54 Vanden boonkens.
- 1
- GHi sotten ende sottinnekens
- Ghi meyskens also net.
- Al sidy sot van sinnekens.
- Ghi hoort doch altemet.
- En waddinghe dat v let
- ghi clappaerts ende clappeyen.
- Die haren clepel breyen
- En die den sotten man leyen
- In weelden met ons reyen.
- Ghesellekens wacht v ghy.
- Als die boonen bloeyen
- Ghi coemt hem veel te by.
-
- 2
- Ghi iongers van quaden lucke
- V seluen qualijc besteet
- Ghi hebt al vanden rucke
- Veel meer wel dan ghi weet
- In v is een deel ghespeet
- Al sidy van poueren dijcke.
- Ghi maect v seluen rijcke |
- Al en hebdy bed noch tijcke
- Ghi en kent nau ws gelike
- Nv hoort alte samen vrij.
- Als die boonen bloeyen. etc
-
- 3
- Aechtken ende nelleken
- Die met den koers beroct
- Besoecken aent cappelleken
- Al daermen kermesse hot.
- Ende so paeyen si den sot
- Hanneken ende lijsken
- Si singhen gelijck een cijsken
- Si volghen met een rijsken
- Dan gaen si met een wijfken
- En spelen ghinghen si.
- Als die boonen bloeyen. etc
-
- 4
- Dan zijnder dese schoonen. ioncfroukens.
- So magher als een vloo
- Si terden met haren voetkens
- Ten tween wel ouer een stroo
-
[fol. 31v]
- Ende si scheren den sot also
- Siedy op haer stipkens
- Si douwen toe haer lipkens
- Men sietse maeyen vitsekens
- Oft si vercopen haer trouwekens
- och kinders hoe flau sidi
- Als die boonen bloyen. etc.
-
- 5
- Dan isser menich polleken.
- So aerdich op den tre
- Si draghen een siluer dolleken
- Een mesken fraey van sne
- Ende een bonten calierken me
- Dan trouwen si een motteken
- Oft een ghebroken potteken
- Si torten so lief int rotteken.
- Men vint so menich sotteken.
- Al segghen die lieden tfy
- Als die boonen bloeyen. etc
-
- 6
- Ghi sotten stijf inde kaken
- Die roeren haren duym. |
- Men sal haer twee oren maken
- haer kaken zijn ruym.
- En ghi zijt so vrijen sluym
- Ghi trect te stijf die schuyte
- Die blaser dye is seer lanck
- V keel is wijt v voet is manc
- Wanneer dye clepel heuet sinen swanck
- Hoe ruyterlijc fluyten si by
- Als die boonen bloeyen. etc
-
- 7
- Mans met witte cransen
- Si trouwen een ionck wijf
- Die op twee cruycken dansen
- Is dat niet een sot bedrijf
- Ende haer leden zijn also stijf
- Si hebben haer cans verkeken
- Tfledercijn dat zijn de treken
- haer nose haer ooghen leken
- Si en connen die vrouwen gebreken
- Niet meer gepaien vri |
- Als die boonen bloeyen. etc
-
- 8
- Een lammen doue poppe
- Een out verompelt vel
- Ende die haer speten oppe
- Om eenen ionghen ghesel
- En ghi ketelt v dat ghi lacht
- V lippen ende v toten
- Sijn v te seer ontschoten
- V rompen ende v toten
- V fronsen zijn gestoten
- Och pittekens hoort na mi.
- Als. etc
-
- 9
- Ghi moniken met grote hopen
- Die sot van weelden wert
- Baghinnen wt gheloopen
- Bogaerden wit ende swaert
- En al om een commeermert
- Si doen int coren hinder
- So dat die bastaert kinder
- Loopen hier ende ghinder
- Ghi broeder ian de minder
-
[fol. 32r]
- Bagutte wie dat si.
- Als die boonen. etc.
-
- 10
- Ghi Veeuwen die altijt moeten.
- Hebben eenen man
- Si seyt dat si haer voeten
- Ooc niet verwarmen en can
- Hout al aen dat selfs krakeel
- Coemt met die sotten int prieel
- Wacht v van de boefkens heel
- Ghi hebt al wat die meesten deel
- Het sie ooc wie dat si
- Als die boonen bloeyen
- Ghi coemt. etc
|