terug  begin  verder

[p. 34]origineel

De byënkorf.

 
ô Jeugd! treed langzaam nader,
 
Beschouw de Bijenkorven:
 
Zie hoe die nutte diertjes
 
Zeer wijd' in 't ronde vliegen;
 
Zij zuigen uit de bloemen
 
Den smakelijken Honing,
 
En 't wasch, voor hunnen raten,
 
En dragen 't naar de korven.
 
Zie eens hoe zij de cellen
 
Tot nesten voor hun' jongen,
 
Van wasch te zamen voegen;
 
In ieder dezer cellen
 
Plaatst hunne Koninginne
 
Haar groote of kleinder eitjes;
 
De werkbij volgt haar schreden,
 
En sluit de cel wel netjes;
 
Zo broeden zij hun' jongen.
 
In andre ruimer cellen
 
Verzaamlen zij den honing,
 
Tot voedsel voor de jongen,
 
Wen zij het ei verlaten.
[p. 35]origineel
 
ô Jeugd! is dit niet aartig?
 
Nog meer: wanneer een' Bijë
 
Komt in den korf te sterven,
 
Dan brengt men 't lijk naar buiten;
 
Of kan men 't niet vervoeren;
 
Dan gaan zij het omkleden
 
Met wasch, op dat geen ziekte
 
Den Bijën mogt vernielen.
 
Zij dulden ook geen vreemden
 
In hunne zuivre woning,
 
Om van hun vlijt te smullen:
 
ô Neen! de Bijën waken
 
Voor listige verleiders;
 
Elk die den korf wil nadren,
 
Verbeurd wel rasch zijn leven.
 
ô jeugd! is dit niet aartig?
 
Niet nuttig en niet leerzaam?
 
Gij ziet, hoe vlijtig werken,
 
En onvermoeiden ijver,
 
't Geluk is, van de Bijën.
 
Zo is het ook voor Menschen:
 
Zij, die in luiheid leven,
 
Vergaan welrasch van honger;
 
En Kindren, die niets leren
[p. 36]origineel
 
Verkwijnen door verachting.
 
Nog meer: gij ziet, geen Bijë
 
Vergaapt zich aan een vreemde;
 
Zij stellen geen vertrouwen
 
In alle die bezoeken
 
Van zulke vreemde knapen,
 
Die hunne schade zoeken.
 
Leer dus, ô jeugd! niet haastig
 
Op vreemden te vertrouwen,
 
Of zulke valsche vrienden,
 
Die slechts met schone woorden
 
En iedle vleiërijën
 
Hun eigen voordeel zoeken.
 
Leer eerst dezulken kennen
 
Die zich uw vrienden noemen;
 
Weeg alle huner woorden;
 
Ziet gij hun goede zeden,
 
Oprechtheid, trouw en deugden,
 
Biedt hen dan uwe handen
 
En hart; wees dus omzichtig;
 
Wees vlijtig, trouw en eerlijk,
 
Zo zult gij roemtijk leven.

terug  begin  verder