i.s.m.
[p. 87]
Aan ons Belfort.
G
EGROET, o zegezuil der vrijheid van Gemeente!
Gij, fiere burcht van 't volk die in uw trouw gesteente
's Volks rechten hield bewaard
Gewonnen door zijn vlijt, gehouden door zijn zwaard.
In de ijzren kist met zeven sloten,
Lag dáár de keure en 't poortersrecht -
Het
Kalfvel
- aan wiens hoek de landvoogd
Zijn aadlijk zegel had gehecht.
o Vlaming, blijf den schat der vaderen,
Hun trouwe aan recht, aan land en God,
In uwe ziel verzegeld houden
Vast - onder zevenvoudig slot.
Daar, op de hooge gaanderijen,
Daar hield de stedewachter stand,
En seinde 't op zijn zilvren horen
Als 't feesttocht was of storm en brand.
Hou wacht, o Vlaming, op de wallen;
't Is uur van nacht en oorlogstijd;
Hou wacht! en, waar de vijand nadert,
De wachthoorn tuite:
waak en strijd
!
Daar hing de klok van storm en zege,
De Roeland, die, getrouwe tolk,
Zijn kleppen en zijn luiden leende
Aan 't leven van het Vlaamsche volk.
Klink door ons streke, Vlaandrens klokke,
Gij, schoone en heldre moedertaal,
En lui door Gent en over Vlaandren
Ons strijdleus en ons zegepraal.
Oostakker
.
H. Claeys
.