Een nieu Liedeken, Op die wijse: Ghy ghildekens alle ghelycken.
- Compt al ghy Venus dierkens,
- En wilt my helpen trueren
- Mijn lief zoet van manierkens,
- En mach my niet ghebueren
- Mijn herteken wil my schueren,
[p. 18]
-
- Ick ben in lijden groot
- Zal dit noch langher dueren
- Van liefde blijf ick doot.
-
- Mijn lief soet ende reyne,
- Quam my veel liefden toghen
- Eylaes t'was sonder meyne
- Dat sie ick nv voor ooghen
- Want zy heeft my bedroghen
- Noyt man in meerder noot
- Sal ick dit langher gedoghen
- Van liefden blijf ick doot.
-
- Nochtans sal ick beminnen
- Bouen alle Gout seer fijnen
- Mijn Lief seer soet van sinnen
- Ja bouen claer Robijnen
- Liet zy haer ooghen schijnen
- Tot my, ick seght v bloot
- Hierom ben ick in pijnen,
- Van Liefden blijf ick doot.
-
- Niemant en mach ick claghen,
- Mijn druck en sware lijden.
- Dat ick alleen moet draghen
- Nu ende tot allen tijden,
- Mocht ick noch eens verblijden
- En rusten in haer schoot
- Nu moet ick staen bezijden
- Van liefde blijf ick doot.
-
- Princesse altesamen
- Die sijt in dese contreyen,
- V lief en wilt niet beschamen
- Maer wilt haer eer verbreyen,
- In dese coele Meyen
- Dat soete Roosken root,
- So ghinckse van my scheyden
- Van liefde blijf ick doot.
|