Totten Leeser.

 Die Meyskens op die Nieuwe dijck zijn ghoet
 Op het water hebbense lustighe zinnen,
 Inde Warmoesstraet draghense hoghen moet,
 Inde Caluerstraet doense niet dan spinnen
 Op de Burchwallen wonen de waert om te minnen,
 En op den Dam hebbense blosende kaken,
 Dan inden Arm moghense my best vermaken.