|
|
|
| | | |
Eerbaer notable, die hebt verstaen 1693
Dbewijs van onser materien soet, 1694
1695
Al hebben wijt slichtelijc gedaen, 1695
Wi bidden u allen, elc neemt vor goet.
Dits dleste spel, sijt dies wel vroet, 1697
Die Marien vol der oetmoet
1700
Gescieden ter werelt, om cort verhalen. aant.
Dierst was: hoe God liet neder dalen
+Om ons te lossene uter qualen,
Die haer de salige bootscap brachte.
1705
Dander was: hoe hy in kerstnachte
Van haer, als mensce wordt geboren 1706
Tot vramen den mensceliken geslachte,
Als moeder ende maegt, in sviants toren. 1708
Ten derden male, na toebehoeren, 1709
1710
Hoe die .iij. coninge uut verren lande
Versaemden ende alle een sterre vercoren 1711
Ende brochten de heilege offerande.
Haer vierde bliscap was selkerhande 1713
Uutnemende ende alder vruecht exempel,
| | | |
1715
Dat haer geen liden noch druc en ande, 1715
Doen sine vant sittende inden tempel.
Sijn hoge verrisen en was niet sempel, 1717
Dat es de vijfste, dat elc versta.
De seste, op tcorte sonder omwempel, 1719
1720
Dat was de sinxendach daer na. 1720
Nu mach elc weten, sladijs wel ga, 1721
Dat dit de .vijde. dan moet wesen.
Wi bidden dat elc in dancke ontfa
Wes ons gesciet es nu in desen; 1724
1725
Want weert gelachtert si of gepresen, 1725
Dbeginsel ende dynsel in alder wijs 1726
Es tuwer liefden uut minnen geresen, 1727
Ter eeren der stat, hebt dies avijs. 1728
Van allen duechden geeft Gode den prijs. 1729
1730
Sijn gracie doet dwerc in allen steden.
Die wil ons int salege paradijs
Versamen hierna met vrolicheden!
Hiermede een slot, elc ga in vreden!
|
1694
bewijs van onser materien soet: het spel van ons geliefd onderwerp.
1695
slichtelijc: eenvoudig.
1697
sijt dies wel vroet: weet dit wel.
1698
principalen: voornaam. Zie Aant.
1702
uut reynen gedachte: met de heerlijke bedoeling?
1708tot verdriet van de duivel.
1711
vercoren: met vorsend oog volgden.
1713
selkerhande uutnemende: zò voortreffelijk.
1715
ande: kwelde (van anden).
1717
sempel: van geringe waarde.
1719
opt corte sonder omwempel: kort gezegd zonder omhaal.
1720
sinxendach: pinksterdag.
1724wat voor ons nu hier gebeurd (d.i. vertoond) is.
1725hetzij het gelaakt wordt.
1726het begin en het einde (dus alles) komt in alle opzichten uit liefde voor u voort.
1727het begin en het einde (dus alles) komt in alle opzichten uit liefde voor u voort.
1728
hebt dies avijs: weet dit wel.
|
|