35 Een oudt liedeken.
- 1
- EEn boerman hadde eenen dommen
sin.
- daer op so schafte hi zijn ghewin
- Het voer een boerman wt meyen
- Hi brocht sinen heere een voeder houts
- Sijnder vrouwen den coelen mey
-
- 2
- Die boer al op den houe tradt
- die vrouwe op hoogher tinnen lach
- Si lach op hoogher salen
- Mocht ick een corte wijle bi v zijn
- Ick gaue daer om mijn ros mijn wagen
-
- 3
- Die vrouwe die reden so haest vernam
- Si liet den boerman comen an
-
[fol. 20r]
- So heymelijc al stille
- Al in een duyster camerken
- Daer deden si twee haren wille
-
- 4
- Doen hi zijn willeken hadde ghedaen
- die boer moste vander tinne gaen
- Ende hi bestont te claghen
- Ic segghe v dat het deen is ghelijc dander
- Mi rout mijn ros mijn waghen
-
- 5
- Die heere quam wter iaechte ghereden
- Hi hoorde den boerman seere claghen
- Hi hoorde den boerman claghen
- Ghi segt dat het een is als dander is
- die waerheyt suldy mi saghen
-
- 6
- Die boer had schier een loeghen bedacht
- Ick hadde een voederken houts gebracht
- Ende daer was een crom hout onder
- Ick seg v dat het deen als dander brant
- Als si biden viere comen
-
- 7
- Hierom was v vrou so gram
- dat si mijn ros mijn waghen nam |
- Om sulcken cleynen schulde
- Ic bidde v lieue heere mijn
- Verwerft mijnder vrouwen hulde
-
- 8
- Die here ginc voor zijnder vrouwen staen
- Wat heeft desen armen boer misdaen
- Schaemt ghi v der sonden niet
- Gheeft hem zijn ros zijn waghen weder
- Laet hem varen tot sinen kinder
-
- 9
- Vaert henen vaert henen goet boere mijn.
- dat eerste sal v vergheuen zijn
- Vaert henen dijnre straten
- Och coemt ooc weder als ghi moecht
- Brengt ons dat crom hout vake
|