Een Tafel Liedeken, Op de wijse: Jeucht en deucht.
- Ic breng mijn naeste gebuer en dronc
- Ick hoop hy sal dat wachten
- Ick gunt hem wt mijns hertsen gront
- Met vrolicke ghedachten
- Mijn wijn, fijn eedelen wijn
- Sober wilt ghy ghedroncken zijn
- Anders so zijt ghy fenijn
- Van wonderlicke crachten.
-
- Als ick den eedelen wijn aenschou,
- Vergheet ick mijn labueren
- En voeghet in die beste vou
- En laet Fiolen trueren,
- Wijn wijn, fijn eedelen wijn
- Sober wilt ghy ghedroncken zijn,
- Anders so zijt ghy fenijn
- Men moet v dick besueren.
-
- Den wijn proeftmen by den smaeck,
- Als ons die oude leeren
- Hy verdrijft so menighe Mens den vaeck
- By nacht te bancketeren
- Wijn wijn, fijn eedelen wijn
- Sober wilt ghy ghedroncken zijn
- Anders so zijt ghy fenijn,
- En wilt den Mens regeren.
-
- Die wijn is wt, den Croes is leech
- Een ander doe ick schencken
- Mijn dunckt ick creech so goeden deech
- Ick can gheen droefheyt dencken,
- Wijn wijn, fijn eedelen wijn
- Sober wilt ghy ghedroncken zijn
- Anders so zijt ghy fenijn,
- En doet den Hont wel hincken.
-
- Ontfangt van my den Beeker net,
- Mijn vriendekens wt vercooren
- En drinckt het wt met eenen sedt,
[p. 101]
-
- Als ick v dee te voren,
- Wijn wijn, fijn eedelen wijn
- Sober wilt ghy ghedroncken zijn,
- Anders, so zijt ghy fenijn
- Ghy doet ons vreucht oorbooren
-
- Noe die heeft den Wijn gheplant,
- Al door beuel des Heeren
- Godt den heer sy loff en danck
- Diet al hier doet vermeren
- Wijn wijn, fijn eedelen wijn,
- Des menschen hart verheucht ghy fijn,
- Ghy zijt een goeden Medecijn
- Als ons die schrift doet leeren.
|