58 Een out liedeken.
- 1
- HEt quamen drie ruyters geloopen.
- So verre int duytsche lant
- Met netten ende met knoopen \ ia knoopen.
- Het waren die beste diemen vant
-
- 2
- Si quamen voor eender waerdinnen huys
- Al daermen tapte den wijn
- Waerdinne wi droncken so gaerne \ ia gaerne.
- Wi en hebben gheen gheldekijn
-
- 3
- Waer op soude ick v borghen
- Ghi coemt wt vreemde landen
- V cleederkens die zijn dinne \ ia dinne
- Ghi en hebbet ghelt noch panden
-
- 4
- Doen sprack dat ionckwijf vanden huys
- Nv tappet den ruyters den wijn
-
[fol. 35r]
- Al dat si verteeren \ ia teeren
- daer sal ick v boorghe voor zijn
-
- 5
- Doen sprac die vrouwe vanden huys
- En spreket niet so bout
- Si souden v helpen verteeren \ ia teeren
- V siluer ende oock v gout
-
- 6
- Doen sprac dat ionck wijf vanden huys
- Ic woude die ioncste ruyter waere mijn
- Ende icker mede soude gaen wandelen \ ia
wandelen
- Van Straesborch tot op den rijn
-
- 7
- Die ioncste ruyter tooch wt zijn net
- Ende worpt inder maghet schoot
- daer stont die edel ruyter \ ia ruyter.
- In een wambeys van goude root
|