59 Van Thijsken vanden schilde
- 1
- HEt is goet vrede in alle duytsce landen
- Sonder Thijsken vanden schilde
- Hi leyt te Delder gheuanghen
- Hi leyt gheuangen so swaerlijck op zijn lijf
-
- 2
- Die vrou al vanden scilde \ si lach op hoo|ger tinnen.
- Si sach die heeren die borghers comen binnen.
- Si en sach daer Thijsken haer liefste boele niet
- Si en sach daer. etc
-
- 3
- Ghi ruyters \ ghi rouers \ ghi heeren vander
straten
- Waer hebdi Thisken vander schilde ghelaten
- Waer hebdi gelaten die liefste boele mijn
- Waer hebdi. etc.
-
- 4
- Och vrouken vanden schilde
- Nv en laet v niet verlanghen.
- Dat Thijsken vanden schilde te Delder leyt
gheuanghen.
- Hi leyt. etc.
-
- 5
- Dat vrouken vanden schilde \ en woudes nie gheloouen.
- Si dede haer paerdeken sadelen ende toomen.
- Si reedt te Delder al voor dat hooghe huys
- Si reedt. etc
-
- 6
- Och Thijsken vanden schilde \ dats bistu nv hier
binnen.
- So steect v hoofdeken al wt der hoogher tinnen
- Laet mi aenschouwen v fiere ionghe lijf
- Laet mi. etc.
-
[fol. 35v]
- 7
- Thijsken vanden schilde en liets hem niet
verdrieten
- Hi liet zijn hoofdeken ter hooger tinnen wt schieten.
- Hi liet haer aenschouwen zijn fiere ionghe lijf.
- Hi liet. etc
-
- 8
- Thijsken vanden schilde ghi en wout my niet gheloouen
- Dat ghi bi daghe by nachte soudt laten v ruyten v roouen
- Dat ghi soudt laten v roouen ter haluer
middernacht
- Dat ghi. etc.
-
- 9
- Ia vrouken vanden schilde \ dat quam by uwen
sculden
- Dat ghi wout draghen dat siluer ende root gulden
- Dat ghi wout draghen dat roode beslaghen gout
- Dat ghi. etc.
-
- 10
- Och Thijsken vanden schilde \ haddy dat woort
ghesweghen
- Met siluer ende roode gout had ick v op doen weghen
- Dat v nv sal costen dijn fiere ionghe lijf
- dat v nv sal costen. etc.
-
- 11
- Och vrouken vanden schilde \ en soude v dat niet verdrieten. |
- dat mi die rauen die voghelen souden eten
- Dat mi souden eten so menic clein vogelken
- dat mi souden eten. etc.
-
- 12
- Och Thijsken vanden schilde \ en laet v niet verlanghen
- Ick sal v radeken met rooskens ombehanghen
- Daer op sal rusten dijn fiere ionge lijf
- Daer op etc.
|