Een nieu Amoreus Liedeken.
- Moet ick altijt treuren sonder ophouwen
- Om een dien ick bemin,
- Bouen der natueren blijf ick vol rouwen
- Dus ick gheheel ontsint,
- Ten zy dat ghy mijn Lief wt ionste my
- Gheeft troost vry te sterue geheel om dy.
-
- Als alle de minnaren in vreuchde leuen
- So treure ick desolaet,
- Lief alle mijn welvaren condy my geuen
- Met een Woordeken delicaet,
- Dus drae segt iae, eer ick geheel verghae
- Wt liefden qua, so bid ick om ghenae.
-
- Wt ionste wel betoghen, met lijdtsaemheden
- Ws werks Diamant,
- V clare bruyn Ooghen, v eerbare zeden
- Die doen mijn hart verbrant.
- V ganc, v sanck, v aenschijn blanck
- Die hebbet verstant, van my gheheel in bedwanck.
-
- Reyn suyuer de[m]adie, laet het v doch eens verdrieten
-
- Mijn liefde sonder ent
- Op dat ic eens coragie van v mach geniet[en]
- Voor al mijn swaer torment
- Geen schat, weet dat en dat ick lieuer ha[dt]
- Dan v schoon Liefken ient
- Dien ick om troost eens bat.
-
- Aenmerckt Princesse v dienders ionst
[p. 119]
-
- Die den doot des droefheyts smaeckt,
- Hy zijn al geen Meystersse deur t'swerlts const
- V, ia my is ontmaeckt
- dus doet hem goet, ende zijn hart zijn bloet
- Verteert wt liefden soet
- Ontfanckt voor een groet.
|