terug  begin  verder

[p. 54]

Die Eerste Bliscap van Maria

Dierste Prologheaant. *

 
+Maria, voncke ende rayende licht1
 
Des hemels, die den toren swicht2
 
Vander heileger Drievuldicheyen,
 
Ic bidde u, minlijc aengesicht,4
5
Dat ghi u gracie soe in ons sticht,5
 
Dat uwen lof daer by moet breyen6
 
Sonder verbeyen. Reyn suver kersouwe,7
 
Wilt onsen prince ende oec sijn vrouwe,8
 
Ende Charloot, onsen jongen heere,
10
Met sijnder vrouwe, behueden vor rouwe.
 
Ende alle haer vruende, jonge en ouwe,
 
Moet God bescermen van allen seere;12
 
Ende oec voort meere sijn lant, sijn steden,13
 
Dorpe, slote, wil God in vreden14
15
Altoes behueden vor mesval;15
 
Ende alle de ghene, om cort gebeden,16
 
Diere geerne tslants profijt in deden.17
 
Vor Bruessel biddic boven al!
 
Voert gruetic u minlic groet en smal:19
[p. 55]
20
Sijt willecome, edele en gemeyne,20
 
Die hier dus minlic sijt versaemt21
 
In desen melodyosen pleyne.22
 
Sijt willecome, edele en gemeyne!
 
Tprieel uut Troyen, den edelen greyne,aant. 24
25
Gegroyt, gebloeyt, es Bruesel genaemt.
 
Wy grueten u minlic, groet en cleyne,
 
Die tonser feesten hier sijt versaemt.27
 
Sijt hier welcomen, soet betaemt.
 
Want dat lieflijc beelde lofsam,29
30
Dwelc hier noch opten Savel steet,30
 
+Van Antwerpen te Bruesel quam
 
By miraculen, soet menich weet,32
 
Soe souden wi u geerne, ende sijns bereet,33
 
In love der hemelscher tresorie,34
35
Figuerlic speelwijs doen besceet35
 
Die eerste bliscap die haer gescye:36
 
Hoe dat die suete maecht Marie
 
Ontfinc den Gods sone onbesmet,38
 
Ende loste ons vanden ewigen strie39
40
By singels salute te Nazaret.40
 
Ende altemet jaerlix, soet hoert,aant. 41
 
Sonder verlet ende sonder discoert,42
 
Soe meinen wier vort, ter stat beveelne,43
 
Verstaet mijn woert, noch .vj. te speelne.
[p. 56]
45
Al es de boetscap tprincipale45
 
Ons speels, tes noot datmen verhale46
 
Waer omme dat God, tot onsen behouwe,47
 
Menscelicheit aen nemen wouwe.
 
Niet min, wi laten overlien49
50
Lucifers val met sijnre partien,50
 
Die hen bi hoverdien gesciet.51
 
Dies bliven si ewelic int verdriet,
 
Int ewige demster, sonder verlaet;53
 
Om een gepeys waest sonder daet.54
55
Maer want de viant met scalkere liste55
 
Den mensce benijdde, om datti wiste
 
Dat hi ter gracien was vercoren,
 
Soe de hi hem Gods gebod verhoren,58
 
Dwelc Adam ende alle sijn geslachte
60
Moeste besueren, tot dat dit brachte60
 
Dontfermicheit Gods tot enen vree.61
 
+Dit was de sake daert God om dee,
 
Dat hi in donbesmette zeborie63
 
Wou rusten ende bringen ons tsijnder glorie.
65
Dus, eerbaer notabele, lieve geminde,65
 
Ic woude dat yegelic wel versinde:66
 
Ons meyn es reyn, slecht es ons conste.67
 
Verstaedt ende vaedt ons goede jonste.68
 
Wy doent uut minnen, wilt dat bekinnen,69
70
Om vruecht vermeeren;
 
Gode ende der stat, ic segt u plat,aant. 71
 
U allen ter eeren.
 
Dus yegelic wilt dan duegdelic keren,73
[p. 57]
 
Ende nement danckelic nu ter tijt.74
75
Wi gaen beginnen, hoert en swijt.75
*Opschrift: aangezien het woord prologhe niet meer in zijn oorspronkelijke betekenis werd gevoeld, is dierste prologhe te verstaan als Inleiding.
+blad 2a
1 rayende: stralend.
2 swicht: bedaart.
4 minlijc aengesicht: geliefde Vrouw. Woorden als aengesicht, hart, juecht, zijn voorbeelden van pars pro toto.
5 sticht: stort.
6 moet: moge, zoals vaak in het middelnederlands; breyen: verbreid worden.
7 sonder verbeyen: onophoudelijk; omschrijvingen met sonder en infin. of zelfstandig naamwoord zijn kenmerkend voor de taal der Bliscapen; kersouwe: madeliefje; het woord wordt in middelnederlands, ook diminutief, gebruikt als vleinaam voor: maagd en lief.
8voor prince (Philips de Goede), Charloot (Karel de Stoute) en sijnder vrouwe (Catherine van Frankrijk of Isabella van Bourbon) zie Inleiding.
12 seer: leed.
13 voort meere: verder.
14 slote: sloten, kastelen.
15 mesval: onheil.
16 om cort gebeden: om kort te zijn met mijn gebed.
17die gaarne het land tot nut zouden zijn.
19groot en klein, oud en jong.
20 gemeyne: (gewone) burgers.
21 minlic: in genegenheid.
22op deze schone plaats d.i. Brussel.
24het lustoord, opgeschoten uit Troje, de edele graankorrel. Sommige steden voerden hun oorsprong terug op Troje. Dit en het volgend vers wijzen terug naar vs. 22.
27 feest: is het feest van de ommegang.
29 want, omdat; het lieflijk, lofwaardig beeld.
30voor de legende van de herkomst van het Mariabeeld in de Zavelkerk zie de Inleiding.
+bl. 2b
32 soet menich weet: zoals menigeen weet.
33en zijn daartoe gereed.
34tot lof der hemelse schatkamer. De benaming schatkamer voor Maria als de moeder die Jezus droeg, komt voor in veel refreinen der rederijkers.
35aanschouwelijk, in de vorm van een spel, laten zien.
36de Mnl. W. 1992 voorgestelde verandering van Die eerste in Der eerste is wsch. onnodig; gescye te lezen in drie lettergrepen met syncope van d in gesciede.
38 onbesmet: hoort bij Marie.
39en verloste ons van de eeuwige pijn.
40door de groet van de engel; bedoeld is de Annunciatie.
41 altemet: achtereenvolgens; zoals het behoort.
42zonder na te laten en (lett.) zonder onenigheid, dus eendrachtig.
43 wier = wi er: volgens het voorschrift van de stad.
45 tprincipale: de hoofdzaak.
46van ons spel, het is noodzakelijk dat men verhaalt.
47tot onze redding.
49echter, wij slaan over.
50 partien: aanhang.
51die hun door hovaardij overkwam.
53in de eeuwige duisternis, zonder einde.
54het was (slechts) om een gedachte, zonder daad.
55maar omdat de duivel met bedriegelijke list.
58 de: deed; verhoren: ongehoorzaam zijn aan.
60totdat Gods barmhartigheid hierin de vrede bewerkte; zie het Dispuut der Deugden.
61totdat Gods barmhartigheid hierin de vrede bewerkte; zie het Dispuut der Deugden.
+bl. 3a
63voor zeborie vgl. vs. 34 tresorie.
65geachte aanwezigen.
66 wel versinde: goed begreep.
67onze bedoeling is zuiver, eenvoudig is onze kunst.
68verstaat en vat onze eerlijke genegenheid (voor de kunst).
69wilt dat inzien.
71 plat: rechtuit. Voor een mogelijke omzetting van vs. 71 en 72 zie Aant.
73 wilt = wil 't: een ieder wille het dan goed opnemen.
74en het nu in dank aanvaarden; nu ter tijt is oorspronkelijk een versterkende uitdrukking, die hier tot stoplap is geworden.
75 swijt: zwijgt.
rest 3a en geheel 3b zijn wit.

terug  begin  verder