[p. 19]
origineel
Kindergedichtjes,
[p. 21]
origineel
De gezellige winteravond.
Wanneer de stormen loeiën,
En sneeuw en hagelbuiën
Den dorren grond bedekken,
En alles, gansch versteven,
Zucht, om des winters woede;
Wanneer de dag slechts schemerd
Na lange winternachten;
Is buiten geen genoegen
Noch zoet vermaak te vinden.
De lange winteravond
Schenkt dan veel meer genoegen,
Voor hun, die vlijtig leren,
En ware blijdschap vinden
In nutte bezigheden,
Of schuldeloos vermaken.
Dan gaan de brave kinders
Hun' makkers gul bezoeken,
Wanneer hun vlijtig leren
Voldoet aan hunne meesters,
En zij hun' waardige ouders
Geen droeve reden geven,
[p. 22]
origineel
Geen laffe zotternijën
En hoogstgevaarlijk stoeiën,
Geen ongebonden reden
Behagen brave jongens;
Neen, beter bezigheden
Vindt
fredrik
op zijn kamer,
Als hem zijn maat
cornelis
Met vreugde komt bezoeken;
Nu lokken schone Prenten
Van Land en Stad gezichten,
Van Vogels en gediertens,
Hun beider vrolijke ogen;
Of fraaije Tekeningen,
De vruchten van hun' lessen.
Zo leren zij elkander
Het nuttige en 't schone,
Naar 't kinderlijk vermogen;
Terwijl versnaperingen
Hun' monden zoet verkwikken,
En zij den kagchel roeren,
Als ze eens genoeglijk rusten
Van nuttige beschouwing.
Voorwaar, de wintersavond,
Hoe lang hij moge schijnen
[p. t.o. 22]
origineel
Nu lokken schone Prenten
Hun beider vrolijke ogen
[p. 23]
origineel
Voor luië en slegte kinders,
Is nooit te lang, voor brave
En deugdgezinde knapen,
Die hunne pligten horen
Van Ouders en van Meesters,
En zich daar naar gedragen.
ô Jeugd! erkent uw voorrecht,
Wanneer uw waardige Ouders,
In alles voor u zorgen,
En u, na vlijtig leren,
De fraaiste zaken schenken.
Tot nuttige vermaking,
Wanneer de winter avond
U al den toegang weigert
Tot hof en veld en dreven.
ô Jeugd! wat vindt gij beter?
Geeft u een zomer avond
Wel nuttiger vermaken?
Kan u een winter avond
Op zulk een wijs vervelen?
Neen! brave en zoete kinders
Verveelt nooit wat hun heilzaam
En zegenrijk moet wezen.