Een nieu Liedeken, Op de wijse: Cupido triumphant.
- Ick weet een reyn Casteel,
- In een seer schoon landouwen,
- Noyt zuyuerder juweel,
- Die mueren zijn van gouwen
- Cantelen alte mael
- Japphyus orientael,
[p. 89]
-
- t'Fondament is van Cristael.
-
- Rontom dat schoon palleys
- Daer stroomt een schoon Riuiere,
- Het isser altijt peys
- Men hout daer goe maniere,
- Mocht eens smakende vloedt
- Want dat Riuierken soedt
- So sou mijn ionchart scheppen moet.
-
- Die Brug is excelent,
- Seer constich bouen maten
- Ghewrocht op water ient
- Van gout en Silueren platen,
- Carbonckel stenen pleyn
- Oock peerlen groot en cleyn
- En Schapieren ghesteghen reyn.
-
- Die Poorten van dat slodt
- Zijn weerdich om Landeren
- Voor trouwelijckst lodt
- Machmen estemeren,
- Als sijn Robijnen root
- End' oock Diamanten bloot,
- En Ammaranten zijn sy groot.
-
- Op die Riuieren rant
- Staen Fiolierkens groenen,
- Gout-bloemkens oock gheplant
- En Olijftacxkens groenen,
- Wt gonsten versaemt snel
- Groeyt dit in deuchden wel
- Zijt gratieus deur tgeest bevel.
-
- Al noem ick int ghetal
- Niet meer dan dees drie spruyten,
- Men noemtse noch met al
- Zeer ghoet van virtuyten
- B[l]oemkens noch cruyt men vint,
- Het is daer wel bekint
- Tis recht datmen dat Slodt bemint
-
- Binnen Casteel playsant
- Staen lustighe salen,
- Blinckende triumphant,
- Schoonder dan gulde schalen
- Die vreest des Heren wedt
- Heeft Godt daer in ghe[s]edt
- Wijsheyt en is daer niet beledt.
-
- Trou en beleeftheydt
[p. 90]
-
- Wort oock aent Solt gebonden
- Liefde daer niet en scheydt
- Zeer zuyuer ist van gronden,
- Tis weert lof eere en prijs
- Gratiues is zijn aduijs
- Het is een Hemels Paradijs.
-
- Dit Slot hoghe vernaemt
- Dat is een Maghet pueren,
- Sy en wert noyt beschaemt
- Al zijn haers nyders stueren
- Wou my dat edel graen,
- Voor haer dienaer ontfaen
- So waer mijn trueren heel ghedaen.
-
- Viel mijn doch dit ghelijck
- Dat zy my consent ghauen
- Te spreken zonder druck
- Dees maecht daer ick om slauen
- Ick hoop dat zy sal
- Blussen my groot misval
- En my troosten int eertsche dal.
-
- Edel Princesse weert,
- Moet ic v aenschijn deruen
- So sal desen droefheyt sweert
- My truerich hert duerkeruen,
- Dus gheeft my Liefken raet
- Reyn bloemken delicaet,
- Die v bemint in Liefde staet.
|