgengaven te Harderwijk’, in: Verslagen en mededeelingen van de Vereeniging tot uitgaaf der bronnen van het oud-vaderlandsche recht, dl. X (1950), no. 3, pp. 425-9). De veronderstelling van De Vries dat het een vorm van wettiging van eerder bij de echtgenote gekregen natuurlijke kinderen betreft, kan in ons geval niet juist zijn. Het gaat hoogstwaarschijnlijk om kinderen die hij uit zijn eerste huwelijk aanbrengt.
 11  Op 13 dec. 1530 staan Johan en Gerrit van Spulde borg voor hun vader Gerrit van Spulde als voogd over de kinderen van zijn overleden broer Gerrit van Spulde (ORAH, rec. 133, fol. 161 verso).
 12  Op 18 juni 1521 geeft Gerrit van Spulde aan Goutgen 100 oude schilden als morgengave (ORAH rec. 132, fol. 334 verso). Uit latere stukken blijkt Goutgen Golda van Wijnbergen te zijn, een dochter van Sywert Jansz. van Wijnbergen en Stijne van Heuckelum. Stijne is namelijk de grootmoeder van hun kinderen blijkens de acte van 27 juli 1530 waarin zij die kinderen land schenkt (vgl. ORAH, rec. 133, fol. 151). Van de twee dochters is bekend dat Jacoba in 1542 met Joseph van Arnhem huwt (vgl. ORAH rec. 134, fol. 152, d.d. 25 okt. 1542 waar de morgengave van 100 kronen staat vermeld).
 13  Dit gebrek wordt nog versterkt door eenzijdige belangstelling in het verleden. Zo is het Oud Rechterlijk Archief van Harderwijk enigszins ontsloten door Mr. D. Koning, die in kaartsysteem korte samenvattingen van de acten heeft gemaakt. Bij gebruikmaking van dat systeem valt evenwel op dat de ingangen op vrouwen zeer onvolledig zijn.
 14  Vgl. A.J. Gevers & A.J. Mensema, De Havezaten in Salland en hun bewoners, Alphen a/d Rijn 1983: 452; 62; en het Repertorium op de leenregisters van de leen- en hofhorige goederen van de Proosdij van St. Lebuinus te Deventer 1408-1809, door A.J. Mensema, Zwolle 1981, 3 dln., onder nummer 218 Wyhe Tongeren.