Een dans voorsang, Op de wijse: alst beghint. Ghemaeckt van een ionghe dochter.
- Ghy nyders quaet van doene,
- Van svyants aert muecht ghy wel zijn
- Ghelijck de schorpioene,
- Met haren steect steken fenijn
- Al hebt ghy nu de wille van mijn
- Het mach dueren een cort termijn,
- Alle dinck en sal niet eewich zijn
-
- Ick hadde v wtvercoren ghoet lief,
- Die tijt is nv ghepasseert
- Ick mach sien noch horen v brief,
- Tis al ghebroleert
- Tis al verloren, tis al verteert,
- Die in dat boeck van minnen studeert
- Hy vint hem seluen gheabsolueert
-
- Ick heb om uwen twille ghoet lief,
- Die hant gheslaghen aenden ploech
- Die ick v laestmael loofde met gherief,
- Dat gheschiede des morghens vroech
- Tis hier tis daer men vint men boef,
- Schoon lieveken hebt ghy siels ghenoech
- Ick vinde my seluen geen troost behoef.
-
- Mijn vrienden en maghen ghoet lief
- Die zijn mijn teghenspoet
- Een ander weder toe kiesen tot gherief,
- Die minne waer niet zo soet
- Tis al om tvermaledijde ghoet,
- Die altijt raet van vrienden doet
- Sijn hert sal kiesen die hij laten moet
-
- Had ghy die kanne stille doen staen,
- Daer al dat ghoet aencleeft
- Al hebt ghy nv v wille ghedaen,
- Tis dat ghy om my niet en gheeft,
[p. 57]
-
- Tis beter dat ghij met een ander sneeft,
- Dan ghy met my in onvreden leeft,
- Tis quaet te drincken de geen dorst en heeft
-
- Nu rade ick het alle de Vryers fijn
- Die hier te dansen ghaen met
- Ten besten laet v raden lief mijn
- Dat ghy met v trouw niet en gheckt,
- Ghy spreeckt so haest een woort so net
- Worter yet belooft het wort belet
- Het is v Huysvrouw al voor Gods wet.
|