terug  begin  verder
[p. III]origineel

[Juli en augustus]

Den edelen groot agtbaren heere den heere, Mr. Laurens Backer,

Thans ten tweedenmale burgermeester der stad Rotterdam,

[p. IV]origineel

Bewindhebber der Westindische Compagnie ter kamer alhier, en voor dezen gecommitteerde raad van d'edele groot mogende heeren staten van Holland en Westvriesland &c. &c.

[p. *1]origineel

Keurig kenner, en begunstiger van geleerdheid en Goede ondernemingen, word deze boekzaal voor de maanden julius en augustus 1700.

[p. *2]origineel

Met alle eerbiedigheid Opgedragen van zijn edelheids Onderdanigste dienaar P. Vander Slaart

[p. *3]origineel

P. vander Slaart aan den lezer.

DEwijl de Hr. P. Rabus zig zelven tot andere bezigheden heeft overgegeven, zoo is 'er wat tijd verloopen, eer ik my van goede Schrijvers tot de Boekzaal verzekert hadde, dog die hope ik in 't korte weder in te halen. Zie hier dan Lezer een begin, dat wy in 't vervolg beter zullen zoeken te beschreven.

Neem daarom onze goede wille ten beste, en begunstig ons met dat gene, 't welk de geleerde wereld zoude konnen dienst doen; indien gy iets, dat voorname konsten of wetenschappen betreft, mogte bezitten.

Den lezer verwondere zig niet, dat hy in de maanden van Julius en Augustus iets ziet ingevoegd, 't geen later gebeurd is. Nademaal de namen der

[p. *4]origineel

maanden niets aan onze Boekzaal toebrengen, maar daar alleenlijk zijn voorgesteld, om den lezer by zoodanige tussenpoozen het Boeknieus te vertoonen.

Ook zoude ik deze Voorreden wel wat langer maken, dog laat het uw genoeg zijn lezer, dat ik voor het tegenwoordige eindige met het zeggen van Horatius

 

Lib. 2. Sat. 1.

 
- Hic stilus haud petet ultro
 
Quemquam animanten, & me veluti custodiet ensis
 
Vagina tectus: quem cur distringere coner
 
Tutus ab infestis latronibus? -
 
Quin pereat potius positum rubigine telum,
 
Nec quisquam noceat cupido mihi pacis &c.

't Geen hier op uit komt.

 
Deez' Boekzaal zal geen Schrijvers treffen
 
Met laster; maar van nu voortaan
 
Het goede zediglijk verheffen;
 
Nooit laken 't geen wel is gedaan.
 
Het zwaard roest' liever in de scheede,
 
De schendpen ook; my lust de vrede.

enz.

terug  begin  verder