Ik ben zints de laatste vacantie weder op de school gekomen, en heb mijne oude kameraads meest al weêrom gevonden, dat voor mij heel plaizierig was. Daar waare ook nieuwe gezichten te zien. Onder die groenen, zo als mijn broêr, de student fredrik, wel eens zegt, is een stoute en lelijke jonge, die zijn Vader in huis niet regeren kon, en die zijn gouverneur in het gezicht vloog. Misselijker jonge is 'er niet; verscheiden nagten doet hij - maar het is te vuil om te schrijven: hij
heeft 'er nog al wat slagen om gehad, en in de school, zo morssig als hij was, te pronk gestaan. Ik wou dat die belabberde jonge al weg was; hij zal beter moeten worden, of hij zal het met de andere jongens kwaad krijgen.
Jonge! wij leren hier om prijzen, en ik heb laatst gevochten met een jongen, om een halve fout in een Thema, die mijn schuld niet was, kijk, het was toch niet goed van den ondermeester, want mijn Dictionaire was een oude druk, en de Meester heeft die fout van de lijst uitgedaan; wij staan nu gelijk, en ik hoop hem haast voorbij te komen. Wij werken als de weêrgaê, en dat is toch plaizierig. -
Wij hebben met het najaar, veel vogeltjes gekogt, die wij op de kruk leren, en als de schooltijd uit is, door de school laten vliegen; wij mogen ons hier schoon dieverteren, als wij maar braaf werken, nu dat is niets. Jonge! ik wou dat gij hier ook was. Schrijf mij eens, bestemaat!
ik ben uw vriend,
hendrik.