6moet: moge, zoals vaak in het middelnederlands; breyen: verbreid worden.
7sonder verbeyen: onophoudelijk; omschrijvingen met sonder en infin. of zelfstandig naamwoord zijn kenmerkend voor de taal der Bliscapen; kersouwe: madeliefje; het woord wordt in middelnederlands, ook diminutief, gebruikt als vleinaam voor: maagd en lief.
8voor prince (Philips de Goede), Charloot (Karel de Stoute) en sijnder vrouwe (Catherine van Frankrijk of Isabella van Bourbon) zie Inleiding.
24het lustoord, opgeschoten uit Troje, de edele graankorrel. Sommige steden voerden hun oorsprong terug op Troje. Dit en het volgend vers wijzen terug naar vs. 22.
34tot lof der hemelse schatkamer. De benaming schatkamer voor Maria als de moeder die Jezus droeg, komt voor in veel refreinen der rederijkers.
35aanschouwelijk, in de vorm van een spel, laten zien.
36de Mnl. W. 1992 voorgestelde verandering van Die eerste in Der eerste is wsch. onnodig; gescye te lezen in drie lettergrepen met syncope van d in gesciede.