9. Broer Gerrit schrijft plichtmatig
Precies een jaar na de laatste brief van vader Gerrit schrijft Gerrit van Spulde jr. zijn brief, op
11 november 1540. Wat is er in die tussentijd gebeurd? Omdat nu broer Gerrit op verzoek van
Cecilia bericht hoe het met de familie gaat en daarbij niets over zijn vader zegt, rijst het
vermoeden dat deze is overleden. Het wordt bevestigd onder meer door een archiefstuk van 3
december 1540, waarin in verband met Johan Voet en joffer Luyt (= Lucia van Spulde)
gesproken wordt over de nalatenschap van hun vader zaliger, Gerrit van Spulde 40 . Hij moet voor 11 november, de datering van de juist genoemde
brief, en na 15 april, de datum waarop hij nog in een acte voorkomt als voogd voor de
kinderen van zijn overleden stiefbroer Gerrit, zijn overleden 41 .
Broer Gerrit vermeldt de gezondheidstoestand van diverse familieleden: mijn zuster Voet,
d.w.z. Lucia van Spulde, die hier voor het eerst in de correspondentie wordt genoemd, haar
man Johan Voet, mijn nicht Van Spulde en mijn ‘zwagertje’ Van Wijnbarghen. Zoals
eerder is opgemerkt, wordt het woord zwager gebruikt voor elk aangetrouwd familielid,
meestal mannelijk, maar ook wel eens vrouwelijk. Het hanteren van het verkleinwoord zou
hier in de richting van het laatste kunnen wijzen. Gerrit blijkt het een en ander met Cecilia en
haar man besproken te hebben; iets wat vervolgens weer een vrouwelijk familielid aangaat,
van wie de achternaam in de brief ontbreekt: ‘mijn nichthe Van [....]’ (r. 13) 42 . Het
fijne van de zaak zal Gerrit wel vertellen zodra hij in Zwolle komt. Dat zal gebeuren bij de
eerste de beste vervoersgelegenheid die zich voordoet.
afbeelding 18: brief 10, BPL2853 fol. 11
|
40 Zie
ORAH, rec. 134, fol. 55.
41 Zie ORAH, rec. 133, fol.
31 recto en verso.
42 Het
is niet het enige missende woord: in regel 14 ontbreekt aan het eind ook het woord heb.
Gaatjes in regel 16 hebben de letters er van hijer en de t van tho doen verdwijnen.
|
Brief 10
| a |
An de eerbare ende doe- |
| b |
same ioffer Then Water, |
| c |
Goert then Waters huus- |
| d |
frou, ffruntelick ghescreuen. |
| |
|
| 1 |
Mijn hoep ijs God. |
|
Mijnen gans goetwijlleghen dijens[t] na allen vermoeghen altijt tibi honorem * . Eerbare, |
|
gonsteghe, lieue suster, soeals ghij mij laestmael ghescreuen had, dat |
|
ick v liefde scriuen sol, hoe dat het mijt de frunden ghestelt vere: |
| 5 |
mijn suster Woets heet de derdendaghes colde ende Iohan Woet |
|
ijs het redelick mede, want he mach val eten ende drincken, heeft |
|
Naele ghesecht. Ende mijn nichthe Van Spulde, daer ijs het goet me: |
|
de suillinck, de se aen hoer been had, de ijs doer ghegaen - dat ijs |
|
gheleden omtrent achdaghe - ende nu soe goet ijs als gans heele. Ende mijn |
| 10 |
zuagerken Van Wijnbarghen het de colde al starck. |
|
Soe lieue, weerde suster, ick sol al bij v liefde ghecoemen hebben, dan |
|
ick en conde nijet vol op mijn gaedenck coemen om een os thoe |
|
coepen - ende de heb ick nu ghecreghen - , want mijn nichthe Van [..] |
|
begheerde bij mij tho blieuen. Ende ick hoer sulx voer gheholden [..] |
| 15 |
als wij laestemael vercalden, ende ick v liefde al gheleghentheijt |
|
val segghen sal soedrade ick bi iu coeme. Ende coemet hij[er t]ho |
|
Herderwick een carre van Zuol, dat laet mjn veten, daer |
|
vil ick mede coemen. Hijermit sijt Goede bewoelen ende |
|
groet mi ommer mijn lieue zuagher. Ghescreuen op sunte |
| 20 |
Martens dach anno XL. |
|
Juuen villeghen broeder altijt, |
|
Gherrit van Spulde. |
|
* (ad) tibi honorem = u ter ere.
|
Vertaling brief 10
| a |
Aan de achtenswaardige en deugd- |
| b |
zame Mevrouw Then Water, |
| c |
Goert then Waters vrouw, |
| d |
hartelijk geschreven. |
| |
|
| 1 |
Mijn hoop is (op) God. |
|
[Ik bied aan] mijn volkomen welwillende diensten geheel naar vermogen, altijd u
ter ere. Achtenswaardige, |
|
goedgunstige, geliefde zuster, aangezien u mij laatst geschreven had, dat |
|
ik u moest schrijven, hoe het met de familieleden gesteld was: |
| 5 |
mijn zuster Voet heeft de derdendaagse koorts en met Johan Voet is |
|
het redelijk, want hij kan gerust eten en drinken, heeft |
|
Naele gezegd. En wat mijn nicht Van Spulde betreft, met haar is het goed: |
|
de opgezwollen plek die ze aan haar been had, is open gegaan - dat is |
|
ongeveer acht dagen terug - en is nu vrijwel geheel geheeld. En mijn |
| 10 |
‘zwagertje’ Van Wijnbergen heeft een zeer zware kou. |
|
Nu, geliefde, dierbare zuster, ik zou al bij u gekomen zijn, maar |
|
ik kon niet goed
een os naar mijn zin |
|
kopen - maar die heb ik nu bemachtigd -, want mijn nicht Van (..) |
|
wilde bij mij blijven. En ik heb haar dat verteld |
| 15 |
wat wij laatst hadden besproken, en ik zal u de gehele stand van zaken |
|
wel zeggen zodra ik bij u kom. En als hier naar |
|
Harderwijk een kar van Zwolle komt, laat mij dat weten, daar |
|
zal ik mee komen. Wees hierbij in Gods hoede aanbevolen en |
|
groet vooral mijn geliefde zwager van mij. Geschreven op St. Maartens- |
|
dag in het jaar [15]40. |
| |
|
|
Uw altijd dienstwillige broeder, |
|
Gherrit van Spulde. |
|