Dat is,
Uitgelezene Brieven over verscheide zeer gewigtige stoffen, getrokken uit de vermaardste Schrijvers dezer eeuw, te weten Bentivoglio, Loredano, Gabrieli, Izabella Andreini, en andere, overgezet in 't 't Frans door Mr. B... Te Zurig by David Guessner 1699. in 8. 23 bladen.
VErtast u niet, Hollanders, de titel pocht en blaast wat. Het zy met verlof van den opsteller gezegd, ik vinde in dezen bondel niet vele zeer gewigtige stoffen, maar goede taaluitingen, en uitdruksels, die, om haar Italjaansche eigenaardigheid, verdienen dat ze van beminnaars der spreekwijzen, die men in Itaalje vind, gelezen werden.
Dat de Italjaansche en Fransche taal hare bevalligheden heeft, en in vele Hoven van Europen oeffenaars vind, is zoo waaragtig, dat het teffens in dezen tijd schande is, dat men van de
talen der geleerdheid, (Grieks en Latijn, noeme ik) byna een afkeer heeft. Derhalven die genegen is de gemelde twee talen, het Italjaansch en Fransch, te leeren, en uit de stijl van verscheide nette Italjaanse Schrijvers, en uit een Fransch vertaler, die van beiden grondige kennis heeft, hy zal zijn tijd, in 't lezen van dit pakje brieven niet qualijk besteden. Ten dien einde schijnt de Vertaler het zelve in 't ligt te geven, met byvoeging van eenige brieven, uit nog een ander dan de vier voorgemelde Schrijvers getrokken, welke tot een koopmans stijl behooren.
Alle dingen laten haar zeggen, maar dat de Italiaan, wiens brief op de 150ste bladzijde staat, my wil doen gelooven 't gene hy aldaar snoeft,
| Si ritrova poi ne'l libri Francesi una forma sublime, un' eruditione non affettata, un' eloquenza Spiritosa, un' inventione amirabbile; unde si gode in questa sola lingua quello, che appena si ritrova nella Greca, nell' Italliana, e nella Latina, &c. | Ook vind men in de Fransche boeken een verheven vorm, een ongezogte geleerdheid, een geestrijke welsprekendheid, een verwonderlijke uitvinding; zulks dat men in die taal alleen heeft, het welk naauwlijks in de Grieksche, Italiaansche en Latijnsche te vinden is, enz. |
daar de man, zegge ik (hy mag wezen die hy is) de Fransche boekwijsheid zoo hoog in top voert, zal hy my, en duizenden met my, die der boekoeffeningen niet t'eenemaal onkundig
zijn, tot geen ja-broêrs hebben. Wat wil die Breedspreker zijnen Annibal Marescotti al wijs maken? denke ik.