Een nieu Liedt vanden Mey, Op de wijse: alzoot beghint.
- Och legdy nv en slaept,
- Mijn wtvercoren bloeme //
- Och legdy nv en slaept
- In uwen eersten droome,
- Ontwaeckt, nv soete Lief
- Wilt voor v Veynster comen
- Staet op Lief, wilt ontfaen
- Den Mey met zijnen Bloemen.
-
- Wat ruysschet daer an die Muer,
- Dat my mijn ruste berouet
- Die my dat scheyden maeckt suer
- Die leyde hier op ghedoghet
- In mijnen armen so vast
- Wy en connens niet ontsluyten,
- Mijn Beddeken heeft zijnen last
- Plant uwen Mey daer buyten
-
- O suyuerlicke Jeucht,
- Wilt nv v ruste laten
- Doet op v Vensterken
- Ende comt my lief ter spraecken
- Al om te vinden troost
- So ben ick tot v ghecomen
- Staet op Lief wilt ontfaen
- Den Mey met zijnen Bloemen.
-
- Al stondy daer tot morghen,
- Ick en sal v niet in laten
- Mijn Lief leyt hier verborghen
- Ghy cont my niet vermaken
- Mijn herteken op v niet en past
- Noch op gheen spel van Luyten
- Mijn Beddeken heeft zijnen last
- Plant uwen Mey daer buyten.
-
- Ick sie den lichten dach,
- Al onder die Wolcken dringhen
- Ick sie de Bloemkens schoon
[p. 130]
-
- Al wter aerden springhen
- Ick zie die Steernen claer,
- Die verlichten inden Throne
- Staet op wilt ontfaen
- Den Mey met zijnen Bloemen.
-
- Meende dat ick nu slape
- Het is anders dat ick dachte,
- Die Mey hout my in wake
- Daer na mijn Harteken wachte,
- Niet als inder aerden wast,
- Roosen bloemen, oft ander virtuyten
- Mijn beddeken heeft zijnen last
- Plant uwen Mey daer buyten.
|