[p. 28]
origineel
De jonge lammeren.
antje
.
Mietje! zie die lieve Schaapjes,
Hoe huplen zij hun moeder na,
Als dartle en speelzieke knaapjes,
En de oude roept genoeglijk, blae.
Kijk eens, hoe ievrig zij zich buigen,
Wijl de oude van het grazen rust,
Om zich aan d'uijër zat ze zuigen;
Hoe boeten zij hun' gragen lust.
mietje
.
Ja Antje! 'k wou dat lieve beestje,
Dat zwarten lam het mijne was,
Ik bragt het aan mijn broêrtje keesje;
Dan kwam dit lintje mij te pas.
Kom, willen wij aan Moeder vragen
Dat zij dit schurkje voor ons koopt;
Wij zullen 't diertje nimmer plagen,
Als 't blatend naar zij moêrtje loopt.
[p. t.o. 28]
origineel
O Mietje! zie die lieve schaapjes
.
[p. 29]
origineel
Voor 't oude Schaap, als wij zijn kind
Hem eens ontvoerden! ziet het vrezen
Voor 't kroost, dat bij zo teêr bemint.
Neen, laat het bij zijn moêrtje blijven;
Wij kunnen 't immers daaglijks zien,
Als wij, na 't leren, lezen, schrijven.
Van school met vreugde thuiswaards vliên
Wij mogen nooit geen diertjes plagen,’
Zegt Moeder, daar geen nut in steekt,’
En Meisjes scheppen geen behagen
In al wat ruw en wreedheid kweekt.