10. Een brief met vraagtekensEén brief stelt ons voor veel vragen. Het is het ongedateerde epistel van Golde van Spulde. Het is onbekend waar deze brief chronologisch geplaatst moet worden. Omdat de brief eindigt met een groet aan Geert ten Water, is er wel een terminus ante quem, nl. zijn overlijdensdatum, die tussen begin september en eind oktober 1544 moet liggen, zoals in het volgende hoofdstuk zal blijken. Het is ook niet duidelijk wie Golde van Spulde is. Het moet, gezien het ‘Lyeue suster’ in regel 1, een zuster of schoonzuster van Cecilia zijn 43 . Het problematische is dat zij in geen enkel ons bekend archiefstuk wordt genoemd, niet in de jaren van de briefwisseling en ook niet in later tijd. Wanneer het om een zus van Cecilia gaat, verwacht men een vermelding in verband met het testament of de nalatenschap van vader Gerrit van Spulde. Elke aanwijzing, dat het een schoonzuster, de vrouw van broer Gerrit, zou zijn ontbreekt eveneens. Dat is zelfs onwaarschijnlijk (maar niet geheel uitgesloten, gezien de frequentie van tweede huwelijken): Gerrit van Spulde blijkt namelijk in 1541 met iemand anders getrouwd te zijn (zie hoofdstuk 11). Er resteert nog de mogelijkheid dat een relatie met broer Johan van Spulde gelegd moet worden. Zou de moeder van de natuurlijke kinderen van Johan van Spulde zich onder de naam Van Spulde tot Cecilia richten? Golde heeft voor Cecilia een kruis uit Zutphen bemachtigd. Het moet nog door de goudsmid in Utrecht bewerkt worden: emailleren in een bepaalde kleur, onder gebruikmaking van gebrand zilver, d.i. gelouterd of gezuiverd zilver. Cecilia moet in haar omgeving maar eens kijken, want Brenen heeft iets dergelijks 44 . Een boodschap die Cecilia voor Golde kan doen, is het kopen van 40 pond veren (voor in kussens en bedden) op ‘sant Mychgelsmerckt’, d.w.z. de jaarmarkt op St. Michielsdag, 29 september. Gesse (Gesina) van Scherpenzeel kan Cecilia daar wel bij helpen. Golde is met ‘ons kynt’ op bedevaart naar Utrecht geweest - waarschijnlijk een bedevaart in verband met een processie, zoals die bijvoorbeeld werd gehouden met het Onze Lieve Vrouwe-beeld. Terloops wordt nog een ‘kleghe’, d.w.z. een rouwbeklag met de daarbij behorende plechtigheden en ceremonieën, genoemd. De ontvanger van de brief is er ongetwijfeld van op de hoogte, maar voor de huidige lezer valt niet meer te achterhalen of de dood van een van de in de brieven genoemde personen wordt betreurd.
|
43 Golde kan ook een mannennaam zijn, zodat het een broer van Cecilia zou
betreffen. Gezien de inhoud van de brief denk ik echter eerder aan een vrouw. We wijzen
erop dat Golde onmogelijk de eerder in hoofdstuk 3 genoemde Golde van Wijnbergen kan
zijn: dat was een tante van Cecilia. Het feit dat Golde spreekt over ‘myn oem Jans wyf’
wijst op zich niet in de richting van een schoonzuster: ook Johan van Spulde schrijft over
‘myn nichte Van Spuelde’, terwijl dat ook Cecilia's nicht moet zijn geweest (vgl. noot
29).
44 Cecilia kon waarschijnlijk dicht in de buurt
informeren, want zij blijkt in 1573 te wonen in een huis in de Sassenstraat, dat ligt naast dat
van Mevrouw Brenen.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Brief 11
Vertaling brief 11
|