[p. 37]
origineel
Lied van Mietje,
Op den Verjaerdag van haar Zusje
betje
.
Jendig Wichtje!
Daar 's een dichtje;
Maar mijn lieve! scheur het niet;
Wil vrij springen
Onder 't zingen,
betje
! die zo vriendlijk ziet.
Uw verjaren
Roert mijn snaren;
Is het wonder? 'k zong voorheen
Toen u 't leven
Werd gegeven,
En uw morgenrood verscheen.
Uit de boogjes
Van uw' oogjes
Zien wij gulle vreugd verspreid
[p. 38]
origineel
Ieder trekje
Van uw bekje
Heeft een zwier van aartigheid.
Zie ik neder,
Gij reikt teder
(Wijl gij trippeld op den vloer)
't Poesle knuistje,
't Mollig vuistje
Aan uw lieve keesjebroer.
'k Zag u groeien,
Tieren, bloeiën
In dit afgelopen jaar.
Druk noch rampen
Deên u kampen
Met het dodelijkst gevaar.
Welk een zegen
Trad u tegen,
Van den Vader der natuur!
Vader, Moeder,
Zusje en Broeder,
Voelen 't dankbaar liefde vuur.
[p. 39]
origineel
Groei voorspoedig.
Zoet en goedig
Lieve
betje
! wordt rasch groot.
Lieve Zusje!
Reik me een kusje,
Blijf nog lang mijn speelgenoot.