terug  begin  verder

De onbedachtzame jongens.

Eenige Knapen zaten bij het Vinkennet, in den vroegen morgen, op hoop van een goede vangst te doen, dit zou hen zeer wel gelukt hebben, want 'er was veel vlugt, en het weêr was zeer gunstig. - Maar ziet twee Sperwers vielen neder op de baan, om de geboeide vinken, of baanlopertjes, van het net wegtevoeren; - doch de handige jongens haalden het net over, en sloegen de beide Sperwers. Maar in plaats van deze Roofvogels terstond te doden, zo sneden zij hun liever de poten af, en wierpen ze toen in de hoogte, zo

[p. 62]origineel

dat de Sperwers wegvlogen; doch deze mishandelde dieren vielen wel rasch in de naarbij gelegen Tuinen neder, en schreeuwden en gierden vreeslijk, met dat gevolg, dat de zwevende Vinken, bevreesd voor den heeschen stem der Roofvogels, zich allen van het Vinkennet verwijderden, en zij 'er dus geen een vongen.

De jongens zagen de fout van hunne wreedheid te laat, en moesten mistroostig met ledige handen en kooijen vertrekken; niets gevangen hebbende.

De schadelijke Roofdieren te vangen, en op een korte en zekere wijze te doden, is onzondig; maar dezelve op de wreedste wijze te martelen, is gruwzaam en den Mensch onbetamelijk, en maakt hem strafwaardig, voor het oog van den Schepper van alles. De jeugd wachte zich daar voor, en offere nooit geen zoet vermaak op aan een schynvermaak, dat haar in de gevolgen verdriet veroorzaken moet.

terug  begin  verder